De ‘beautiful woorde’ van Gert Vlok Nel

Johannesburg – In Nederland is Gert Vlok Nel een fenomeen. Na de documentaire Beautiful in Beaufort-Wes, van Walter Stokman uit 2006, kon de dichtende Zuid-Afrikaanse troubadour bij de Hollanders niet meer kapot.

Gert zelf komt in de documentaire niet aan het woord. We zien en horen hem alleen gitaar spelen. Want Gert doet niet aan interviews. Dat is jammer, ik had hem graag gesproken voor mijn onlangs verschenen boek Afrikaners, een volk op drift. Het woord drifter is zeker op Gert van toepassing. In Zuid-Afrika wordt hij weliswaar een ‘ongekunsteld genie’ genoemd, maar beperkt zijn populariteit zich tot een kleine groep fijnproevers. Hier haalde hij de afgelopen maanden vooral het nieuws vanwege kinderen die hij bij verschillende vrouwen heeft verwekt en hoe hij die volgens die vrouwen zowel financieel als geestelijk verwaarloost.

Het lijkt Gert niet te deren. Afgelopen week trad hij op in het uitverkochte café Barcelona, een bar-restaurant in een Amerikaans ogend winkelcentrum in een verre buitenwijk van Pretoria. Gert was er om zijn nieuwe cd Onherroeplik te promoten, de langverwachte opvolger van Beaufort Wes se beautiful woorde uit 1998. Haastige spoed is niet Gerts ding.

Hij zit en staat op het podium, begeleid door een accordeonist, een schuchtere zangeres en Schalk Joubert die de show steelt met wonderbaarlijk melodieus spel op een zessnarige bas­gitaar. Gert, in een jack met afgeknipte mouwen, oogt als een kruising tussen een walrus en een uitsmijter. Aan aankondigingen doet hij niet.

Zijn stijl is door de jaren heen nauwelijks veranderd. De kracht schuilt in de mompelzang die zich vertraagd over de simpele gitaarakkoorden voortbeweegt, wat bij vlagen doet denken aan de Engelse folkheld Nick Drake, als die in het gruizige Beaufort Wes zou zijn opgegroeid in plaats van het groene Warwickshire. En er zijn natuurlijk die Afrikaanse woorden, die gestalte geven aan liedjes met de geur van melancholie en een vleugje hoop. Heel fraai is Waarom ek na jou roep vanaand, Gerts ode aan de zanger/dichter Koos du Plessis die zich in 1984 te pletter reed.

Na afloop staan we in de rij om Gert zijn cd te laten tekenen. Eindelijk verschijnt hij, nu in pak. Als hij mij ziet zegt hij: ‘Jy is Fred de Vries.’ Ik knik beduusd. Ik heb hem nooit gezien, laat staan gesproken. Ik zeg dat ik hem graag eens zou interviewen. Hij grinnikt en pakt het cd-hoesje. Buiten lees ik de beautiful woorde: ‘Vir Fred, wat my nooit sal interview nie. Liefde, Gert.’