Vluchtelingenstroom - Het gevoel grijpt de macht

De banaliteit van het goede

Na de foto van peuter Alan op het strand van Turkije sloeg vooral in Noordwest-Europa machteloosheid jegens de vluchtelingen om in mededogen en hulpbereidheid. Maar nu is het in Europa ieder voor zich. Leidt overdadige moed tot roekeloosheid?

Medium hh 50269849

In Duitsland krabt men zich intussen achter de oren. Kunnen we de opvang van al die vluchtelingen inderdaad wel aan, zoals bondskanselier Merkel begin deze maand haar volk – ‘Wir schaffen das’ – verzekerde? Deze sluipende twijfel, en de openlijke brandstichting in veel bestaande en beoogde gebouwen waar asielzoekers ondergebracht zijn of nog moeten worden, onderstrepen welk een historische weken we achter de rug hebben. Zeker als we de exodus van vluchtelingen naar het noordwesten van Europa bezien, alsook de roes van hulpbereidheid in vooral Duitsland en Nederland.

Het meest opmerkelijke van deze maand september 2015 is de combinatie van de enorme versnelling in de exodus uit het Midden-Oosten, Afrika en de Balkan en de plotselinge euforie van medemenselijkheid, verbeeld in de Duitsers die op het station van München de tienduizenden vluchtelingen met applaus begroetten. Beide bewegingen vragen om een verklaring, al moet direct worden gezegd dat ‘dé verklaring’ er niet is. De kern van revoluties – en we maken nu een revolutie mee – is namelijk het tamelijk onbegrijpelijke karakter ervan. Er zit zo veel redeloosheid in dat je over bepaalde momenten in de geschiedenis als eerste moet opmerken dat zich op hetzelfde moment bij verschillende mensen en groepen een soort machtsgreep van het gevoel voordeed die het rationele tijdelijk deels of geheel buiten werking stelde.

In 1989/90 versloeg ik de ineenstorting van de ddr, en ‘de drang naar Duitsland’, zoals ik het boekverslag over de zucht van met name de Oost-Duitsers naar hereniging noemde. Nu beleven we weer ‘de drang naar Duitsland’, deze keer van miljoenen mensen uit het Midden-Oosten en Afrika. En weer is het de vraag welke drijvende krachten hier aan het werk zijn om die grootste volksverhuizing sinds de Tweede Wereldoorlog te verklaren. En ook de euforie aan de ontvangende kant, bij die over elkaar buitelende burgemeesters die woonruimte aanbieden, bij al die weldoeners met ‘slaapzakken voor Lesbos’, of met een initiatief om een soort abri te bouwen waar de vluchtelingen die heelhuids Lesbos hebben weten te bereiken kunnen schuilen. Om van al die andere hulpacties, de kleding en de knuffels, maar te zwijgen.

Destijds, in 1990, kwam ik na alles wat ik had gezien en gelezen over revoluties uit bij de conservatieve negentiende-eeuwse cultuurhistoricus Jacob Burckhardt. In de postuum verschenen reeks colleges die hij rond 1870 gaf in Basel, Welthistorische Betrachtungen, liet hij een gevoelig crisisbewustzijn zien, met ook een ietwat pessimistisch mensbeeld. De mens was volgens hem een ambivalent wezen met goed en kwaad in zich, en iets te vaak geneigd om macht te willen uitoefenen. ‘Noch de ziel, noch de hersenen van de mens hebben zich in de ons bekende historische tijden aanzienlijk vermeerderd (…) Onze aanname in tijden van zedelijke vooruitgang te leven is hoogst belachelijk.’ En deze opmerking is ook actueel: ‘De geschiedenis houdt er soms van zich in één mens te verdichten, aan wie de wereld zich dan gehoorzaam toont. Dit gebeurt vooral in ogenblikken van crisis, als het bestaande en het nieuwe op elkaar knallen.’ Deze persoon was afgelopen weken ‘Mama Merkel’.

