De bemiddelaar

‘HET SPIJT ME’, zegt de blonde presentatrice met de opgewekte stem. Het is de naam van haar eigen programma, maar ze bedoelt er ook nog wat mee. Het spijt Caroline Tensen van Het spijt me dat haar missie is mislukt. Het is zaterdagavond, prime time in televisieland, en op RTL4 worden rond die tijd ruzies bijgelegd. Als het goed is tenminste. Maar nu is het niet goed: op de bank bij Caroline zitten een moeder en een dochter hun tranen te verbijten. Breng mijn ruziënde broers weer bij elkaar, was de vraag van de dochter die ook nog jarig is vandaag. Breng mijn familie weer bijeen op mijn verjaardag.

Eén deur verder in de studio van RTL4 zit de koppigste van de twee ruziënde broers. Hij werkt als koerier en is in die hoedanigheid naar de studio gelokt. Haal hem er even bij, zou je willen zeggen. Zet hem ook op die bank, met moeder en dochter. Dat is te simpel gedacht. Er is maar één iemand die de twintig meter lange studiovloer mag overbruggen die de opstandige broer scheidt van de Bank der Liefde. Die ene persoon is Caroline. Televisieberoep: bemiddelaar. ‘DUIM VOOR ME’, zegt de bemiddelaar in persoonlijke relaties vlak voor het moment van actie. Of: 'Laten we er het beste van hopen.’ Of: 'Nou, ik ben benieuwd.’ Even diep ademhalen, een 'op hoop van zegen’-blik naar de cameraman, en dan moet er toch echt worden aangebeld. 'Hai, ik ben Caroline, Robert, Henny of Karin. Ik ben hier met een boodschap en misschien kun je raden van wie.’ De boodschap kan de vorm hebben van een videoband - misschien kunnen we daar even naar kijken. Bij de zoektocht naar verdwenen familieleden heeft de Spoorloos-bemiddelaar graag een fotootje in handen. Bij Het spijt me zeggen ze het met bloemen. Het bemiddelingsboeket, zo luidt de nieuwe term die dit programma heeft toegevoegd aan de televisiegrammatica. Hop, daar komt weer zo'n perfect gerangschikte bos ruikers tevoorschijn, het lijkt wel zo'n plastic opvouwboeket van een goochelaar. Zelfs in het pakket van de koerierende broer zit zo'n verend requisiet verborgen. 'Je hebt het zelf meegenomen’, zegt Caroline veelbetekenend als ze de bloemen te voorschijn tovert. 'Het is een bemiddelingsboeket van je zus. Lief hè? Ik leg het vlak voor je neer. Is het nou écht zo erg wat er allemaal gebeurd is?’ Als vredesambassadeurs reizen de televisiebemiddelaars tussen strijdende partijen heen en weer. De afstand die overbrugd moet worden kan twintig meter studiovloer zijn. Het kan de stoep zijn tussen de huizen van twee kibbelende buurvrouwen. Het kan ook om hele continenten gaan en om halve levens die tussen een moeder en haar adoptiekind zijn geschoven. De bemiddelaar stapt stevig door, is bij nacht en ontij in touw, veegt het tropenzweet van het gezicht en slaakt een diepe zucht bij een teleurstellend bericht. Maar een bemiddelaar in persoonlijke relaties klaagt nooit. Er zijn namelijk nog altijd mensen die het moeilijker hebben, zoals de wanhopige medemens voor wie de bemiddelaar op pad is gegaan. Eigenlijk zijn het een soort engelen, de bemiddelaars van de televisie. Ze belichamen de hoop op een betere samenleving. Met de armen gespreid reiken ze naar beide kanten, om de onwillige handen van de gebrouilleerden weer samen te brengen. En zie: de vonk slaat over en de gestolde liefde gaat weer stromen, net als de tranen van alle betrokkenen. Alleen de bemiddelaar huilt niet. Die neemt zelf afstand van de herenigde geliefden of familieleden en neemt met zachte stem en glanzende ogen afscheid van de kijkers. EEN BELANGRIJKE eigenschap onderscheidt de televisiebemiddelaars van hun collega’s in het echte leven. De bemiddelaars in conflicten tussen oorlogszuchtige staatshoofden, in gijzelingszaken en in scheidingskwesties hebben langer dan een prime time-uurtje de tijd. De televisiebemiddelaar heeft haast. Hij of zij komt dan ook nooit alleen. Onafscheidelijke metgezel van de tv-bemiddelaar is de camera, de zwarte raaf op de schouder van de engel. 