De bekende woorden

Wij leven in een literaire wereld, en wij weten het. Woorden doen er toe, en als dubbelzinnigheid een kenmerk is van goede literatuur, dan zijn er gouden tijden aangebroken voor schrijvers en critici en lezers.

Merk op dat zelfs in het woord ‘gouden’ een verborgen betekenis mee-resoneert sinds de verbeelding van de wereld gevoed werd met een verhaal over Russische hotelbedden en een toekomstige president. Of het waar is weten we niet, dat het een rol speelt is zeker.

De uitgaande president, Obama dus, ontving in zijn laatste week als Witte Huis-bewoner vijf van zijn favoriete schrijvers. Dit zijn ze: Dave Eggers, Colson Whitehead, Zadie Smith, Barbara Kingsolver, Junot Díaz. Na afloop liet hij zich interviewen door de belangrijkste boekbespreker van The New York Times. Hij vertelde dat hij in zijn ambt vaak meer had gehad aan fictie dan aan non-fictie om de werkelijkheid te begrijpen. Geen uitspraak waar je onmiddellijk applaus voor krijgt, dus ik geloof dat hij het meende.

Gebruikelijker onder politici en andere mannen die zichzelf belangrijk vinden is dat ze neerkijken op verzinsels. Sprookjes en versjes, dat is meer iets voor kinderen. Grote mannen lezen bij voorkeur biografieën, liefst van andere grote mannen. Vermoedelijk met de gedachte dat die meer waarheid en meer werkelijkheid bevatten.

Dat is natuurlijk niet zo. Alles wat tot een verhaal wordt gesmeed is een keuze en daarmee subjectief. Maar een geschiedkundig werk, een reportage of een biografie vestigt daar meestal zelf de aandacht niet zo op. Een roman of een gedicht doet dat wel. Altijd. En nodigt dus ook altijd uit om na te denken over wat een woord betekent, wat de context ermee doet, hoe het zich draait en licht vangt of juist de schaduw zoekt, hoe het verandert met de tijd en met de stemming van de lezer.

Het lezen van fictie is per definitie kritisch lezen. Er is niets tegen ‘opgaan in het verhaal’ zolang het duurt, maar daarna moet je er toch echt weer uit om het zijn plaats in de wereld te geven. Die wereld zal dan veranderd zijn.

Je hoort wel eens zeggen dat het lezen van romans de empathie bevordert. Ook waar. Maar het laat toch vooral zien dat dezelfde woorden verschillende betekenissen kunnen hebben.

Ik moest hieraan denken toen ik onlangs uren aan mijn schermpje gekluisterd zat om de live stream mee te maken van een bijeenkomst in Koblenz van rechts-nationalistische leiders. Je hoort wel eens dat we in een beeldcultuur leven, maar er was niet veel te zien: vooral potsierlijk gezwaai met allerhande vlaggen.

Maar de woorden, de woorden waren fascinerend.

Europa moest bevrijd worden uit ‘de gevangenis van de Europese Unie’ en wel door de grenzen te sluiten en de talen weer los te maken van de verbinding door het Engels. Dan krijgen we een nieuwe Renaissance waarin de kunsten en de literatuur weer bloeien dankzij ‘de diversiteit van onze culturen’. Dat zei Marine Le Pen van het Front National.

Men zegt wel dat het lezen van romans de empathie bevordert

Frauke Petry van de AfD gaf een schets van de Europese beschaving vanaf de oude Grieken en haalde Nietzsche aan om te waarschuwen voor mensen met goede bedoelingen. In haar partijprogramma staat dat het onderwijs minder eenzijdig aandacht moet besteden aan de holocaust.

Geert Wilders pleitte voor herstel van de ‘humanistische joods-christelijke waarden’. Dat doen we door strijd te voeren tegen ‘de boodschappers van het kwaad’: universiteiten, kerken, vakbonden, politici, de media.

Hij haalde Vaclav Havel aan, iets wat ik hem in Nederland niet zo snel hoor doen. Zoals ik ook niet verwacht dat hij hier veel bijval krijgt voor zijn stelling dat Europa een ‘sterk en trots Duitsland’ nodig heeft en dat ‘de geschiedenis’ nu van Duitse patriotten vraagt om het avondland van de ondergang te redden.

‘Alweer?’ kon ik niet nalaten te denken.

Ruim een jaar geleden kocht ik een aantal gebruikte boeken van bedenkelijk allooi. Onder andere de Cultuurpolitieke Redevoeringen van NSB’er dr. Tobie Goedewaagen, de radiopraatjes van Max Blokzijl, het kinderboek Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler. Louter opgewekte, idealistische lectuur.

Het was niet zomaar een boekwinkel waar ik mijn aankopen deed. Het was het vrijwel verlaten informatiecentrum van Kamp Westerbork op een mistige dag in december. Ik mompelde verontschuldigingen toen ik de stapel bruine literatuur op de toonbank legde. Vroeg waar de boeken vandaan waren gekomen.

Ze kwamen uit de bibliotheek van Jules Schelvis, zei de mevrouw achter de kassa. Hij wilde niet dat ze verloren zouden gaan.

Schelvis werd in 1943 vanuit Westerbork op transport naar Sobibor gezet, waar zijn vrouw werd vermoord. Pas decennia later, na zijn pensionering, begon hij te schrijven over zijn kampervaringen.

Maar lezen wat zijn beulen beweerden, dat deed hij kennelijk al zijn hele leven.

Wie de woorden van zijn vijanden namelijk niet goed begrijpt, loopt het risico dat hij zich op een gegeven moment met huid en haar in hun ondubbelzinnige werkelijkheid bevindt.