De begrafenis van ‘echte film’, Discordia speelt Hardop en meer tips van onze kunstcritici

Onze critici verzorgen wekelijks een selectie uit het kunstaanbod. Deze week o.a. een documentaire over het einde van ‘echte film’, de Vara-reeks De Arabische storm: Vijf jaar na de lente en Discordia speelt Hardop.

Medium e teamdoc

TELEVISIE - Walter van der Kooi

Afgelopen woensdag begon de driedelige Vara-reeks De Arabische storm: Vijf jaar na de lente. Verslag van een reis die Sinan Can en Thomas Blom geografisch maakten door het Midden-Oosten en chronologisch van Mohamed Bouazizi, die zichzelf in 2011 in Sidi Bouzid (Tunesië) in brand stak na het in beslag nemen van zijn koopwaar, gevolgd door vernedering en mishandeling door de corrupte politie – tot aan Syrië en de IS. Fragmenten waren te zien bij DWDD waar het koppel aan tafel zat; en bij een persconferentie in De Balie. Het is lastig schrijven over documentaires waarvan je alleen een in stukjes opgedeelde trailer zag. Maar natuurlijk is zo een project (en investering) ook ongezien de moeite waard. In een paneldiscussie tijdens de persconferentie verschilden aanwezige deskundigen van visie over oorzaken, te verwachten ontwikkelingen, mogelijke of nodige strategieën tegen radicaal extremisme. Maar werd vooral het Westen opgeroepen niet in de oorlogsretoriek van IS mee te gaan. Dat er zoveel Tunesische jongeren naar het kalifaat trekken, terwijl hun droom voorheen Europa betrof, werd deels verklaard door gebrekkige islamkennis in Tunesië – erfenis van Bourguiba’s agressief secularistische politiek. Het beeld van een groep jongemannen, onzeker en van mening verschillend over de ‘ware islam’ en de zuiverheid van IS, maakte in elk geval veel duidelijk. ‘Aardige jongens’, al zeg ik het zelf, maar zonder enig perspectief en met een hang naar gerechtigheid en zingeving. Ideaal doelwit voor perfide tovenaars. Alleen al een interview met de kleindochter van Said Qutb, de oprichter van de Egyptische Moslimbroederschap, is de moeite van het kijken waard. Is de MB grondlegger van al-Qaeda of tegenstander van terreur? Steun de Derde Weg, was de oproep van de deskundigen richting ‘het Westen’ – oftewel die groepen die tussen extremisme van islam en militaire dictatuur een civil society nastreven. Ze bestaan en kunnen niet zonder steun.

Thomas Blom, Sinan Can, De Arabische storm, Vara, woensdagen 27 januari, 3 en 10 februari, NPO 2, 20.25 uur

Om in de regio en bij verwante problematiek te blijven: Human brengt de bekroonde documentaire E-Team over een afdeling van Human Rights Watch die ter plaatse mensenrechtenschendingen minutieus boekstaaft. In dit geval in Libië en Syrië. In brandhaarden dus en tegen de wil van strijdende partijen, machthebbers en rechtenschenners. Mede daardoor met extra gevaar voor eigen leden en leven. De twee filmers nemen dus dezelfde risico’s als de vier Teamleden die ze bij hun werk volgen, van illegale grensoverschrijding Turkije-Syrië tot interviews met gebombardeerden die tijdens het interview opnieuw bestookt worden. ‘Oorlog is de hel, dat hoeven wij niet te vertellen’, zegt het echtpaar Anne Neistat en Ole Solvang. ‘Onze rol is duidelijk te maken wat er in dit dorp precies is gebeurd.’ En inderdaad: met ‘erg he?’ schiet je weinig op. Het zijn hun gedetailleerde rapportages die soms effect hebben. Zoals in Syrië waar gebruik van chemische wapens door hun expertise is aangetoond. En daarna (voorlopig?) gestopt. Een vrouw, van wie twee zoons zijn vermoord en verbrand door Assads militairen, is eerst erkentelijk voor het aanhoren van haar verhaal. Als haar verdriet de overhand neemt vraagt ze zich wanhopig af wat die woorden en papieren in godsnaam helpen. Maar misdaden tegen de menselijkheid moeten niet verzwegen, ook niet als het er ontelbare zijn. Indrukwekkend.

Kathy Chevigny, Ross Kaufman, E-team: Oorlog is de hel, Human 2Doc, woensdag 3 februari, NPO 2, 22.55 uur.