Als ik zeg dat er tamelijk veel onbegrijpelijks zit in het toch ook psychotische gedrag van de massa’s vluchtelingen en eveneens in die op massapsychose lijkende ontlading op dat station in München, en elders, dan heb ik dat van deze Burckhardt. Nadat hij alle grote historische crises van de afgelopen paar millennia had bestudeerd, kwam hij namelijk tot een conclusie die ronduit ontnuchterend is – en voor elke wetenschapper ook totaal onbevredigend. Over de revolutionaire momenten in de geschiedenis gaf hij namelijk deze even vage als mooie karakterisering: ‘Alleen als het uur daar is en de ware stof voorhanden, dan gaat de ontsteking met elektrische snelheid over honderden van mijlen en over volkeren van de meest verschillende soort, die elkaar nauwelijks kennen. De boodschap gaat door de lucht, en over dat ene punt waarop het aankomt begrijpt men elkaar plotseling allemaal, ook al is dat slechts een bedompt: het moet anders worden!’

Dit bedompte ‘het moet anders worden!’ kunnen we van toepassing verklaren op zowel de vluchtelingen als onszelf. Dat de vluchtelingen, en ook de ‘gewone’ migranten uit Afrika en de Balkan, vinden dat het anders moet worden in hun leven behoeft geen betoog. De vraag is waarom deze zomer die plotselinge versnelling optrad, van duizenden via tienduizenden naar honderdduizenden. De belangrijkste verklaring lijkt het indalende gevoel van de uitzichtloosheid te zijn. Dat gevoel, meer paniek, verving het gevoel dat het leven moeilijk was, heel moeilijk, maar dat er misschien betere tijden zouden komen, na de tijd in die kampen of in die armoedige dorpen en steden in Afrika of op de Balkan.

Het signaal voor de exodus is niet te bepalen op één moment, zoals bij de bijbelse uittocht uit Egypte, of bij de oproep in 1095 door paus Urbanus II om op kruistocht naar het Heilige Land te gaan en Jeruzalem te heroveren op de moslims. Toen bestegen in heel Europa boeren binnen enkele maanden hun ezels en ridders hun paarden om naar het Midden-Oosten te trekken.

Nu moeten we ‘de oproep’ breder zien: als talloze oproepen, doorgegeven door de huidige communicatiemiddelen internet en smartphones. Hoe meer vluchtelingen erin waren geslaagd al die hordes van zee, spoorlijnen, grenzen en ontberingen te overleven en in Duitsland, Nederland en Zweden te arriveren, hoe meer berichten er terugkwamen: ‘Het is hier een paradijs, je bent hier veilig en de mensen zijn goed.’ Dan treedt op een gegeven ogenblik dat beroemde moment op van de door historicus Jan Romein beschreven kanteling van de trage kwantitatieve groei naar de plotselinge kwalitatieve omslag. In gewoon Nederlands: de druppel die de emmer doet overlopen, ja de hele emmer doet kantelen.

Waarom dat kantelpunt deze zomer voor zo velen werd bereikt, daarover kunnen we slechts vermoeden dat dit niet ongebruikelijk is na jaren van moeilijkheden en jaren van hoop dat het misschien beter wordt. Het hoogtepunt van de emigratie uit Nederland lag begin jaren vijftig, niet direct na de oorlog. In Oost-Europa, waar de sovjets de dictatuur van de nazi’s in 1945 hadden overgenomen, hoopten velen dat het uiteindelijk toch beter zou worden. Toen Stalin in 1953 overleed dacht men: oké, dan begint nú die verbetering. Toen die uitbleef, besloten velen hun vaderland te ontvluchten, of in opstand te komen zoals in Hongarije in 1956.

En hoe groter de eigen uitzichtloosheid, hoe mooier het paradijs lijkt waarover men in die berichten en smartphonebeelden van kennissen en familieleden hoort en ziet. En waarover men trouwens al die jaren hiervoor thuis op flatscreens vernam, of men nu in het wereldse Aleppo woonde of in het achterlijkste dorp ergens op het Afrikaanse platteland. Vodafone en flatscreen regeren intussen de hele wereld, ook heel Afrika. Hoe groot de kennis of onkunde van de vluchtelingen is over onze landen verschilt. Juist die mix van berichten en die mix van mensen die precies weten hoe en wat van de route en de opvang, en de totaal onwetenden, die mix versterkt de geruchtenvorming en het ontstaan van een gemoedsbeweging die is te betitelen als een massapsychose.

