De Belgische regering is nog nooit zo divers geweest

Brussel – Het wonder is geschied. Na bijna vijfhonderd dagen heeft België een federale regering. Het kostte vijf informateurs, zes preformateurs, drie koninklijk opdrachthouders en twee formateurs, maar dan was ze daar eindelijk: de coalitie-Vivaldi.

Maar liefst zeven partijen van socialisten, liberalen, groenen en christen-democraten gaan samen op federaal niveau besturen. In een land dat zo verdeeld en politiek versnipperd is, wordt dat nog een opgave. Tijdens de verkiezingen in mei 2019 stemden de Walen overwegend links en de Vlamingen rechts-nationalistisch. Toch zitten de twee grootste Vlaamse partijen, N-VA en Vlaams Belang, nu in de oppositie. De regering-Vivaldi heeft daardoor een minderheid aan Vlaamse kant. Als compromis krijgt België daarom voor het eerst in tien jaar weer een Vlaamse premier.

De liberaal Alexander De Croo, die in 2018 nog het boek De eeuw van de vrouw: Hoe feminisme ook mannen bevrijdt schreef, waarin hij voor een vrouwenquotum voor ministersposten pleitte, voegt meteen de daad bij het woord. Nooit was een federale regering zo divers: meer vrouwen, meer kleur en meer jong bloed.

De helft van het kabinet is vrouw. Een derde heeft een migratieachtergrond. En de gemiddelde leeftijd is 44 jaar. Ook opvallend: Petra De Sutter wordt de eerste trans vrouw op een ministerspost. De Croo wil met zijn team vol nieuwe gezichten breken met de chaos van de afgelopen maanden en opnieuw beginnen.

Het regeerakkoord is een typisch Belgisch document geworden: een compromis met vage taal waarbij een deel van de beslissingen wordt uitgesteld en geen enkele partij zegeviert. Toch zijn er ook een paar kleine overwinningen. Zo wordt het minimumpensioen opgetrokken, tot vreugde van de socialisten. De liberalen kunnen zichzelf op de borst kloppen voor investeringen in veiligheid en justitie. En de groenen kunnen dan weer opgelucht ademhalen dat de kernuitstap wordt doorgezet en bedrijfswagens tegen 2025 emissievrij moeten zijn.

De regeringsperiode met zoveel partijen uitzitten wordt al een uitdaging, maar de grootste zorg voor Vivaldi wordt het niet verder laten ontsporen van het hallucinante begrotingstekort. Naar schatting kijkt België naar een tekort van 24 miljard euro, oftewel vijf procent van het bruto binnenlands product, voor 2021. In tijden van politiek wantrouwen en een pandemie die de economie en de sociale ongelijkheid verder onder druk zet, heeft België sterk leiderschap nodig. Het is maar de vraag of Vivaldi dat kan bieden.