De bende van barry

BARRY W., ALIAS The Key, alias Cryptall, heeft van jongs af aan een hobby, zo niet een obsessie: als hij een slot ziet, wil hij weten hoe je het openmaakt. ‘Ik weet niet wat het is’, vertelt de 29-jarige medewerker van een brillenwinkel. ‘Andere jongens gingen voetballen. Ik was altijd met sloten bezig.’

Later sloeg zijn slotenmanie ook over naar de digitale sector. Hij was een van de hackers die begin jaren negentig allerhande digitale beveiligingen kraakte. Nederlandse hackers waren toen wijd en zijd berucht; tot in het Pentagon werd steen en been geklaagd over ongewenste indringers uit Holland. Barry werd medewerker van Hack-Tic, het internationaal gevierde blad voor de anarchistisch angehauchte computerpiraat. Barry was de Che Guevara van de elektronische snelweg, opende deuren die voor anderen gesloten bleven. Zijn vrije uurtjes besteedde hij aan decoderingen in allerlei soorten en maten. Zo maakte hij er een sport van om met een scanner de verblijfplaats van BVD-agenten op te sporen.
Barry: ‘Het achtervolgen van de BVD gaat gewoon met een scanner. In een scanner kun je ontvangstfrequenties instellen. De frequenties van de BVD zijn bekend. Als je die erin stopt, kun je op zich niet horen wat ze zeggen, wat dat is allemaal gecodeerd, gescrambled. Maar aan de sterkte van het signaal kun je wel merken of je dicht in de buurt bent. Vervolgens is het gewoon een kwestie van rondrijden, tot je weet welke antenne van hen is.
We waren ze ook niet structureel aan het volgen, maar gewoon op een vrije avond na het werk weer eens aan het kijken of we ze weer ergens konden vinden. Dan denken ze in het diepste geheim ergens mee bezig te zijn en dan komt er iemand met een scannertje van een paar honderd gulden plotseling naast hun auto staan. Dat vinden ze gewoon niet leuk.’
Het was misschien een beetje riskant, maar het gaf wel een grote kick. Barry kon niet vermoeden tot welke nachtmerrie-achtige situaties het uiteindelijk allemaal zou leiden. 'Kafka in computerland’, zoals hij het zelf uitdrukt.
Rop Gonggrijp, toentertijd hoofdredacteur van Hack-Tic: 'Het is begonnen in 1991. Op een feestje van Hack-Tic, het toen nog bestaande blad van computerkrakers, werd het idee geopperd om een apparaatje te bouwen om semafoonberichten uit de lucht te halen. Het leek gewoon leuk om te kijken wat je dan allemaal ontvangt. We hebben dat ding gebouwd, en omdat we er wat grappen mee dachten uit te kunnen halen noemden we het ding semafun.’
Met een semafoon worden mensen opgepiept. Op een schermpje wordt een kort berichtje doorgegeven of een telefoonnummer dat mensen moeten terugbellen. Het opvangen van berichten met de semafun werkte wonderbaarlijk goed. Barry: 'Het kastje was nog warm, het bestond pas een of twee dagen, toen twee journalisten van de VPRO, Herbert Blankenstijn en Peter Flik, bij Hack-Tic langskwamen voor een heel ander onderwerp. Die hebben dit meteen meegepakt in een uitzending van Het gebouw. Er kwam direct een reactie van de PTT, die zei: “We wisten niet dat dit mogelijk was, maar misschien is het wel goed dat de mensen weten dat alles wat door de lucht gaat openbaar is en iedereen het met een scanner kan opvangen.”
Semafun was dus absoluut niet illegaal. Je kunt er gewoon leuke grapjes mee uithalen door het nummer te bellen en te zeggen: “Hoi, met mij, waarom heb je me opgepiept?” En zo heb je meteen contact.’
Gonggrijp: 'Er was absoluut niets geheimzinnings aan het apparaat. We hebben de semafun ook verkocht om er Hack-Tic mee te financieren. We adverteerden ermee en verkochten ze op hackersbeurzen.’
