Vervolgens dook een journaliste op, Valerie Lempereur geheten, die de mededeling deed dat deze dagboeken vervalst waren, en wel op instigatie van Astrid van B.‘s advocaat mr. T. Hiddema. Het is een ongelooflijke beschuldiging, door de journaliste vastgelegd in een NCRV-documentaire (uitzenddatum 7 oktober) en in een boek dat door uitgeverij Veen op de markt is gebracht (op 8 oktober). Behalve ongelooflijk zijn de beschuldigingen ook ongeloofwaardig. Op grond van drie argumenten. Ten eerste heeft de advocaat een goede reputatie. Ten tweede heeft de journaliste een slechte reputatie - zij is eens wegens bedrog ontslagen en heeft zich een andere keer voor de echtgenote van een bekende tv-persoonlijkheid uitgegeven. Ten derde waren de betreffende dagboeken reeds in het bezit van de politie voordat mr. T. Hiddema werd verzocht de verdediging van Astrid van B. op zich te nemen. Dat maakt de beschuldigingen niet alleen ongelooflijk en ongeloofwaardig, maar bovenal stapelkrankzinnig.
Dat werd dus een kort geding, Hiddema versus een christelijke omroep en een te goeder naam en faam bekend staande uitgeverij. Luister met wat voor een slappe praatjes de geïncrimineerde partijen zich probeerden te rechtvaardigen. De NCRV bood een 'weerwoord’ aan, Veen bleek maar liefst bereid tot een ‘inlegvel’. Helaas was het niet mogelijk geweest, zei de advocaat van de uitgeverij, ‘alles te checken, want dan is het geen interviewboek meer, maar ben je zelf aan het onderzoeken.’ Daarmee nam de door de stront getrokken Hiddema geen genoegen. Die had een eenvoudig en overzichtelijk standpunt: Dit soort lasterlijke beweringen horen omroep en uitgeverij achterwege te laten. Zo niet, dan ontving hij graag twee maal een miljoen gulden.
De NCRV-documentaire is inmiddels, ondanks alles, uitgezonden. Inclusief een weerwoord van de advocaat Hiddema. Ook het boek is (inclusief inlegvel) de dag na de uitspraak op de markt gebracht. De belangrijkste overweging van de rechtbank was dat slechts in noodgevallen tot een ‘preventief publikatieverbod’ moet worden overgegaan. Het is allemaal hoogst bevredigend in het kader van de vrijheid van meningsuiting, maar het is nèt wat minder bevredigend voor ons rechtsgevoel.