Hoe krachtig het redeloze soms in de enkeling, en zeker in een opeengehoopte massa vluchtelingen, kan worden, dat hebben we vaak, te vaak, gezien, met die volgepakte boten waarop alle opvarenden plotseling, als er een marineschip aan bak- of stuurboord verschijnt, over de ene reling gaan hangen, zodat de boot kapseist. Of vader Kurdi die met vrouw en gezin vanuit het kamp in het veilig genoemde Turkije de oversteek naar het Griekse eiland Kos waagt in een gammel bootje, zonder reddingsvesten. En die nu weer in dat kamp terug is, zonder vrouw en kinderen, die zijn verdronken.

‘De geschiedenis houdt er soms van zich in één mens te verdichten, aan wie de wereld zich dan gehoorzaam toont’

De wereldwijd gepubliceerde foto van de verdronken peuter Alan Kurdi, aangespoeld op 2 september op het strand van het Turkse Bodrum, moet voorlopig gelden als het revolutionaire moment voor veel burgers in Europa. Op dit moment sloegen medelijden en machteloosheid om in mededogen en hulpbereidheid. Er brak iets in ‘the national mood’. Ook hierover moeten we zeggen dat de kern van dit keerpunt het onbegrijpelijke is. Er was op mediaredacties veel discussie over ‘wel of niet publiceren’. De hoofdredacteur van NRC Handelsblad, Peter Vandermeersch, legde naderhand uit dat men na urenlange discussie tot deze conclusie was gekomen: ‘Ook al toont het beeld geen nieuwe ontwikkeling, wel denken [we] dat de iconische waarde van de foto publicatie ervan rechtvaardigt.’ Hiermee zegt men dus: deze foto is belangrijk omdat deze belangrijk is, niet waaróm deze belangrijk is.

De kern van het icoon is het buitenredelijke, bovennatuurlijke karakter ervan, en zelfs het goddelijke. ‘Icoon’ betekent beeld, en wel van God, dat wil zeggen van de heilige drie-eenheid Vader, Zoon en de Heilige Geest. Omdat Jezus Christus mens is geworden en zich liet kruisigen voor ons zielenheil mag je deze mens volgens middeleeuwse theologen afbeelden. Maar je krijgt via deze afbeelding ook een blik in de eeuwigheid. Voor christenen is het beeld een mysterie en drager van goddelijke energie en genade. Een ‘iconische foto’ verbeeldt dus het sprakeloze.

Maar juist als de mens sprakeloos wordt, kan de ontroering, het gevoel, het in een ware machtsgreep overnemen van de ratio met al zijn gepraat en geargumenteer. En kan het gevoel ook dat bewuste en onbewuste verlangen naar verdringing en wegredeneren plotseling verlammen. Die verdringing wordt sinds Freud als iets ongezonds beschouwd, en de bijbel heeft altijd al geleerd dat het leven van Jezus de kern van medelijden en naastenliefde belichaamt. In de parabel van de Barmhartige Samaritaan verzekert Jezus dat ‘zij die genade tonen, gezegend zijn’. Domineesdochter Angela Merkel zal de bijbel goed kennen, en zij niet alleen. In het westerse christendom gaan de begrippen van medelijden en naastenliefde gepaard met het principe van liefdadigheid, wat heeft geleid tot het ontstaan van organisaties als Oxfam, Artsen zonder Grenzen en Live Aid.

Ook als je niet in termen van bijbel of Freud denkt is het psychologische mechanisme dat heeft geleid tot die plotselinge ommekeer van medelijden in compassie en hulp niet zo moeilijk te bedenken. Medelijden is mede-lijden. Dat is wel sympathiek, immers beter dan Schadenfreude, lachen om de ellende van anderen, of dan denken: wat heb ik het bij hen vergeleken toch goed. Mede-lijden betekent namelijk ook lijden, en dat doet pijn. En hoe lang hadden wij vóór de foto van peuter Alan al niet lijdzaam al die gruwelijke beelden moeten zien? Van in de Middellandse Zee drijvende lijken, van die vrachtauto waarin zeventig vluchtelingen waren gestikt, van al die vluchtelingen die bij nacht en ontij over die honderden kilometer spoorbielzen voortgingen. Machteloosheid maakt ook woedend en depressief, dat kun je niet eindeloos volhouden.

