De bende van vijftien

Het zou, aldus de Oranjepers, slechts om een ‘stel alcoholische lolbroeken’ gaan, die, gestimuleerd door ‘menig overvol glas jenever’, de republiek bezong. In werkelijkheid nuttigde het Republikeins Genootschap slechts een goed glas wijn. En was het hoogserieus in zijn bedoelingen. Zegt iemand die het kan weten.

DE MODDERSTROOM aan obscurantisme die de afgelopen week over het Republikeins Genootschap is uitgestort, bewijst dat in Nederland nog steeds geen verstandige discussie over het voor en tegen van de monarchie te voeren valt.

Er is gesproken over een ‘duister stel’ (premier Wim Kok) van 'landverraders’ (de zanger Gerard Joling), een verzameling 'angsthazen’ (Algemeen Dagblad) respectievelijk een 'stel alcoholische lolbroeken dat thuis niets te vertellen heeft’ (De Telegraaf). In werkelijkheid betreft het een initiatief van vijftien nette, sociaal redelijk geslaagde, veelal gestudeerde, niet zelden vanwege hun maatschappelijke verdiensten onderscheiden heren die boven een kopje soep hebben gediscussieerd over de - alleszins legitieme - vraag of de republiek wellicht boven de monarchie te prefereren valt.
Een dergelijk ritueel heeft per definitie, mede gezien de avontuurlijke samenstelling van het gezelschap, het karakter van een bijeenkomst van jongensclub De Zwarte Hand, inclusief de jolige, ironische toonzetting van het gesprek. Het is trefzeker in de notulen gedocumenteerd. Daarin is ook de twijfelachtige opmerking opgenomen over de masculien-autochtone achtergrond van de initiatiefnemers, een opmerking die vanzelfsprekend niet serieus is bedoeld. Alsof er in onberispelijke mannen als prof. L. Koopmans, mr. L. van Vollenhoven, drs. J. Kleiterp of prof. A.J. Dunning ook maar de schaduw van dit soort sentimenten zou leven! Ondertussen heeft Dunning, talent scout op jacht naar verse PvdA-kamerleden, problemen omdat een aantal kandidaat-volksvertegenwoordigers het bange vermoeden heeft dat hij wellicht iets tegen landgenoten met een kleurtje zou hebben.

WANT HOE GAAT het in de publicitaire praktijk? Zo'n mislukte grap wordt door De Telegraaf tot monstrueuze proporties ('Anti-monarchisten weren allochtonen’) opgeblazen, dezelfde krant die zelf sinds jaar en dag elke Marokkaanse fietsendief pleegt te stigmatiseren, liefst inclusief zijn telefoon- en sofinummer. De beschuldiging is gebaseerd op een brief van de schrijver Harry Mulisch die, na lezing van de notulen, verklaarde zich 'als zoon van twee allochtonen’ niet langer in het Republikeins Genootschap thuis te voelen. Allemaal onzin en aanstellerij, waarbij moge worden gewezen op het feit dat Mulisch’ eigen Herenclub - nomen est omen - in de twintig jaar van zijn bestaan geen vrouw, geen allochtoon, laat staan een allochtone vrouw in zijn gelederen heeft toegelaten, en dat zeker ook nier van plan is ooit te doen.
TUSSEN DE BEDRIJVEN door dreigt het feit over het hoofd te worden gezien dat dit Republikeins Genootschap een volkomen ernstig initiatief is dat zich bezighoudt met een alleszins serieus te nemen vraagstuk. Sommige leden en voormalige leden, door de publieke opinie onder druk gezet, proberen thans krachtig dit Republikeins Genootschap te bagatelliseren. Zo spreekt Ben Knapen, Philips’ directeur corporate communications, inmiddels over een 'schertsgezelschap’ dat te Delft 'een premature 1-aprilgrap’ heeft uitgebroed. Zijn verweer is vruchteloos. Het Republikeins Genootschap heeft de republiek op zijn agenda, niets meer en niets minder. Het feit dat Hare Majesteit niet langer op hun onvoorwaardelijke steun kan rekenen, is voor de geschiedenis vastgelegd. Alle betrokkenen hebben eind vorig jaar gevolg gegeven aan de ondubbelzinnige uitnodiging - was getekend Pierre Vinken, Roelof Nelissen en Sjeng Kremers - tot het Republikeins Genootschap toe te treden. 'Wij waren van mening’, schreven zij aan de vooravond van de oprichtingsvergadering, 'dat de republikeinse staatsvorm, voor zover wij weten, het enige massaal voorkomende Nederlandse taboe is; het thema komt in onze hedendaagse samenleving vrijwel niet voor. Politici, van rechts tot links, ongeacht de historische wortels van hun programma’s, zijn vrijwel zonder uitzondering koningsgezind, of durven voor het tegendeel niet uit te komen. Tegen deze achtergrond is het bestaan van het Republikeins Genootschap noodzakelijk; het bestaan ervan is een zwak maar duidelijk signaal dat wellicht bezinning kan veroorzaken, vooral onder de jongere generaties.’
Het feit dat sommige leden van dit Republikeins Genootschap zich inmiddels, belaagd door de media en geïntimideerd door het gesundes Volksempfinden, in hun keukenkastje hebben verschanst, bewaakt door twee bodyguards en de directiesecretaresse, laat de authenticiteit van hun republikeinse sentimenten onverlet. En wat het signaal in de richting van de 'jongere generaties’ betreft: het zal de initiators van het Republikeins Genootschap deugd hebben gedaan dat inmiddels alle paarse jongerenorganisaties (de socialisten, de liberalen en de democraten) zich met de doelstellingen hebben gesolidariseerd. Toegegeven, het is de vraag of de aankomende politici van nu, straks, over een jaar of vijf, nog dezelfde mening durven uit te dragen. Niettemin weten wij inmiddels, door signalen van links èn rechts, dat de troon lang niet zo hecht in de vaderlandse bodem is verankerd als iedereen tot dusverre veronderstelde.