NU ZIJN ER in Nederland drie kanalen waarop semafoonberichten worden doorgegeven: twee voor Nederlandse berichten en één voor de Benelux. Om al deze berichten te kunnen ontvangen, zou je dus drie verschillende semafuns moeten hebben. Gonggrijp: 'Op een gegeven moment, in 1993, vroeg iemand: kun je niet een kastje maken met drie ontvangers die daarna alles overbrengen op een computer? Dat vonden we wel leuk. Die jongen hing binnen het hackerscircuit altijd de getapte jongen uit met stoere verhalen. Hij kon ook erg leuke grapjes uithalen met die semafun. Zo zijn we wel eens een avond bezig geweest met de telefoon op de intercom en dan kijken hoe je mensen voor de gek kunt houden. Verder was hij ook geïnteresseerd in gebruik van de semafun als een soort observatiemiddel.’
Barry: 'Hij had bijvoorbeeld het idee dat je zo de kerncentrale bij Borssele in de gaten kon houden. Als je kijkt welke semafoons gebruikt worden tijdens een oefening bij de centrale, en als deze dan plotseling op een gewone dag massaal in de lucht komen, dan is er dus echte paniek. Die jongen, Anko Blokzijl, zit momenteel niet meer in de hackersscene, hij is hoofd van de afdeling Digitale Techniek van de Utrechtse politie.’
Ook het op bestelling van Blokzijl gemaakte kastje voor de driekanaals-semafun werkte goed. Maar verder gebeurde er weinig mee, tot 1995. Barry: 'Op een gegeven moment vond ik het jammer dat er niks meer met de semafun werd gedaan. Hij stond meestal op zolder en was alleen maar lollig. We wilden hem wat meer uittesten om te kijken of er geen een leuk produkt van te maken viel. Een van de mensen die op de hackersdagen een gewone semafun had gekocht kende ik wel, ene Armando D. We vroegen of hij de driekanaals-semafun wilde kopen en een tijdje wilde proefdraaien, dan konden wij hem misschien in produktie brengen. Maar wat ik niet kon weten is dat Armando bijverdiende met illegale handeltjes. Zo handelde hij af en toe in PMK, een van de grondstoffen van xtc. En hij verdiende soms wat bij met vervalste creditcards. Iets waar wij overigens jaren geleden in Hack-Tic voor gewaarschuwd hadden: een magneetstrip is absoluut niet veilig en makkelijk te manipuleren.’
Ook anderszins was Barry aan het kijken of er misschien meer te doen was met de semafun: 'Om uit te zoeken of de semafun niet te verkopen was, nam ik in 1995 contact op met een spy-shop-achtig winkeltje en daar vonden ze het een leuk artikel. Die man van dat winkeltje was heel enthousiast en heeft meteen een aantal journalisten opgebeld: nou hebben we iets moois, een kastje waarmee je semafoons kunt afluisteren. Dat haalde de pers en in De Telegraaf gaf de PTT toen een heel hypocriete reactie: “We zijn gechoqueerd. We wisten niet dat dit mogelijk was, dit is een nieuwe technologische ontwikkeling en we zullen alles doen wat in ons vermogen ligt om de privacy van onze klanten te waarborgen.” Terwijl ze het apparaat al kenden uit 1991!’
OP 26 AUGUSTUS 1995 was het uit met de semafun. Barry: 'Die ochtend schrok ik wakker van een brekend geluid. Mijn voordeur werd aan barrels geslagen. Stonden er agenten naast met bed met pistolen op mijn hoofd. Ik had zoiets van: ik lig hier alleen maar in mijn nakie, ik heb niks bijzonders gedaan, help.’ In diezelfde tijd werden nog 28 andere mensen opgepakt, onder wie Armando D., maar niet Anko Blokzijl. De regie van de arrestaties was in handen van het IRT, kernteam Amstelland, een restant van het al ontbonden IRT-Utrecht/Noord-Holland, waarover enkele dagen na Barry’s arrestatie de parlementaire enquête zou beginnen. Politie en justitie juichten over de arrestaties. De kranten kwamen met koppen als: 'IRT rolt bende zware criminelen op’. Barry zag zichzelf omschreven als leider van de digitale tak van een crimineel drugssyndicaat, een 'facilitair bedrijf voor de onderwereld’, volgens het NRC Handelsblad.