Dan kan ‘de geschiedenis’, oftewel het verhaal van de huidige crisis, zich ineens verdichten in een foto van de onschuld zelf, die peuter. Dan is het verweer van ‘gelukszoekers’ en zo meer niet meer mogelijk. Dan volgt de sprakeloosheid, en de schaamte, en de plotselinge beweging van het lichaam om te handelen.

Zoiets moet er bij velen in Duitsland en Nederland zijn gebeurd, en zeker ook bij journalisten oftewel ‘de media’. Op redacties in Hilversum of waar ook komt er dagelijks een ware zondvloed van beelden binnen. Het zien van zo veel ellende maakt machteloos. En machteloosheid leidt uiteindelijk tot actie, hoe onredelijk ook, zoals Jacob Burckhardt al beschreef. De uitspraak van Angela Merkel op 7 september over de opvang van de almaar groter wordende toestroom vluchtelingen – ‘Wir schaffen das’ – is al vergeleken met de ondoordachte zin waarmee de Duitse revolutie op 9 november 1989 begon, een beetje stotterend uitgesproken door het lid van de communistische Oost-Duitse regeringspartij sed Günter Schabowski, over de vraag wanneer die nieuwe Reisefreiheit zou intreden: ‘Das tritt nach meiner Kenntnis… ist das sofort, unverzüglich.’ Diezelfde nacht viel de Muur.

Of we nu de val van de Europese Unie, of zelfs de val van Europa, meemaken, daarover valt over 25 jaar met meer zekerheid iets te zeggen. Nu hebben we alleen het vermoeden dat onze cultuur drastisch zal veranderen, en zeker de Duitse, die ondanks de miljoenen Turken toch nog iets ‘autochtoner’ is dan de Nederlandse, veramerikaanste cultuur.

Dat we een revolutionaire machtsgreep van het gevoel hebben meegemaakt, wordt ook duidelijk uit de opiniepeilingen van de afgelopen weken. De Volkskrant publiceerde op 15 augustus onder de kop ‘Geen draagvlak voor meer vluchtelingen’ een enquête waaruit bleek dat slechts 24 procent van de ondervraagden voorstander was van het toelaten van meer vluchtelingen. Op zaterdag 6 september – dus na de foto van Alan – publiceerde Maurice de Hond zijn wekelijkse peiling. Ruim twee derde van de Nederlanders wilde de grenscontroles weer invoeren. 39 procent vond dat Nederland meer vluchtelingen moet opnemen. En dertien procent zei bereid te zijn een vluchteling in huis te nemen. Op 10 september opende Het Parool met de uitkomst van een enquête door de gemeente Amsterdam. Dat de hoofdstad zijn bijdrage moet leveren aan de opvang vond 92 procent. Maar slechts vier procent wilde een vluchteling als huisgenoot, en dan volgde er meestal ook nog een ‘maar’ bij.

En na de politieke beschouwingen in de Tweede Kamer, waar pvv-leider Geert Wilders tot bijna ieders verbijstering sprak van een ‘nepparlement’, steeg de partij naar 29 zetels in de peilingen, veruit de grootste partij. Daarmee blijft het aantal Nederlanders dat net als Wilders de grenzen wil sluiten en geen enkele vluchteling wil opnemen overigens een kleine minderheid. Maar de groeiende populariteit en de groeiende twijfel in bredere kring over de opnamecapaciteit geven wel aan hoezeer in psychische – en fysieke en feitelijke – noodgevallen de ratio en de redelijkheid het moesten afleggen tegen de gevoelde noodzaak tot goedheid.

Zowel wat betreft de volksverhuizing als onze barmhartigheid is dus veel onverklaarbaar. Maar dat de media hier een rol in spelen is wel duidelijk, al is het niet zo duidelijk welke rol precies. Want de stelling dat media aanjagers of versterkers zijn van bestaande gevoelens en ontwikkelingen is even waar als vaag. Aanvallen van massapsychose zoals we nu hebben beleefd komen niet vaak voor, maar vaker dan we misschien denken. Want we vergeten naderhand graag – meestal uit schaamte over onze naïeve emotionaliteit van gisteren – hoe vaak we met kaarsjes in een demonstratie stonden of enorme bedragen gireerden naar het rampgebied waar ze in Thailand na de tsunami of Haïti na de aardbeving nauwelijks raad mee wisten.

