Lijsttrekkersverkiezingen CDA

De belofte van een koerswending

Nee tegen Baudet, een eerherstel van de overheid, een lijsttrekker met liefde voor de grote stad. Met de verkiezing van Hugo de Jonge als leider slaat het CDA nieuwe wegen in.

Hugo en Mireille de Jonge (links) en Pieter Omtzigt met zijn vrouw Ayfer Koç. Den Haag, 15 juli © Robin Utrecht / ANP

‘Nipte zege Hugo de Jonge brengt nog geen rust in het cda’, kopte NRC Handelsblad nadat de cda-leden minister De Jonge met het minieme verschil van 258 stemmen als lijsttrekker hadden verkozen boven Tweede-Kamerlid Pieter Omtzigt. De nos legde de uitslag uit als een teken van blijvende verdeeldheid in het cda. Trouw sprak in zijn commentaar de hoop uit dat de ‘eigenwijze’ Omtzigt zich ‘dienstbaar’ zal opstellen. ‘Aan Hugo de Jonge de opdracht de eenheid te herstellen.’

Al sinds het cda half juni besloot zijn leden de lijsttrekker te laten kiezen, was de teneur in de politieke journalistiek dat de partij daarmee onnodige risico’s nam: daar zouden maar onrust en hommeles van komen. Voor veel waarnemers van de Haagse politiek, die op tv voorop, is een partij waar je het minst merkt van debat of koersdiscussies een partij waarmee het goed gaat.

In dat licht is een politieke groepering waarvan de leider applaus en adoratie van de leden verwacht er beter aan toe dan een partij die haar leden het laatste woord geeft over de keuze van de lijstaanvoerder. Naar dezelfde maatstaf gemeten komt een Kamerlid dat zijn controlerende taak ernstig neemt en de regering op de huid zit, zoals Omtzigt doet, te boek te staan als ‘eigenwijs’, ‘anti-establishment’ of zelfs ‘rebels’, alsof hij gehoorzaamheid aan de zittende macht is verschuldigd.

Vrees voor een beeld van onrust en verdeeldheid in de media maakt ook politici soms bunzig voor de eigen partijdemocratie. ‘Mensen stemmen niet op een partij die met zichzelf overhoop ligt’, verwoordde Maxime Verhagen de irritatie bij de toenmalige cda-leiding over leden die ook na de vorming van die omstreden coalitie bleven opponeren tegen de regeringssamenwerking met Geert Wilders’ pvv. Om dezelfde reden zag hij niets in een partijdebat over de politieke koers. Dat deed hij af als een ‘studeerkameroefening’ van cda’ers die met hun ‘hoogverheven morele gelijk’ de eenheid van de partij zouden bedreigen.

Die uitspraken van Verhagen zijn exemplarisch voor de eenheidsdwang binnen politieke partijen. In 2003 legde de politicoloog Bart Tromp al eens de vinger op dat fenomeen. In het boek Politieke partijen op drift schreef hij dat partijen zich blindstaren op de eigen logica van de Haagse binnenwereld, die inhoudt dat een gunstig beeld in de media bepalend is voor winst of verlies. Dat verklaarde de angstvalligheid in het bewaren van de eenheid. Volgens Tromp zijn partijen onder die invloed getransformeerd in campagneorganisaties, strak geleid door beroepspolitici en een professionele staf, die het als een compliment beschouwen als de buitenwereld ze ziet als een ‘geoliede machine’.

De enige kandidaat-lijsttrekker die wilde samenwerken met FvD werd weggestemd

Dan helpt het niet als de politieke journalistiek overeenkomstig de mores van de Haagse binnenwereld opereert en de lijsttrekkersverkiezingen van het cda voornamelijk beschrijft als riskant voor de eenheid of als een bedreiging van de ‘rust’. In de verslaggeving over de verkiezingen was de journalistieke energie vooral gericht op het blootleggen van verdeeldheid, dus op mogelijke tegenstellingen tussen Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt. De overeenkomsten tussen beiden en de politieke signalen die zijn vervat in hun campagne kregen minder aandacht, hoewel die politiek van zwaarder gewicht zijn.