'Er is te veel gebeurd waar ik niet over wil praten’, zegt de opstandige broer achter de studiodeur, die het bemiddelingsboeket niet wil aannemen omdat hij het niet goed wil maken met z'n broer. 'Ik heb hier helemaal geen zin in, trouwens.’ Op de tafel waar hij aan zit ligt het boeket. Daar zit bovendien ook de bemiddelende engel op: met liefdevol gebogen hoofd kijkt ze neer op deze worstelende Kaïn. Ze zou daar eigenlijk urenlang moeten zitten, totdat de jongen zich moegestreden zou overgeven. Maar Caroline Tensen is niet alleen, en de jongen ook niet meer. 'Het probleem is, dat je er nu mensen bij hebt betrokken die er niks mee te maken hebben. Je zus bijvoorbeeld, en je moeder.’ En honderdduizend kijkers, vergeet Tensen er bij te zeggen. Die kijkers hebben recht op een bevredigende afronding, dus pak die bloemen want de zendtijd die we voor jou hebben uitgetrokken is bijna op. 'We hebben met z'n allen het gevoel dat er toch iets niet klopt’, zegt Robert ten Brink tegen de jonge vrouw die haar jonge man het huis uit heeft gezet omdat hij alleen maar televisie keek. 'Wij - dat is de redactie van All You need is Love.’ En honderdduizend kijkers, vergeet hij erbij te zeggen. De jonge man heeft zijn televisievriend Robert ingeschakeld, 'Het spijt me’, heeft hij tegen zijn vrouw gezegd en nu vinden wij, televisievrienden, met z'n honderdduizenden dat die vrouw met haar hand over het hart moet strijken. Dat ze huilend moet toegeven aan de druk die wij met z'n allen op haar uitoefenen. Dat doen de meeste gasten van All You need is Love. Dat doen de meeste Koreaanse oudjes in Spoorloos die in opdracht van hun geadopteerde kinderen een cameraploeg op visite krijgen in hun armoedige hutjes. DE AANGEREIKTE hand van de televisie-engel niet aannemen, dat is niemand aan te raden. Spoorloos wijdde onlangs een heel prime time-uur aan een Haïtiaanse moeder die haar in Nederland opgegroeide adoptiekind niet in de armen sloot. 'Ik ga haar een pak rammel geven’, zei de stugge vrouw in de deuropening van haar kale huisje. Een deur had ze niet eens, maar de cameraploeg en de boodschappende engel mochten niet binnenkomen. Minuten van de kostbare zendtijd werden gevuld met beelden van de wachtende Spoorloos-ploeg. Voor een moeder en een kind die elkaar een half mensenleven niet hebben gezien zou zelfs een week wachten normaal zijn. Maar als de televisie in het spel is, moeten overdonderde derde-wereldvrouwtjes zo snel mogelijk herstellen van de schok. Het vergeten verleden, de schuldgevoelens, de schaamte voor de eigen gemeenschap die staat te dringen voor het huisje - het moet allemaal overwonnen zijn voor de bemiddelaar vertrekt naar de volgende klus aan het andere eind van de wereld. Weg was ineens het inlevende vermogen van presentatrice Karin de Groot die in eigen persoon naar Haïti was afgereisd. Geen woord werd er in de betreffende aflevering van Spoorloos vuil gemaakt aan de emotionele knopen waar de gevonden moeder eventueel mee worstelde. De nalatige moeder werd gebombardeerd tot belichaming van Het Kwaad. Er werd gesuggereerd dat ze aan zwarte magie zou doen. Haar uitspraak dat je een kind zo nu en dan een pak rammel moet geven, had ineens niks meer te maken met een cultureel verschil maar was tekenend voor de Slechtheid van deze vrouw. DAT KRIJG JE ERVAN als je de inspanningen van de tv-bemiddelaar weigert te belonen. Dan vallen die engelachtige tussenpersonen ineens samen met de raaf op hun schouder. Dan zie je pas hoeveel de goedbedoelende Roberts, Henny’s, Karins en Carolines eigenlijk lijken op hun zwarte tegenbeelden: het chagrijnige stokertje Frans Bromet die burenruzies liever uitvergroot dan ze te verzachten, de dikke cupido Theo van Gogh die het liefdesspel toont als een vleesmarkt. 'Het spijt me’, zegt Caroline Tensen als haar bemiddelingspoging mislukt. Maar intussen laat ze de opstandige broer twintig meter verder in z'n eentje zitten. Hij mag één deur verderop in de camera zeggen dat hij van z'n moeder en zus houdt. Maar hij mag niet bij ze komen zitten op de Bank van de Liefde. Had hij maar mee moeten spelen met het bemiddelingsspel.