De gevallen waarin onze ratio plotseling het raam uit vloog zijn talrijk geweest, ook in de tijd vóór de massamedia die tegenwoordig veelal en ten onrechte als hoofdoorzaak worden aangewezen bij het als manipulatief aangemerkte aanzwengelen van een eensgezinde, natiebrede euforie van mededogen en actiebereidheid. Wel leidt de komst van een nieuw medium vaak tot een uitbarsting van collectieve waan. De fictieve nieuwsuitzending in 1938 in Amerika tijdens een hoorspel op de radio, The War of the Worlds, over de invasie van marsmannetjes, veroorzaakte paniek bij duizenden luisteraars. Waarom? Omdat radio nog een gezaghebbend medium was, zo gezaghebbend dat toen de Britse koning George V in 1932 besloot een kersttoespraak te houden voor de radio zijn onderdanen thuis in jacquet voor het toestel stonden.

Vliegt Duitsland, dat met zijn huidige gulheid ook altijd nog Hitler wil goedmaken moreel nu zo hoog dat het zal neerstorten?

In de jaren vijftig verving televisie radio als het meest gezaghebbende, ja bijna autoritaire medium. In 1962 had nog niet de helft van de Nederlanders televisie, maar als er echt iets was, keek men bij de buren, zoals tijdens de Avro-actie Open het dorp die geld inzamelde voor behuizing van de gehandicapte medemens – in de opkomende welvaartsstaat zeg maar ‘de vluchteling’ of ‘de loser’ van toen. Iedereen was in de ban, iedereen rende naar de studio met groot geld (Philips en dergelijke) of met geld in een klomp, emmer of luciferdoosje. Volgens de kranten beleefde Nederland toen een ‘massapsychose’. Sterker, de wereld had ‘sinds de kruistochten niet zo overtuigend een mobilisatie van een volk voor een hoog ideaal gezien’.

De Volkskrant schreef: ‘Men proefde weer even een vleugje van de wonderlijke eenheid die op Bevrijdingsdag 1945 aller harten verwarmde. De actie is een antwoord van een gezonde levenskracht.’ Levenskracht. Waar hoor je dat woord nog? En toch is dat wel waar het bij veel van die aanvallen van goedheid om gaat: eerst is er doodsangst, dan levenskracht. Vlak voor die Avro-actie had de westerse wereld immers in doodsnood gezeten door de Cubacrisis die de hele planeet op het randje van de nucleaire afgrond had gebracht.

Tien jaar later was Nederland weer in de ban van de dreigende ondergang van de wereld. Dat was de strekking van het rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome. Van de pocketeditie werden in Nederland ruim driehonderdduizend exemplaren verkocht, door dezelfde complexe context van de Nederlandse cultuur van toen: veel geseculariseerd schuldgevoel, feitelijke smog in het Rijnmondgebied, en iedereen had intussen tv. Het nieuwe medium deze keer was echter de computer, die al die cijfers en grafieken had geproduceerd, en waar je net als bij die foto van Alan niet tegenin kon redeneren. Dat die aanvallen van collectieve waan nationaal bepaald zijn, dat bewees dat rapport: in Frankrijk werden er misschien driehonderd van verkocht. En dat bewijst ook de huidige vluchtelingencrisis. In Frankrijk staat men niet klaar met kleding en knuffels, en in de meeste andere landen evenmin.

Intussen heeft de hele wereld toegang tot internet, ook de armste dorpen in Afrika, waar zelfs in de meest troosteloze koffiehuizen een breedbeeld aan de muur hangt. Overal buiten Europa heeft men kunnen zien dat de vluchtelingenstroom naar het noorden op gang kwam. En niet alleen is emotie besmettelijk, deze zomer moet er ook bij vele tienduizenden sprake zijn geweest van wat Duitsers Torschlusspanik noemen: de angst dat de deur net voor jouw neus wordt dichtgetrokken. Dat kan de wildheid van deze volksverhuizing verklaren, en ook de woede en de vechtpartijen bij het inmiddels overhaast uitgerolde prikkeldraad bij Hongarije of Calais.