DE VOLKSKRANT bracht het eerste bericht. De Telegraaf opende ’s anderendaags ('Laat ons vorstenhuis met rust!’) op zijn beurt de tegenaanval. Veel landgenoten, berichtte De Telegraaf, 'reageren geschokt’. Jos Brink (humorist) sprak over een koninklijke belediging. Gerard Joling (zanger) gewaagde van een 'zielig clubje oude, verzuurde mannetjes’. De boodschap van Dolf Brouwers (volksheld in ruste) was een krachtig: 'Afblijven!’ Het artikel besloeg een volle pagina, was geïllustreerd door een fries van portretten van een aantal betrokkenen, duidelijk afkomstig uit het politieregister, aangevuld met een foto ('Koningin werkt onverstoorbaar door’) van het bedreigde staatshoofd. Zeker, de vorstin kan gerust zijn. Jos Brink, Gerard Joling en Dolf Brouwers - en niet te vergeten Harry Mens, makelaar te Lisse - staan als één man achter haar. Toch zijn zij, met alle respect, maatschappelijk en intellectueel van een andere statuur dan de hoogleraren, captains of industry, bankdirecteuren en thesauriërs-generaal die tot menigeens verrassing de kritische kijk op de monarchie blijken te hebben waarvan werd verondersteld dat deze exclusief was voorbehouden aan de kraakbeweging en een handjevol vergrijsde ex-PSP'ers.
Geen reclamebureau of pr-specialist dat de discussie zo doeltreffend had weten aan te zwengelen, aangevuurd door ’s lands gezond-verstandkrant, dezelfde krant die bij het merendeel van de Bende van Vijftien ongetwijfeld dagelijks over de vloer komt. In het eerste stadium van de discussie constateerde De Telegraaf in een hoofdartikel dat de hele affaire eigenlijk nauwelijks de moeite van het vermelden waard is, om vervolgens een week lang ongelooflijke stampei te maken tegen dat 'stel tegen de midlife-crisis vechtende kakkers’, de gevangenen van zowel dokter Alzheimer als Koning Alcohol.
Het was sowieso een constante in de berichtgeving: er moet, als je de kranten mag geloven, gedurende de oprichtingsvergadering, op 11 september 1996, van het Republikeins Genootschap, een onstuitbare stroom van alcoholica door de gewelven van het Delftse Princenhof zijn gevloeid. Het Algemeen Dagblad signaleerde tal van exquise wijnen, premier Wim Kok hield het op oranjebitter, andere bronnen spreken over 'menig overvol glas jenever’. Wat het ook moge zijn geweest, wijn, oranjebitter of ouwe klare, het een en ander resulteerde, volgens de berichtgeving, in elk geval in 'lolligheid en dronkemansretoriek’. In werkelijkheid, zo getuigen waarnemers ter plaatse, is er sprake geweest van een paar glazen Château le Thil Comte Clary, jaargang 1993, met republikeins puritanisme uitgeschonken, want deze bordeaux is nogal aan de prijzige kant.
Waarom suggereren Hare Majesteits sokophouders, van Wim Kok tot de Rijksvoorlichtingsdienst, niettemin dat de oprichtingsvergadering van het Republikeins Genootschap in een dronkemansbende is ontaard?
Omdat in Nederland nog steeds de opinie overheerst dat een voorstander van de republiek op zijn slechtst niet goed bij zijn hoofd is en op zijn best starnakelzat moet zijn geweest.

