De Barones, de Tsaar en de Keizer

Onder de 351 leden van de Labour-fractie in het Britse Lagerhuis bevinden zich interessante vrijdenkers. Zo is daar de Noord-Ierse Kate Hoey, voorzitter van de Countryside Alliance en Olympisch adviseur van de Londense burgemeester. Of neem Chris Mullin, die begin jaren negentig met succes streed voor de vrijlating van de Birmingham Six en onlangs zijn dagboeken A View from the Foothills publiceerde, waarin hij met zelfspot zijn rol in het politieke spel beschrijft. Een derde is Frank Field, een onafhankelijke geest die campagne voert voor het behoud van regenwouden, een belangrijke positie bekleedt binnen de kerk en bevriend is met Margaret Thatcher.

Na de recente muiterij had Gordon Brown de kans om zulke Kamerleden op te nemen in zijn zogeheten ‘kabinet van alle talenten’. Echter, als het aan de premier ligt blijven deze democratisch gekozen politici als toeschouwers op de achterbankjes van het parlement zitten. In plaats daarvan breekt Brown met een Britse politieke traditie, welke behelst dat het kabinet uit gekozen volksvertegenwoordigers bestaat, door politieke vrienden van buiten te benoemen. Als ze het al niet zijn, promoveert hij deze cronies tot ‘Lord’ of ‘Lady’. Vervolgens kunnen deze Ikea-aristocraten in het Hogerhuis hun beleid presenteren, zonder te worden lastiggevallen door het oppositionele gejoel in het Lagerhuis.
Zo heeft Brown Glenys Kinnock aangesteld als staatssecretaris van Europese Zaken. Zij was al ‘Lady’ omdat haar man, voormalig Labour-leider en eurocommissaris Neil Kinnock, ondanks al zijn ressentiment jegens the House of Lords, in 2005 de Lord-titel had aanvaard. Zijn bijnaam luidt inmiddels ‘Lord Windbag’. Met de benoeming van Barones Kinnock is Brown erin geslaagd ‘Europa’ nog een stuk impopulairder te maken. Terwijl Britse Kamerleden mariakaakjes, spookhypotheken en pluimveeperiodieken bleken te hebben gedeclareerd, is met Kinnock iemand aangetreden die als europarlementariër in Brussel gebruik heeft gemaakt van de Siso-tactiek. ‘Siso’ staat voor ‘Sign In & Sod Off’, oftewel op vrijdagochtend de presentielijst tekenen voor de dagvergoeding en meteen vertrekken.
Daarnaast schonk Brown een titel aan de zakenman Alan Sugar, opdat deze zijn ‘Ondernemings-tsaar’ kon worden. De 61-jarige Lord Sugar is bekend van het televisieprogramma The Apprentice, waarin jongemannen en -vrouwen via verraad, geslijm en gekonkel Sugars leerling hopen te worden. De Gordon Ramsay van de zakenwereld gedraagt zich daarbij als een pestkop. Dat kan goed van pas komen in de bunker van Downing Street, waar de premier wat afvloekt, wat begeleid schijnt te worden door rondvliegende printers en mobiele telefoons. De officieuze bunkerbaas is echter Peter Mandelson, die zich ‘Lord Mandelson of Foy and of Hartlepool’ mag noemen. Sinds het verwerven van deze prachttitel heeft ‘Lord Mandy’, zoals de pers de homoseksuele New Labour-architect plagend noemt, zoveel macht vergaard dat er al wordt gesproken over ‘Het Keizerrijk van Mandelsonia’.