Toen de IRT-verhoren losbarsten, constateerde Barry tot zijn verbazing dat zijn virtuele 'bende’ tot een van de fundamenten van ’s lands criminele sector was benoemd. 'De impact van deze groepering op de samenleving, op de democratie, op de overheid, is zwaar’, zo getuigde de Amsterdamse politie-inspecteur W. Woelders tegenover Van Traa.
DE 'BENDE VAN Barry’ werd als het epicentrum beschouwd van wat Justitie als de 'contra’s’ aanduidde, ook wel als het Contra Observatie Team. Het was het hoogseizoen van een algehele treiteractie tegen politie en justitie: er werd ingebroken in paleizen van justitie en gevangenissen, bij officier Valente werden floppies buitgemaakt, roddelbladen kregen privé-foto’s van procureur Van Randwijck aangeboden - en van dit alles kreeg 'de bende van Barry’ zo'n beetje de schuld.
Barry hield aanvankelijk wijselijk zijn mond: 'Bij Hack-Tic hadden we wel vaker meegemaakt dat er mensen gearresteerd werden en dan kwamen er allemaal vreemde verhalen in het nieuws. Daarom had ik besloten om helemaal geen verklaring af te geven. De enige verklaring die ik heb afgelegd is: “I’m the great Cornolio”, een citaat dat wel bekend is bij Beavis & Butthead-fans. Ik wilde er alleen maar mee zeggen dat ik alles pure waanzin vond. Misschien heb ik daarom wel zo lang in voorarrest moeten zitten: 29 dagen, waarvan 18 in eenzame opsluiting.
Dan is er nog de vraag: waarom zijn we gearresteerd? Dat wist ik dus in het begin helemaal niet. Dat is me ook niet verteld. Ja, artikel 140, lid van een criminele organisatie, en verder zoek je het maar uit.’
Pas later werd bekend op grond waarvan Barry precies was aangehouden. Tijdens de verhoren door Van Traa spreekt inspecteur Woelders over artikel 139c van het Wetboek van Strafrecht. Woelders: 'Dat is het plegen van bijzondere verrichtingen teneinde het communicatieverkeer te onderscheppen. Het gaat om wat normaal vrij in de ether te verkrijgen is. Wij zien binnen deze groepering aanwijzingen dat zij mogelijk bijzondere verrichtingen toepassen waardoor zij het berichtenverkeer onderscheppen.’
Rop Gonggrijp: 'Je mag alles ontvangen wat je wilt, zolang je er maar geen bijzondere inspanning voor doet. Dit artikel 139c is eigenlijk speciaal geschreven voor de telefoonverbindingen. Als jij van Amsterdam naar Rotterdam belt, dan ga je ervan uit dat die signalen door koperdraad gaan, je gaat er niet van uit dat dat nog ergens door de lucht gaat. Maar dat is wel zo. In Amsterdam staat een toren met een grote schotel en alle verbindingen naar Rotterdam worden naar eenzelfde soort schotel daar doorgestraald. Maar je kunt natuurlijk tussen die twee schotels in gaan staan en alle gesprekken aftappen omdat ze door de lucht gaan. En dat mag niet, daarvoor is artikel 139c. Het is een bijzondere inspanning als jij met je apparatuur in die straalverbinding gaat staan en het gaat aftappen. Met de semafun is dat natuurlijk anders. Die stralen worden juist heel breed uitgezonden: er is geen plek in Nederland waar je die niet kunt ontvangen.’
HET VOORONDERZOEK tegen Barry loopt inmiddels al twee jaar - waarschijnlijk omdat hij te maken zou hebben met de zware criminaliteit. Een aantal andere arrestanten is wel al voor de rechter de geweest. Een van hen was Hennie C., alias Henny the Scanner, een freelancefotograaf. Na zijn arrestatie kwamen er bij Justitie meteen verzoeken van diverse media binnen om hem vrij te laten.
