De beboterde kant

Lieve M.

Eerst: hoe gaat het met de kinderen?
Ik heb de foto’s bekeken. Ze lijken me nogal verwend, en bijzonder well to do. Sla je ze wel eens? Dat is goed voor ze. Dat deed mijn vader ook. Je raakt dan namelijk gefrustreerd en een trauma in je jeugd schijnt tegenwoordig een uitstekende voedingsbodem te zijn als je voetballer, ballerina of kok wil worden. Kijk maar naar mij; ik ben geen van die drie. Dat doet me denken aan:

Tweedst: hoe gaat het met mij?
Nou, slecht. Maar ik wil je geen complexen of trauma’s, of hoe heten die dingen, aanpraten (schuldgevoelens, ja, dat woord zocht ik), maar het gaat gewoon beroerd omdat ik ongelukkig ben, en daar geen reden voor heb (in de ogen van anderen). En ik ben ongelukkig omdat ik weer zwanger ben van woede – en ik weet dat je weet hoe ik weer zwanger ben geraakt.

Ik heb trouwens weer een paar mooie boeken over de oorlog gekocht. Die troosten me. In mijn kop is het dus weer 1942 vandaag. De mannen zijn erg vermagerd en werken aan de Birma-spoorlijn. Soms hoop ik tussen de regels jouw opa tegen te komen, maar, zoals gebruikelijk laat mijn vader zich weer eens niet zien. Er is vitaminegebrek en de Japanners slaan er flink op los.

De literaire boeken die je me hebt gestuurd, lijken me heus aardig en ik wil er best wel een blik in werpen, maar ik wil gewone verhalen, hoe vaak moet ik dat nou toch zeggen, over gewone monsters en krankzinnige engelen, over de dood die slechts beschenen wordt door een enkele kaars, terwijl er buiten een koets wacht in de sneeuw waarin een prinses zit die niet binnen durft te komen, omdat dan alles uitkomt, maar ze wil toch weten hoe of wat – en ik wil niet zo’n verhaal over een jongen of een meisje die met sinterklaas een gereformeerde jeugd heeft gekregen en toen verliefd is geworden op een transgender die vluchtelingen helpt.

Ik ben oud. Weet je wat dat betekent? Dat ik ziek ben en doodga. En haat, de haat die ik voel, de haat waaraan je niks kunt doen, maar waaraan je wel van alles wilt doen, de haat wier (of wiens?) spiegelbeeld zinloosheid terugkaatst zodat je jezelf ziet als een kwak modder, die haat is het enige panacee tegen de totale verlamming die je deelachtig wordt als je in de toekomst probeert te kijken met het besef wat je in het verleden hebt gedaan.

We nemen een goed hotel en je laat mij alleen maar aan het woord

En dan te bedenken dat je erfelijk belast bent! En de kleinkinderen ook!

Die ene schrijver met wie ik je laatst zag, leek me een aardige knul, want hij lachte om mijn grapjes, terwijl ik bloedserieus was. Ik vond het een vorm van erkenning voor mijn dorpsgek-gedrag. Je zegt tegen de mensen wat je meent en ze hebben een kostelijke avond en vinden je een leuke peer. Ikzelf had het idee dat ik alleen maar zat te vloeken en onheilstijdingen aan het opsommen was, maar jij leek me ook ontspannen. En eigenlijk vond ik het wel verstandig wat ik zei.

We moeten maar weer eens samen weg. Jij laat die Goof van je thuis en ik die Sloof die bij mij woont. We nemen een goed hotel ergens in Europa en je laat mij alleen maar aan het woord tot ik uitgeraasd ben, en dan gaan we ergens lekker eten.

Ondertussen moet jij je bezighouden met de vraag die Job aan de rebbe stelde: ‘Rebbe, waarom – als mijn boterham valt – valt hij altijd met de beboterde kant naar beneden?’

Die boterham valt bij mij ook altijd met de beboterde kant naar beneden.

Het antwoord van de rebbe zal je bevallen.