De beer die over een boek vloog

IK HOU al heel lang van William Kotzwinkle. Voor zover ik weet zijn er nog drie mensen in Nederland die van zijn bestaan weten. Een daarvan ontmoette ik op een regenachtige dag bij de uitverkoop, toen ik tien exemplaren van Kotzwinkles The Fan Man uit een kartonnen doos viste, om uit te delen aan vrienden die zeiden dat ze al zo lang niks goeds hadden gelezen. Een man met een druipende lange regenjas staarde humeurig naar de stapel boeken onder mijn arm en zei: ‘Doctor Rat is veel beter.’

‘Dat weet ik’, zei ik. 'Dat heb ik ook gelezen.’
'Een schokgolf uit de toekomst’, zei hij. 'De kruistocht van een knaagdier tegen de vivisectie.’
'Ja, dat weet ik’, zei ik. 'Ik heb alles van hem gelezen.’
De andere twee belden me ’s(nachts om een uur of drie. 'Ik heb net jouw boek gelezen’, zei een vrouwenstem. 'En Menno ook.’
'Wie is Menno?’ vroeg ik.
'Menno ligt hier naast me. Hij moet eigenlijk naar huis, naar zijn eigen vrouw, maar hij heeft geen zin om te gaan.’
'Wat vond hij van mijn boek?’ vroeg ik. Het was eruit voor ik mezelf eraan kon herinneren dat zoiets vragen erg ijdel is.
'Hij vond dat citaat zo goed dat je gebruikt had. Van die Kotzwinkle. Hoe ging dat ook weer?’
’“The trombone and saxophone are gut musicians, man, go anywhere, play anything, not afraid to leap around with their axes, man, they don’t give a damn, they’ve been shuffling around spaced-out for ages, man, the trombone sounds like an old hippopotamus, man, saying good morning.” Dat is uit The Fan Man.’
'Ja, zoiets was het’, zei ze dromerig. 'Die schrijft goed, die Kotzwinkle.’
'Vertel mij wat’, zei ik.
THE FAN MAN was het eerste boek van Kotzwinkle dat ik las, het verhaal van de geniale oer-hippie Horse Badorties en zijn missie: het formeren van een Liefdeskoor van veertienjarige maagden. Toen ik het uit had, wist ik alles over de jaren zestig wat iemand moet weten. Meteen daarna las ik Doctor Rat, een gruwelijke fabel over een dierproevenlaboratorium, met in de hoofdrol dokter Mengele gereïncarneerd in een knaagdier. Daarna Jack in the Box, dat ik een tijd lang beter vond dan Catcher in the Rye, al gaat het over hetzelfde onderwerp, een jongen die het verdomt om op te groeien, omdat niemand hem kan uitleggen wat daar de zin van is.
Deze romans hebben Kotzwinkle in Amerika enige faam gebracht, maar slechts bij een beperkt publiek. In elk van zijn boeken wijst de uitgever dan ook op Kotzwinkles underground popularity. Echte bekendheid kreeg Kotzwinkle pas door het schrijven van E.T., gebaseerd op het script van de film. E.T. is een boek dat je ongelezen kunt laten, maar het heeft Kotzwinkle wel genoeg geld bezorgd, naar ik hoop, om zich verder zorgeloos aan het schrijven te kunnen wijden.
In ieder geval heeft het hem de stof geleverd voor zijn laatste roman, The Bear Went over the Mountain. De gefrustreerde hoogleraar Arthur Bramhall trekt zich terug in de bossen van Maine om een roman te schrijven. Als hij het boek af heeft, brandt zijn blokhut af, met manuscript en al. Hij begint opnieuw en schrijft, gelouterd door het verlies, een roman met de titel Destiny and Desire. Wijs geworden verbergt hij het manuscript onder een boom, voordat hij de stad ingaat om zijn succes te vieren. Hij heeft niet in de gaten dat hij bespied wordt door een grote bruine beer. Zodra de schrijver zijn hielen heeft gelicht, graaft de beer het boek op. Hij is teleurgesteld als het niet eetbaar blijkt, maar dan wordt zijn aandacht getrokken door een regel op de eerste bladzijde. ’(“Wacht”, zei hij bij zichzelf, “dit is helemaal niet slecht.” Er was veel seks en een hoop over vissen, met rake en evocatieve details. “Dit boek heeft alles”, concludeerde hij.’ De beer neemt het manuscript tussen zijn tanden en gaat op weg naar de stad. Op zoek naar een uitgever.
Wat volgt is de meest briljant georkestreerde media-hype die Amerika ooit heeft gezien. Slimme redacteuren en agenten zien in Hal Jam (naam gepikt van het label van een pot jam) een nieuwe Hemingway. 'Jager, avonturier, larger than life, een man van actie die weet hoe hij een liefdesverhaal moet vertellen.’ Dat hun schrijver af en toe terugvalt in oude gewoonten (zijn rug krabben aan deurposten, in volle restaurants op zijn rug rollen) maakt hem des te interessanter voor de media. Als hij een vijver in Central Park induikt en een speelgoedonderzeeboot tussen zijn tanden vermaalt omdat hij denkt dat het een vis is, denkt zijn pr-vrouw: 'Een beroemdheid die kinderspeelgoed vernielde kón interessante publiciteit opleveren, als het op de juiste manier gebracht werd. “Deed je het omdat je vindt dat kinderen geëxploiteerd worden door de speelgoedindustrie?”’
Binnen een mum van tijd is het boek gekocht door een uitgever, zijn de filmrechten voor vele miljoenen ondergebracht, staan de talkshows in de rij en is de buzz over het boek oorverdovend. Iedereen die zich ooit bezig heeft gehouden met het publiceren van boeken, weet dat de buzz, de geruchten, een boek kunnen maken. 'Boeken waren altijd een vraagteken, want boeken waren maar boeken, maar buzz kon je vertrouwen. En de buzz over Hal Jams boek was luid.’
HET MEEST opmerkelijke in Kotzwinkle’s boek is niet dat een beer kan praten of lezen, of zich met succes in de mensenwereld kan bewegen. Zoals bij alle grote schrijvers neem je dat aan omdat hij het zegt. Wat veelzeggender is, is hoe hij aanschouwelijk maakt dat, met de juiste publiciteit, élk boek gemaakt kan worden. Het maakt niet uit of een boek goed is of niet. Kotzwinkle heeft dan ook een hoofdrol gegeven aan een manuscript dat niemand gelezen heeft, zelfs de (zogenaamde) schrijver niet. Destiny and Desire wordt een daverend succes, na een legendarische boekpresentatie 'in een oud warenhuis, dat uitgebeend was om de nieuwste, hipste disco te huisvesten’, na juichende recensies vooraf en 'enthousiaste citaten van bekende schrijvers die Hal Jam in hun midden verwelkomden.’ Tot grote vreugde van allen wordt Hal Jam ook nog aangeklaagd (door de hoogleraar die eigenlijk het boek geschreven had) en het daarop volgende proces wakkert de publiciteitsstorm aan tot recordhoogte. De beer is binnen.
Intussen is er niemand die het boek gelezen heeft, zeker niet de mensen die zich bezighouden met de promotie. 'Hoewel ze het manuscript niet had gelezen, het lag al dagen op haar bureau in afwachting van een flaptekst, had ze er toch een bepaald gevoel voor gekregen, telkens als ze haar koffiekop erop zette.’
The Bear Went over the Mountain is, kortom, verplichte stof voor iedereen die gelooft in de onafhankelijkheid van schrijvers en de zuiverheid van de literatuur.