FORMEEL STAAT het de Nederlander vrij om zich, beschermd door artikel 7 van de grondwet, voor of tegen de monarchie uit te spreken. Werkelijk, dat màg zonder het risico te lopen in de martelkamers van paleis Het Loo te worden opgesloten.
De republikeinen hebben een helder, rationeel standpunt: het erfelijk koningschap bij de gratie Gods is strijdig met de grondbeginselen van de parlementaire democratie. Het koningschap is geen functie voor een volwassen burger. De Koning(in) is de enige in den lande die geen mening heeft, respectievelijk geen mening màg hebben, wat van de familie Van Oranje een verzameling specialisten in kerstgezwatel en lauwe-limonadeopinies heeft gemaakt.
De monarchisten demonstreren op hun beurt, intellectueel gezien, voornamelijk een pijnlijk gebrek aan niveau.
Neem H. Koelewijn, voorzitter van de Oranjevereniging Bunschoten-Spakenburg, als getuige-deskundige in deze kwestie geconsulteerd. 'Onze Koningin heeft een heel aparte plek in het hart van het volk’, zegt hij. Getuige haar aanwezigheid bij de Bijlmerramp, waarbij 'de bewogenheid en het medeleven’ op haar gelaat stonden geëtst. 'Een president kan dat nooit opbrengen.’
Bewogenheid en medeleven behoren blijkbaar tot het prerogatief van de Kroon.
Premier Wim Kok heeft zich in deze discussie naadloos met het gezonde volksgevoelen geïdentificeerd. Het republikanisme valt, wat deze socialistische voorman betreft, onder de 'stomme dingen’, en een eventuele uitnodiging van het Republikeins Genootschap wordt door hem 'met een grote rotvaart in de prullenbak’ gedonderd. Het is de knechtentaal van het soort dienaren van de staat dat de klassieke hof-houding heeft aangenomen, 'een groep fletse freules en hielenklakkende kamerheren, en daar diep beneden hen de gewone mensen die al even kenmerkend onderdanen heten, met alles wat dat aan onderdanigheid en lakeiengedrag met zich mee brengt’ (E.D. Dekker, in het Algemeen Dagblad). Verstandige taal.
Koks ministers Wijers en Van Mierlo is trouwens lakeiengedrag ook niet vreemd. Zij gaan noodgedwongen in hun eentje naar de huispartijtjes in Huis ten Bosch, omdat Hare Majesteit immers geen ongetrouwde partners tolereert. In het Jaar des Heeren 1997.
ONDERTUSSEN zijn diezelfde Wim Kok en de zijnen de exponenten van de no nonsense-sfeer in den lande - weg met alle antiquaria, romantiek en sociale sentimentaliteit! - die tot een uitgesproken no nonsense-initiatief als het Republikeins Genootschap heeft bijgedragen. Waarom zou je de PTT en de Spoorwegen privatiseren, luidt zo ongeveer de republikeinse redenering, en tegelijkertijd een kostenverslindend museumstuk als de monarchie buiten de publieke discussie plaatsen? Als wij dan tòch de natie aan het moderniseren zijn, dan moge dit zonder aanziens des persoons geschieden.
