De basis van alle creativiteit

Een filosoof wordt min of meer geacht naar zijn eigen filosofie te leven. Daar zit iets absurds in. Je zou een fantastische levensbeschouwing kunnen ontwikkelen, maar waarom zou je daar zelf naar moeten leven? Stel, een filosoof vindt het ultieme bewijs dat God niet bestaat. Waarom zou hij dan zelf - tegen beter weten in - niet in God kunnen geloven? Wordt hij dan ongelukkiger? Misschien niet. Vinden de mensen hem dan minder betrouwbaar? So what. Hij wil op zijn manier het gelukkigst worden en dat lukt hem, in dit geval, met God. Consistentie is - waar het de mens betreft - een vreemde eis. Het is makkelijk, zeker, wanneer iemand consistent is. Maar juist omdat niets zo veranderlijk is als de mens is het vreemd om dit als ethische eis te stellen. Het omgekeerde: mens, wees fijn inconsistent,
is ook raar. Daarom moet de mens wel verantwoording afleggen. Aan wie? Eigenlijk alleen aan zichzelf. Maar wanneer hij ervoor heeft gekozen zijn opvattingen ook publiek te maken, denkt hij ook verantwoording aan het publiek af te leggen, als niets anders dan een vorm van respect en beschaving. Vervolgens kun je best tegenstrijdig met je eigen opvattingen handelen.
Je weet heel goed hoe het met je relatie verder moet, maar tegelijkertijd ga je vreemd als een hond. Als je dat zelf niet erg vindt, vooral doen.
Men wil een exemplarisch leven maar dat is eigenlijk nergens voor nodig. Je kunt betogen dat vreemd doen niet goed is, en toch vreemd doen omdat je dat domweg leuk vindt.
Ik zou me heel goed kunnen voorstellen dat ik opeens een geloof zou moeten aannemen. Het land wordt onderdrukt, mijn kinderen worden bedreigd, ik ben te laf om de straat op te gaan, en ik ben verliefd op een leuke meid - dus waarom zou ik dan niet net doen alsof ik iets geloof, terwijl ik helemaal niets geloof?
Mijn ouders waren zo.
Die deden net of ze Nederduits Hervormd waren, maar ik geloof er niets van. Na de oorlog konden ze domweg niet meer in God geloven. Ze vonden het kinderachtig om voor verschillende zaken te bidden. Maar als die oorlog niet had plaatsgevonden, vermoed ik dat ze keurig Nederduits Hervormd waren gebleven. En ik zou dat geloof dan ook hebben.
Wat maakt het uit?
Onlangs vroeg iemand mij: wat is de beste eigenschap van de mens? Ik antwoordde: dat hij kan verwarren en zelf in verwarring te brengen is. De verwarde mens kan opeens andere besluiten nemen, kan verliefd worden, kan ineens iets anders doen. Verwarring is de basis van alle creativiteit. Zonder verwarring geen avontuur en was de mensheid al uitgestorven. De vraag is: hoe breng je verwarring? Dat kan door domweg geen genoegen te nemen met de huidige situatie. Verwarring ontstaat altijd op het moment dat iemand zegt: ik pik het niet, ik wil dit niet meer. Verwarring ontstaat doordat wordt afgeweken van het normale; elk patroon moet worden doorbroken. Verwarring is rusteloos, verwarring legt zich niet neer. Verwarring is strijd. Liefde - wat het ook is - heeft ook de totale verwarring tot doel. Verwarring heeft ook iets negatiefs - wat niet minder interessant is. Verwarring zorgde voor bommen en concentratiekampen. Diezelfde verwarring kan vrede veroorzaken.
Verwarring is revolutie.
Ik zit, terwijl ik dit schrijf, naar de zogenaamde revolutie in Egypte te kijken. Wat denken deze mensen? Zijn het allemaal islamieten? Haten ze ons allemaal, of juist niet? Hoe verward zijn ze?
Wie zijn de filosofen, de denkers achter deze revolutie? Leven die naar hun eigen filosofie? Of zijn die ook schijnheilig? Of is het juist goed dat ze schijnheilig zijn?
Kun je, zoals ik geneigd ben te doen, een revolutie in dezelfde mate toejuichen als je hem vreest?
Ik verkeer in staat van verwarring.