Barry: 'Een van de andere jongens die gearresteerd was, Remie, was een jongen die voor mij een computerprogramma had geschreven om de informatie die de semafun binnenhaalt, te ordenen. Dat doet die jongen in een avondje, hij heeft er nooit iets voor gehad, hij vond dat alleen maar leuk om te doen. Ze hebben een inval gedaan bij hem thuis en op zijn bedrijf. Zijn bedrijf heeft een maand lang stil gelegen, al zijn computers en spullen hadden ze meegenomen.’
De rechter sprak Remie meteen vrij, want volgens hem was semafun absoluut geen speciale inspanning zoals bedoeld in artikel 139c. Armando D. werd wel veroordeeld: drie jaar wegens handel in creditcards en PMK, maar niet voor zijn aandeel in de semafun. Justitie ging tegen die uitspraak in beroep, eiste een principiële uitspraak over semafun. In hoger beroep werd Armando veroordeeld tot twee jaar voor vervalste creditcards en handel in PMK, en tot één jaar wegens het overtreden van artikel 139c met de semafun. Gonggrijp: 'Justitie dacht dat Armando het hier wel bij zou laten zitten omdat hij al bijna twee jaar vast zat en bijna vervroegd vrij kwam. Maar voor hem is het een principiële zaak en hij is toch naar de Hoge Raad gegaan, om de semafun-veroordeling aan te vechten.’
Deze kwestie loopt nog, maar kan grote gevolgen hebben. Een eventueel verbod van de semafun maakt in feite een eind aan het idee van de vrije ether en maakt ook meteen allerlei activiteiten van zendamateurs en van mensen met scanners illegaal. In de praktijk is de semafun trouwens alweer ingehaald door de technische ontwikkelingen. Via Internet is het semafoonprotocol POCSAG op te halen. Door een scanner aan te sluiten op de printerpoort en op de twee stereo-ingangen van de soundcard, zijn alledrie de semafoonkanalen direct op de computer zichtbaar te maken. Zou de politie iedereen die een computer met soundcard en Internetaansluiting bezit, vervolgen wegens artikel 139c?
DE POLITIE HEEFT het spookbeeld van Barry’s Contra Observatie Team nog steeds niet losgelaten, zo bleek onlangs tijdens een presentatie in Brussel, alwaar Piet Kruijer, binnen de dienst van Woelders verantwoordelijk voor het onderzoek naar de contra’s, een lezing hield. Kruijer beschreef de groep hackers rond semafun als belangrijk onderdeel van de celstructuur van de zware criminaliteit. De groep van Barry wordt hier aangeduid als het service department van de onderwereld.
Barry: 'Het is zo wezenloos. Ze zeggen dat ze een bende hebben opgepakt die geleid werd door Armando, die in werkelijkheid gewoon een rommelaar in de marge is, en dat die bende verdeeld was in diverse divisies: creditcards, PMK en een technische-inlichtingendivisie. Ze zeggen dat de bende een celstructuur heeft en dat daarom de leden ook niets van elkaar weten. Het is ook weer zo'n mooi woord: celstructuur. Dat houdt in dat ik een semafun heb en verder van niks weet, maar dan wel lid ben van een georganiseerde bende.’
Het grote mysterie van deze affaire blijft natuurlijk de rol van Anko Blokzijl, de hacker die hoofd van de afdeling Digitale Techniek bij de politie Utrecht werd. Uiteindelijk was de semafun op zijn verzoek ontwikkeld. Samen met Armando D. was hij ook de enige afnemer van het apparaat. Hoe kan het dan dat Blokzijl vrijuit gaat en zo'n hoge vertrouwelijke functie krijgt, terwijl Barry W. nog steeds voor schut dreigt te gaan? Was er dan toch sprake van politieprovocatie, zoals vele hackers geloven?
Blokzijl: 'Ik maakte inderdaad deel uit van de club rond Hack-Tic en net als vele andere hackers in die tijd experimenteerde en filosofeerde ik met tal van technieken. De semafun was daar een van. Met de komst van de wet op de computercriminaliteit heb ik de hackersscene verlaten. En uit hoofde van mijn huidige functie mag ik geen commentaar geven op lopende onderzoeken.’