Het eerste signaal om in het hoofd te knopen voor de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen na de zomer is dat de cda-leden een afkeer hebben van een regeringscoalitie met Forum voor Democratie (FvD). Mona Keijzer, de enige kandidaat-lijsttrekker die de mogelijkheid van regeringssamenwerking met de partij van Thierry Baudet openhield, werd weggestemd. Zij maakte van de FvD-leider een onschuldige kwajongen, door diens haattaal te relativeren tot onwelvoeglijkheden waarvoor hij ‘zijn mond moest spoelen’.

De Jonge was expliciet in zijn afwijzing: het cda gaat landelijk geen regeringssamenwerking met Baudets partij aan. Met zo’n coalitie zou het cda zijn eigen ‘geboortepapieren’ verscheuren, zei hij in Trouw. ‘Het zou een compromis zijn met onszelf, met wie we zijn.’ Omtzigts ‘nee’ tegen het FvD was minder onomwonden, maar politiek wel sluwer: hij constateerde dat Baudet zélf het cda buitensluit, door de christendemocraten te rekenen tot de ‘cultuur-marxistische linkse mainstream’ die uit is op ‘de vernietiging van Nederland’. Zo heeft hij Baudet in een defensieve positie gemanoeuvreerd. De FvD-leider moet nu uitleggen hoe geloofwaardig het is dat hij Nederland wil regeren met een partij die de ‘vernietiging’ van dat land nastreeft.

Qua politieke geslepenheid is Omtzigts manoeuvre vergelijkbaar met het ‘sneu’ waarmee de nummer één van D66, Sigrid Kaag, Wilders van zich afschudde nadat hij in een scheldpartij op haar was uitgebarsten. Hoewel bij Omtzigt de deur nog op een klein kiertje staat, is het moeilijk denkbaar dat hij het FvD ooit alsnog omarmt als potentiële coalitiepartner. Hij zou daarmee het effect van zijn eigen tactische zet tenietdoen en bovendien onherroepelijk in conflict komen met de nummer één, De Jonge. Dat zou het cda een nieuw trauma bezorgen, tien jaar na de splijtende partijstrijd over het politieke verbond met de pvv.

De politieke betekenis van het ‘nee’ tegen Baudet is dat de bestuurlijke samenwerking die het cda dit voorjaar in Noord-Brabant met het FvD aanging geen precedent is. Oud-vvd-leider Hans Wiegel liet geen gelegenheid voorbijgaan de Brabantse coalitie met ‘mijn vriend Baudet’ aan te bevelen als een voorschot op een landelijke, maar dat is een verlangen naar het onmogelijke nu de nieuwe cda-leider zijn principiële grens tegenover extreemrechts heeft getrokken. GroenLinks-leider Jesse Klaver rook meteen zijn kans. ‘Een kabinet over rechts is hiermee uitgesloten’, twitterde hij na de verkiezing van De Jonge. Gretig: ‘Ik kijk uit naar onze samenwerking.’

Na De Jonge’s verkiezing twitterde Jesse Klaver gretig: ‘Ik kijk uit naar onze samenwerking’

Een tweede politiek signaal dat is te destilleren uit de campagne van De Jonge en Omtzigt is dat de overheid bij het cda weer in hoger aanzien staat. De vorige cda-leider, Sybrand Buma, volgde nog de calculerende neoliberale logica dat de overheid een kostenpost is waarop zoveel mogelijk moet worden besnoeid. ‘Een kleinere overheid, lagere lasten, geen nivellering’, was de riedel waarmee hij campagne voerde. De Jonge en Omtzigt breken met die lijn, door zich te keren tegen het neoliberale dogma dat de overheid zo klein mogelijk moet zijn. Zij concentreren zich weer op wat de overheid in haar sociale rol móet doen, in plaats van wat zij om financiële redenen niet meer kán doen.

