De basisbaan

Twee jaar geleden al kwamen de CBS- medewerkers (en PvdA-leden) Luttikhuizen en Keuning met een idee dat enigszins lijkt op de ‘basisbaan’, maar dan de repressieve variant ervan. Verplicht alle bijstandsgerechtigden om voor hun uitkering te werken, waarbij zij een ‘uurloon’ krijgen gelijk aan wat ze op de markt zouden kunnen verdienen, zo betogen zij.

Een HBO'er die op de markt dertig gulden per uur schoon kan verdienen, hoeft dus maar veertig uur per maand te werken om aan de alleenstaandenuitkering van 1200 gulden te komen, een ongeschoolde moet zich voor diezelfde uitkering misschien twee of drie keer zoveel uren maatschappelijk nuttig maken. Dat de een veel langer voor zijn uitkering moet werken dan de ander, lijkt weliswaar onrechtvaardig, maar, zo betogen Luttikhuizen en Keuning, het rechtvaardige van het voorstel is juist dat het uitgaat van ‘gelijk loon voor gelijk werk’: een werkloze docente Frans 'verdient’ per uur evenveel als haar werkende collega. De vraag is natuurlijk wie bepaalt wat iemand op de markt precies waard is, maar dat terzijde.
Voordeel van het hanteren van 'marktuurlonen’ is dat de hoger opgeleiden de lager opgeleiden minder snel 'verdringen’, zoals nu bijvoorbeeld bij de banenpools wel gebeurt. De hoger opgeleiden zijn eenvoudigweg 'duurder’ doordat zij veel minder uren werken voor hun geld. Bovendien betekent het, zowel voor hoog- als laaggeschoolden, dat zij slechts parttime hoeven werken voor hun uitkering. Daarmee komt het tegemoet aan het idee dat de overheid voor die armzalige 1200 gulden nooit een volledige werkweek over iemand mag beschikken. Bovendien willen Keuning en Luttikhuizen werklozen de mogelijkheid geven om in de tijd die de uitkeringsgerechtigde overhoudt, bij te verdienen zoveel men wil. Zij combineren het 'werken voor een uitkering’ met het idee van een gedeeltelijk basisinkomen.
Geef iedereen, werkenden en niet- werkenden, een gedeeltelijk basisinkomen ter hoogte van de belastingvrije voet (werkenden en hun afhankelijke partners hebben dat al). Werklozen die bereid zijn zich aan de wensen van de uitkerende instantie te onderwerpen (een opleiding volgen, of maatschappelijk nuttige taken verrichten) krijgen daarop een toeslag, waardoor men weer op het niveau van de huidige bijstand zit. Wie niet aan die eisen voldoet, moet het doen met het mini-basisinkomen en verder maar zien hoe hij rond komt.