Een minder gruwelijke tip. Tot de grote vreugden van het vaderschap hoorde het voorlezen van het Verzameld Werk van Astrid Lindgren. Waarbinnen dochter en ik Karlsson van het dak als het absolute hoogtepunt ervoeren. Dit ventje, naar eigen zeggen ‘een man in zijn beste jaren en net dik genoeg’ behoort tot de meest grandioze karakters in de wereldliteratuur. En dat niet omdat hij een helikopterschroef in zijn rug en een startknop op zijn buik heeft, maar omdat hij zowel onuitstaanbaar als onweerstaanbaar is – en een gouden vriend voor kleine Erik die in zijn zolderkamertje af en toe een beetje eenzaam is. Trouwens, huishoudster juffrouw Mus is met haar gehaktballetjes ook al een onvergetelijk personage. Enfin, wie bewondert het Zweedse genie niet? Over haar is een Zweedse documentaire op komst in Het uur van de wolf, NTR, garantie voor kwaliteit. Die laatste toevoeging omdat ik hem niet heb kunnen zien, maar hem absoluut niet wil missen. Dagboekfragmenten, foto’s, films van en over een uitzonderlijke vrouw. De lichtheid van haar werk is bepaald geen spiegel van de zwaarte van haar leven, maar, zei ze, ‘ik heb me nooit door tegenstand laten weerhouden’. Het persbericht belooft dat de film ook een prachtig tijdsbeeld van Zweden in de eerste helft van de twintigste eeuw geeft.

Kristina Lindström, Astrid, NTR, donderdag 4 februari, NPO 2, 22.55 uur.

Medium astridlindgren

FILM - Gawie Keyser

Op het International Film Festival Rotterdam zullen films worden vertoond, maar er zal, voorzover bekend, geen enkele filmvoorstelling plaatsvinden. Het verschil tussen ‘vertoning’ en ‘voorstelling’ illustreert het einde van een tijdperk: fysieke film in de vorm van 35 mm- of 70 mm-print heeft definitief plaatsgemaakt voor digitale film. In de meeste bioscopen worden films niet meer ‘gedraaid’, ze worden ‘afgespeeld’. Wat betekent: je stopt enen en nullen in een digitale projector en drukt op een knopje. Het verschil tussen de nieuwe situatie en de oude – film-als-voorstelling – lijkt klein, maar het is in werkelijkheid enorm, zoveel dat je gerust kunt spreken van de begrafenis van iets waardevols. Om deze reden noemde de Amerikaanse documentairemaker Peter Flynn zijn nieuwe film zo dramatisch The Dying of the Light.

In de laatste maanden is het debat over ‘echte film’ versus digitale film scherper geworden, vooral dankzij Quentin Tarantino’s The Hateful Eight, dat op echte film gedraaid werd en inmiddels met groot succes in diverse steden over de hele wereld op 70 mm te zien is, onder meer in filmmuseum EYE in Amsterdam waar deze voorstellingen volle zalen trekken. In Flynns film is zelfs te zien hoe technici, in opdracht van Tarantino, een stuk of tien 70 mm-projectoren restaureren. In sommige gevallen gaat het om het bijeenrapen van verroeste onderdelen om een nieuwe projector te bouwen, zoals ‘het monster van Frankenstein’, aldus een geïnterviewde in The Dying of the Light.

Het uitgangspunt van deze parel van een film is simpel: wat speelde zich allemaal af in de cabine van de klassieke filmoperateur? In Amerika speurde Flynn de geschiedenis van de film palaces na, enorme kathedralen van bioscopen die ruwweg tussen de jaren twintig en vijftig werden gebouwd. Deze bioscopen zijn vandaag de dag meestendeels bouwvallen; ze zijn omgebouwd tot parkeergarages of concerthallen of kerken. Soms zijn de projectiecabines er nog. In de documentaire vormen deze ruimtes als het ware archeologische locaties waar de regisseur samen met de operateurs van weleer speurt naar artefacten van een voorbij tijdperk: oude projectoren onder vele lagen stof, flinters film op de grond of op tafels waar ijzeren apparatuur staat waarmee kapotte stroken aan elkaar werden geplakt, vergeelde programmaboekjes en, soms, op de muur de namen van de ‘bewoners’ van de cabines gekrabbeld, anonieme figuren die jarenlang hier de voorstellingen verzorgden.

‘We waren net de tovenaar uit The Wizard of Oz’, zegt een van de vele operateurs die in de film over hun leven met echte film vertellen. Dat de miljoenen bioscoopgangers die in de film palaces over de jaren heen nauwelijks aandacht hadden voor de bron van de magische voorstelling op het scherm lijkt deze mannen (een enkele keer is er een vrouw bij) weinig uit te maken. Terwijl ze praten krijg je soms het idee dat ze de voorstellingen zouden hebben gedraaid ook al zat er niemand in de zaal.