‘Mensen moeten kunnen rekenen op een beschermende overheid. Het cda moet daar een leidende rol in spelen’, zei De Jonge in Trouw op de dag dat hij zich voor het lijsttrekkerschap kandideerde. Als minister van Volksgezondheid verkondigde hij al eerder dat hij minder marktwerking in de zorg wil. Ook omarmde hij het koersrapport Zij aan zij, waarin het Wetenschappelijk Instituut voor het cda pleit voor minder markt in de publieke diensten.

Omtzigt koos voor een klassieke formulering uit het christelijk-sociale denken: ‘De overheid moet een schild voor de zwakken zijn.’ Hij voegde eraan toe: ‘Dat schild heeft soms onvoldoende gefunctioneerd.’ Met die laatste opmerking doelt hij onder meer op het grote falen van de overheid in haar bejegening van de burgers als belastingbetalers. Met SP-Kamerlid Renske Leijten heeft Omtzigt zich vastgebeten in de toeslagenaffaire: de schande van de ontspoorde fraudejacht van de Belastingdienst. Honderden ouders zijn financieel zwaar gedupeerd door het blinde fanatisme waarmee de Belastingdienst zonder steekhoudend bewijs kindertoeslagen stopzette.

Het is een vergissing om de kritische zin van Omtzigt te verslijten voor ‘anti-establishment’, zoals een commentator van Nieuwsuur deed, of voor anti-overheid. Omtzigt redeneert dat de overheid haar rol in de sociale bescherming alleen kan vervullen als de burgers haar kunnen vertrouwen en niet hoeven te vrezen voor willekeur of machtsmisbruik. ‘Als het beschermen van de rechtsstaat anti-establishment is, prima’, zei hij. Met hetzelfde gevoel voor ironie vervolgde hij: ‘Ik radicaliseer, lees ik in kranten, omdat ik met burgers praat. Nou, bereid je maar voor op meer radicalisering, want ik blijf met burgers praten over wat hen dwarszit.’

Met dat engagement met de burgers geeft Omtzigt op een manier die bij zijn functie van volksvertegenwoordiger past inhoud aan de cda-slogan ‘partij van de samenleving’. Dat is van politieke betekenis voor de positionering van de christendemocraten.

De verkiezing van de stedeling De Jonge, Rotterdammer en inwoner van Katendrecht, duidt erop dat cda-leden het label ‘partij van de regio’ al te benauwend vinden. Dat is het derde politieke signaal dat de lijsttrekkersverkiezing heeft opgeleverd. Jan Peter Balkenende voerde in de Kamerverkiezingen van 2006 voor het eerst campagne met die slogan. Ook Buma en zijn entourage koesterden het provinciale imago: samen met zijn pleidooi voor ‘Nederlandse waarden’ diende het als geurvlaggetje in de strijd met de rechtspopulisten om de electorale gunst van de kiezers.

Met de verkiezing van De Jonge, kielekiele geëindigd voor de Twentenaar Omtzigt, corrigeren de cda-leden Buma’s voorliefde voor de regio, waaruit spiegelbeeldig een afkeer van de stad sprak. Het Wetenschappelijk Instituut voor het cda constateerde al eerder dat de tegenstelling stad-regio geforceerd is en dat het cda kansen mist door die politiek te laden. Hamilcar Knops, medewerker van het instituut, schreef dat zijn partij met haar oog voor pluriformiteit en voor de veerkracht van de samenleving juist geknipt is voor het besturen van de stad. In werkelijkheid is het cda in de steden op een marginale omvang teruggeworpen. cda’er en socioloog Anton Zijderveld wees eens op het pijnlijke feit dat het cda in Rotterdam ooit zestig procent van de Turkse Rotterdammers achter zich had, tegen enkele procenten nu. Zijderveld: ‘Tel uit je verlies.’

In Trouw zei De Jonge dat Rotterdam hem met zijn rauwheid en diversiteit fascineert. Een ‘nee’ tegen Baudet, een rehabilitatie van de overheid, een lijsttrekker die van de grote stad houdt: drie indicaties van de koers die de nieuwe leiding van het cda wil varen. Aan die inzet kunnen de kiezers De Jonge houden in de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 17 maart volgend jaar. Dat is de politieke winst die de lijsttrekkersverkiezing bij het cda heeft opgeleverd.