De beloning

Al jaren blijven we de zomer in het land. Uit noodzaak, niet uit keus, maar beperkingen hebben soms voordelen - zoals prettige huizen die je huurt, streken die je leert kennen net als poezen waarop je past en tuinen die je het stadsbalkonnetje-met-gele-wederik doen vergeten.

Als je dan ook nog es uitzicht hebt op pakweg de Maas, als je gezeten tussen kamperfoelie en rozen vanaf je eigen stukje dijk vanuit Brabant Gelderland in kijkt waar roodbont vee naar de oever komt om te drinken of in lange rijen naar het melken wandelt, als je tussen Batenburg en Appeltern speelgoedautootjes ziet rijden zonder hun geluid te horen - dat van de binnenvaart hoor je wel maar deren doet dat niet - als tussen jou en de rivier de aardappelvelden in bloei staan (mooier dan de bieten van vorig jaar en al helemaal dan de maïs van twee jaar geleden) en als je links de molen Stella Polaris ziet en het middeleeuwse torentje van Dieden, dan mis je, als je daar het talent voor bezit, Californië, Peru, Bali, Thailand een stuk minder. Misschien bestaat dat talent wel uit het feit dat ik, Amsterdamse provinciaal, die nooit heb gemist - dan vult de lezer voor ‘talent’ gewoon 'gebrek’ in. Missen doen we de Franse landwegen en dorpen, de dakpannen in soorten en maten naar gelang de streek, de marktjes met tomaten die naar tomaat smaken, met kruiden, witte bonen in de dop, scherpe aardappelschilmesjes, de enorme potten Amora-mosterd voor vier gulden (die nog lekkerder smaakt wanneer je hem zelf hebt gekocht dan wanneer je hem van bevriende reizigers ten geschenke krijgt), de betaalbare en toch heerlijke menu’s, het behang van de hotelkamers, de taal. Niet dat ik ze versta in Nieuweschoot, Epen, Veeningen wanneer ze met elkaar praten, maar niet verstaan in de Vercors heeft toch iets extra’s. Bovenal missen we de geuren, dat prikkelende mengsel van pis, poep en landelijke keuken. Ooit aten we in de Auvergne kaas die niet alleen naar stront rook maar er ook naar smaakte. Lekkerder was het nooit en alleen al daarvoor moeten we ooit terug - wat is een mens zonder verlangen? En toch is ook dit een afdeling van het paradijs waar de hel alleen op zondag doorkiert wanneer duizenden de overigens doodstille dijkweggetjes verkiezen om hun motorfiets uit te laten.
Meer voordelen? Ja: wie reist heeft minder tijd voor lezen dan wie voor het vierde jaar, de bezienswaardigheden rondom bezocht, naar de rivier tuurt. Die ziet kans zijn intrek te nemen in boeken; die duikt vier dagen onder in Voskuils Plankton. Die arriveert en beseft: dit is de tuin van Van Oostroms Een woord van eer, van Pat Barkers Regeneration-trilogie, van Wilde zwanen, van veel dat tijd en aandacht vraagt. Maar dat kan thuis toch ook? Niet dus. Thuis zijn er het werk, de routine, de bekenden. Thuis duurt Plankton minstens vier weken en daarmee wordt het een ander boek. Want thuis, bovenal, is er televisie. Ach, hier ook, maar alleen bij regen. De dijkzitter taalt er niet naar, en doet de televisie zelf er niet alles aan hem in zijn desinteresse te stijven? Behalve dan de VPRO die de duvelse Zeeman op een prachtlokatie zet en hem laat praten met schrijvers. Op prime time!
Daarvoor laten we de tuin de tuin, de rivier de rivier. Eventjes maar. En we worden beloond.