Want het ís inderdaad allemaal nonsens en trivialiteit. Zelden hoor je iets verheffends uit dat koninklijke milieu. Het is een en al gebedsgenezeressen, promiscuïteit, zwijnenjacht in de koninklijke domeinen (terwijl onderwijl met de bomen wordt gesproken), overtredingen van de maximumsnelheid in het gezelschap van Truus, Emily of Alexandra, voorkeur voor 'our own people’, de affaire-Roëll of de affaire-Lockheed, benevens een kroonprinselijke scriptie die als een staatsgeheim wordt bewaakt, begeleid door een republikeinse hoogleraar die niet ronduit voor zijn gezindheid durft uit te komen omdat hij ook de toespraken voor de koningin schrijft, maar zich ondertussen wel bereid heeft verklaard voor het Republikeins Genootschap een deftige toespraak te houden, zij het onder de strikte voorwaarde dat niemand het aan Beatrix zal doorvertellen.
Al met al is het verheffend noch volwassen, en in elk geval is het - daar heeft de republikeinse trojka Vinken-Nelissen-Kremers volkomen gelijk in - niet meer van deze tijd.
De Volkskrant is een van de weinige dagbladen die in deze periode van nationale commotie het hoofd koel heeft gehouden. Met Beatrix valt redelijk te leven, constateerde dit dagblad. 'Maar hoe zal het gaan als zij straks wordt opgevolgd?’
Dat is een centrale vraag in dit debat. Is die aanstaande opvolging, gereserveerd voor een kroonprins die tot dusverre een verre van indrukwekkende indruk maakt, wellicht de 'fatale fout’ die de monarchie volgens het (voormalige) Genootschapslid Ben Knapen gaat maken? Voor de rest bestaat de berichtgeving over en de commentariëring op de republikeinse woelmuizerij uit een hybride destillaat, gevormd door louter romantische bestanddelen: het is geheim, er is een lek, die mannen hebben sociale status, het is een conspiratie, er is sprake van een soort schandaal, die mannen zijn merendeels koninklijk onderscheiden, en potverdorie, wat hebben die deftige meneren er die avond op losgegeten en op losgedronken.
Het is voer voor massapsychologen en communicatiedeskundigen, vergelijkbaar met het nationale schandaal dat ontstond toen in 1965 de toenmalige PvdA-leider G.M. Nederhorst het in zijn hoofd haalde de monarchie een 'betwiste zaak’ te noemen, belichaamd in de troonopvolgster 'wier eigenzinnigheid krachtig in toom zal moeten worden gehouden’. Ook toen was het Koninkrijk der Nederlanden te klein om de volkswoede te beteugelen.
'Maar men mag toch eerlijk zeggen en schrijven wat men wil?’ sprak Nederhorst geschrokken. Nee, dat mocht beslist niet en het lijkt, meer dan dertig jaar na dato, eigenlijk nog steeds niet te mogen.

ALS HET ALTHANS aan de nog steeds machtige monarchistenlobby ligt, die nog altijd in staat is de andersdenkenden te chanteren, omdat vrijelijk beleden republikanisme een maatschappelijk risico betekent en dus slechts aan een enkeling is voorbehouden. Zoals aan het merendeel van de leden van het Republikeins Genootschap, die zich, grijs en wijs geworden, inmiddels in de marge van de macht bevinden en daarom maatschappelijk minder kwetsbaar zijn dan vroeger, toen zij nog minister of commissaris der Koningin waren.
Hoe dan ook, dit 'duistere stel’, om andermaal Hare Majesteits eerste dienaar te citeren, heeft het onderwerp 'monarchie versus republiek’ weer op de politieke agenda weten te plaatsen. Wat dat betreft heeft het de eerste fase van zijn doel bereikt. De gevoelens op Huis ten Bosch zullen gemengd zijn: Beatrix weet nu dat haar bij de gratie Gods geschonken betrekking omstredener is dan zij dacht, ook in het maatschappelijke milieu dat zij tot voor kort als haar natuurlijke bondgenoot beschouwde.