Menno Hurenkamp

De basis

In Samarkand in Oezbekistan lieten we ons een paar dagen op sleeptouw nemen door een jonge kelner. Hij liet ons de stad zien en vertelde in ruil over het moeilijke bestaan in de voormalige sovjetrepubliek. Bij aankomst in Nederland lag er al een van taal rammelende brief, met des te onverwachter poëtische woorden. Dat wij koninklijk waren, ons bezoek hemels, en dat we ooit, ooit, op zijn bruiloft zouden komen. Er ontstond een eenvoudige correspondentie. Na een jaar vroeg hij wegens een veelheid aan narigheid om geld. Ik antwoordde na wat dubben dat ik wat wilde sturen, maar dat ik allerlei precieze bankgegevens nodig had. Dat is blijkbaar moeilijk, want daarover gaan nu al een half jaar brieven heen en weer.

Ondertussen is, bijna een jaar na de aanslagen in de Verenigde Staten, Osama bin Laden nog altijd in functie als baas van het terroristische netwerk. Er is althans geen reden om aan te nemen dat hij dood is. Dat is te wijten aan de zwakte van de westerse inlichtingendiensten, stelt de Indiase expert Rohan Gunaratna in het juist verschenen Inside Al Qaeda: Global Network of Terror. Doordat ze te laat onderkenden hoe gevaarlijk een aantal islamitische bewegingen waren, slaagden de CIA c.s. er niet in infiltranten verblijfsplaatsen van de kwade geest te laten verklikken. Nu Bin Laden nog leeft, is het volgens Gunaratna dan ook maar de vraag hoe lang het duurt voor al-Qaeda zijn ideologie en missie aan andere fundamentalistische cellen en groepen overdraagt. Wat in Afghanistan succesvol uiteengedreven is, is zich aan het hernemen in buurlanden in Centraal Azië, Oezbekistan niet in de laatste plaats.

Om een einde te maken aan de bedreigingen moet je de basis onder het fundamentalisme aantasten. Die strekt verder dan alleen het Midden-Oosten en Centraal Azië. Vanuit Nederland werden door Algerijnen aanvallen ingezet op Frankrijk; de «shoe-bomber» Richard Reid, die probeerde een bom in zijn schoenen aan te steken op een intercontinentale vlucht, bivakkeerde hier een tijdlang; moslimbekeerlingen geven in Nederlandse media onbekommerd te kennen graag voor Bin Laden te sterven. Gunaratna: «De Nederlandse regering deed weinig om de verspreiding van islamitische propaganda en fondswerving te controleren, en gaf op die manier stilzwijgend goedkeuring aan de verbreding van de steun voor al-Qaeda.»

Toch is repressie van het terrorisme door militairen en door inlichtingendiensten de kortetermijnoplossing, essentieel maar niet genoeg. Gunaratna toont aan dat op de langere termijn voor honderden miljoenen moslims het religieuze leiderschap van Bin Laden ongeloofwaardig gemaakt moet worden. Een Amerikaanse aanval op Irak zou die massa andermaal achter al-Qaeda scharen. Investeren in de sociaal-economische en politieke structuur van al die landen waar het fundamentalisme hoogtij viert, is het enige veilige en serieuze antwoord. Is dat riskant, omdat de middelen misschien weer in handen van de fundamentalisten raken? Straks loop ik naar de bank, maar ik weet niet hoe mijn geld in Oezbekistan terechtkomt. Houd ik daarmee iemand uit de handen van de duivel, of is mijn bevriende ober al door de bocht en stuur ik smeermiddelen aan het kwaad? Het is een kunstmatig dilemma. Als je het niet doet, is de omgekeerde redenering minstens even waar.