Nu te zien op het International Film Festival Rotterdam

TONEEL - Loek Zonneveld

De houten speelvloer heeft een klein opstapje bij de deur en een even klein afstapje bij onze stoelen. Je merkt het nauwelijks en toch is het podium daardoor een verhoog. Met een kleine, hoge en steile wand in het midden, vol ‘ingelijste’ krantenpagina’s. De buitenwereld in een toneelmuur. Hier, om die wand heen, is de kunstmatige binnenwereld. Hier is het relatief veilig genoeg om hardop te denken, de gedachten te doen uitwaaieren, uitwapperen wellicht, in ieder geval: het hardop denken de (kale) ruimte te laten. Het is hun eerste avond, van Hardop, een nieuwe toneelontmoeting van en met Maatschappij Discordia. En tijdens zo’n eerste avond is nieuw ook echt nieuw, de eerste schreden zijn aarzelend, er is nog overleg. Misschien staat de avond ook wel in het teken van de schoonheid in de aarzeling. Ergens stelt een van de toneelspelers vast dat hij van zowel de schoonheid als van de aarzeling zodanig stijf staat in het toneelspelen dat hij zich nauwelijks nog bewegen kan. En daarom juist even moet bewegen, wég van die ene plek waar alles zo vast begon te zitten, terwijl het ook zo schoon was daar, mooi en zuiver en rustig.

Medium webtippp

Daar lijkt de avond ook over te gaan. De blote, de onbedekte, de niet-bedachte aanwezigheid op een houten plankier, slechts voorzien van een verhaalflard, een tekst, een gebaar, het lijf. De angst of het wel kan wat je daar staat te doen, en tegelijkertijd de ongecensureerde drift om juist dat te doen. En daaraan gepaard ook weer de ontluikende schaamte of het wel iets is, iets voorstelt. Het kwetsbare nabootsen… nabootsen … het woord rolt opeens even zodanig nadrukkelijk over de vloer dat je als toeschouwer ernstig gaat bepeinzen of het van boetseren komt, of toch uit een andere bron. Er is een nieuw jong gezicht bij, Bartel Jespers heet hij. Hij komt uit een project waar hij, in een ‘romantisch bedrijf’ niet zo lang geleden wereldrepertoire speelde, met collega’s van het Conservatorium in Antwerpen, met Jan Joris Lamers van Discordia als begeleider, vormgever, adviseur. Hij opent de avond, bijna fluisterend, tot aan crescendo, met een tekst over het spiegelen van het eigen gelaat, de eigen tengere gestalte, als bron van aanmoediging, reflectie, zelfhaat, twijfel? Waarover wij, verbaasde kijkers, na afloop in de beregende steeg bij het theater, speculeren of het nu Oscar Wilde was, of toch Huysmans. Maar dat is ook spel, dat raden, dat doet er niet toe. Hij toverde met die zinnen en hij, Bartel Jespers, speelde ermee of hij hier al jarenlang rondloopt. En hoe hij dat boek vasthield, koesterde bijna, hoe schoon was dat!

Tsjechov passeert, in een verhaal, over Sachalin? Maar ook met zijn testament uit 1901. En met de vraag wat die champagne op zijn sterfbed in het kuuroord Badenweiler nu precies betekende. Genot, zoals de mythe van famous last words ons vertelt? Of toch gewoonte, van de behandelende Duitse artsen? De wonderschone brieven aan een jonge dichter van Rilke komen voorbij, in een citaat waarvoor de tijd wordt genomen, en waarvan je de regels proeft gelijk een goede wijn die als een engel over je tong danst. En er is een ontroerend stille toespraak van een oude toneeldirecteur tot zijn toneelfamilie. Van de afgeleefde toneelspeler die alleen nog de Geest van Hamlets vader speelt. Het is alsof de oude Lamers zijn eigen troepen troostend toespreekt. Of hoor ik ook echo’s van Ingmar Bergmans stamvader uit de eerste acte van Fanny en Alexander? Over de vloer zwerft oud jutterhout, door honderden jaren zilt water gewassen, hout dat veel gezien heeft, hout van het schip uit het Tsjechov-verhaal misschien ook. De kwetsbaarheid van het herinneren en het (na)spelen van de herinnering – gaan niet alle voorstellingen van Maatschappij Discordia daarover? Het houdt ook Hardop bij elkaar.

Op de fiets naar huis denk ik aan Gunnar Björnstrand. Die in Bergmans laatste opus magnum zingt And the rain it raineth everyday van Touchstone in Shakespeare’s Driekoningenavond, in een bui van kunstregen, met een paraplu opgestoken en een brandend kaarsje op zijn door het leven getekende kale kop. Hij moet het in de documentaire over het maken van die film wel tien, elf, twaalf keer overdoen van Ingmar Bergman. Het wordt iedere keer brozer. Tragischer. Mooier. Waarom die associatie? Ik weet het werkelijk niet. Het overkomt me zo enorm vaak na een voorstelling van Discordia. Ga maar kijken. Vanavond is het vast weer allemaal helemaal anders.

Hardop is t/m 6 februari te zien in Frascati 3, theaterfrascati.nl


Beeld:(1) filmstill E-team (www.human.nl); (2) Astrid Lindgren (www.ntrv.nl); (3) Hardop (Bert Nienhuis)