Na de eerste euforie van goedheid bij de Duitsers kwam de oproep van politici ‘een warm hart en een koel hoofd’ te behouden, oftewel iets meer te opereren met het verstand. Sommigen, ook de media die begin september luidkeels Willkommen! riepen, vragen zich intussen af of we niet te goed of te goedgelovig waren toen de burgers van Beieren op het station van München de vluchtelingen verwelkomden met applaus, alsof ze de duizend kilometer hordenlopen hadden gewonnen (wat trouwens vaak ook zo was). En zo keren we terug naar de goedheid, naar het verschil tussen die befaamde Gesinnungsethik en Verantwortungsethik, naar de goede bedoelingen en de soms averechtse gevolgen.

Naast al het goede zien we ook weer steeds meer van het kwade. In Duitsland is het aantal brandstichtingen in bestaande of voorgenomen asielpanden dit jaar de zestig al ruim gepasseerd. En het nieuwe is dat het niet alleen de neonazistische kaalkoppen zijn die voor pyromaan spelen, maar ook ogenschijnlijk brave doorsnee-Duitsers. Wat onwillekeurig toch Hannah Arendts these oproept van ‘de banaliteit van het kwaad’, die ze ontwikkelde na het bijwonen van het proces tegen de architect van de holocaust Adolf Eichmann. Omgekeerd zouden we misschien ook kunnen spreken van ‘de banaliteit van het goede’. En dan hoeven we helemaal niet terug te grijpen op de veroordeling door Nietzsche van medelijden als zijnde ziekelijk, schadelijk en decadent, en in strijd met de evolutie.

De hoge morele berg waarop Mama Merkel ging staan en haar armen uitnodigend spreidde naar de verdrukten op de vlucht doet denken aan de oude mythe van Daedalus en Icarus. Kunstenaar Daedalus bouwde vleugels van veren en bijenwas voor hem en zijn zoon zodat ze aan de dictatuur van koning Minos op Kreta konden ontsnappen. Daedalus waarschuwde zijn zoon ‘de middenkoers’ te vliegen, tussen de mist van de zee en de hitte van de zon. Icarus luisterde niet, vloog zo hoog dat de zon de was deed smelten. Hij stortte neer en verdronk. Deze parabel kan gelden voor de ongelukkige vluchtelingen die het niet haalden, maar ook voor Europa zelf. Vliegt Duitsland, dat met zijn huidige gulheid ook altijd nog Hitler wil goedmaken, moreel nu zo hoog dat het zal ‘smelten’ en neerstorten, Europa in zijn val meeslepend? Dat is de bange vraag die steeds meer mensen zich nu stellen.

Zeker is dat Merkel met haar woorden ‘Deutschland ist aufnahmebereit’ en even later, toen de stroom onstuitbaar leek te worden, ‘Wir schaffen das’, getuigde van grote moed. Maar gaf Aristoteles in zijn deugdethiek niet juist moed als voorbeeld? Te weinig moed is ronduit lafheid, maar overdadige moed is al snel roekeloosheid. De kritiek op Aristoteles is altijd geweest dat zijn richtlijn van de Gulden Middenweg in de praktijk te vaag is. Hetzelfde geldt voor het onderscheid tussen de Gesinnungsethik – of ethiek van de goede bedoelingen – versus de Verantwortungsethik – of ethiek van de gevolgen – dat Duitse sociologen een eeuw geleden maakten. Zo oordeelde Max Weber in zijn rede Politik als Beruf (1919) dat een op goede bedoelingen gebaseerde politiek weliswaar legitiem was, maar dat deze ook de gevolgen in ogenschouw moet nemen. Bovenal keerde hij zich tegen het idee dat het doel de middelen heiligt.

De uitspraak dat Europa een ‘incontinent continent’ is, is deze dagen meer waar dan ooit tevoren. Europa lekt, rammelt en kraakt, het is ieder voor zich, en net als in die ellendige vluchtboten kan de hele zaak kapseizen. Dan zou dat het meest fatale voorbeeld worden sinds 1945 van een wending die vaker is voorgekomen in de geschiedenis, die van de ‘goede bedoelingen en de averechtse gevolgen’.

Hier en daar hoor je mensen en politici, zeker in Duitsland, al schietgebedjes prevelen.


Henri Beunders is hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit


Beeld: 10 september, Goes. Rode Kruis-medewerkers bij de Welkom Winkel sorteren door burgers gebrachte schoenen op maat. Foto Marcel van den Bergh / HH.