TONEEL

De bereidheid is alles

Hamlet

Deze week is Hamlet door Toneelgroep Oostpool aan de laatste serie voorstellingen begonnen. Deze mededeling heeft iets melancholisch. Sommige meesterwerken zou je wat langer in de buurt willen houden, met een zekere regelmaat terugzoeken, als een landschap dat je ooit trof. In een toneelwereld zonder ruimte voor repertoire kan dat niet. Toneel is op een bepaald moment over, of sufgeluld, of gewoon moe, op een dood punt beland, of daar net te laat weer overheen gegroeid. Deze Hamlet wilde overigens maar niet moe worden. Hij is gemaakt met de liefde die er in ruime mate van af straalt. De toneelspelers blijven er de hele tournee aan sleutelen en prutsen. En de openingsvraag van de voorstelling (niet ‘Wie is daar?’ maar 'Wat wilt u zien?’), door Horatio (Michiel Bakker) rechtstreeks aan de zaal gesteld, die tikt het publiek meteen in de alerte denkhouding en de verbeeldingskracht die titelrolvertolker Sanne den Hartogh zijn Hamlet van meet af aan meegeeft.
Een van de verrassende aspecten aan de voorstelling is de onnadrukkelijkheid waarmee ze zich voegt in een actueel discours over de noodzaak van toneel. Theatermakers willen daarin heden ten dage nog wel eens slachtofferig, cynisch of gewild lollig positie kiezen. Niets van dat alles in deze toneelavond. Middels het door bewerker Joeri Vos leep verplaatsen of in elkaar schroeven van teksten uit met name het tweede en derde bedrijf - vaak teksten die we zelden zo te horen krijgen als hier - is deze Hamlet een zeldzaam lichtvoetig pleidooi voor toneel als oord van alertheid, reflectie, gedrevenheid, schoonheid, precisie en humor. Precies het soort toneel waarover Shakespeare met Hamlet veel te vertellen had, omdat hij op een kruispunt in zijn eigen loopbaan stond toen hij dit stuk maakte: verjongd ensemble, nieuwe schouwburg, verse inspiratiebronnen. Het is een genot om te ervaren hoe het denkwerk aan deze productie (regisseur Marcus Azzini en dramaturg Joris van der Meer), de scenografie (Theun Mosk en Stijn van Bruggen) en het geluidsontwerp (Richard Janssen) als het ware met de toneelspelers mee bewegen. Het ritme waarin bijvoorbeeld het coulissendecor (in een modieus 'jasje’ van nieuwe zakelijkheid) uit de toneeltoren komt zakken en daarin weer verdwijnt, bevat een speelse dialoog met de tekst. De spelonkige geluidjes en muziekjes die we permanent in een verre achtergrond horen echoën, onderstrepen dat Hamlet last heeft van het lawaai van de nieuwe politieke verhoudingen in Elseneur. De verkledingen van Getrude (Maria Kraakman) verraden haar schuldgevoel over een mislukte camaraderie met haar vroegwijze zoon. De briljante vormen van retorica die Polonius (Erik Whien) met zijn lenig lijf en zijn watervlugge dictie ten uitvoer brengt, accentueren de wasbleke fantasieloosheid van onze politici. En de warme vriendschap tussen Hamlet en Horatio doet wat theater tot een oord van troost én verdriet maakt: ze verzacht de ergste pijn op de hevigste momenten, daarna confronteert een heviger pijn ons met de onontkoombaarheid van de ultieme allenigheid van beiden. De bereidheid is alles. Horatio verliest een boezemvriend zonder te begrijpen waarom - hij wordt ook nooit werkelijk in vertrouwen genomen. En Hamlet moet zich verzoenen met de dood die, lang voor zijn jeugd is vervlogen, in zijn lijf victorie kraait.
Hamlet door Toneelgroep Oostpool is ook in die slotscènes geen larmoyante maar vooral een rijke voorstelling. Omdat ze al onze zintuigen en voelsprieten beroert, de vertelling in haar volle zeggingskracht toont, zonder de opdringerigheid van dé ultieme Hamlet. Die immers, ook voor deze nieuwe generatie toneelspelers, niet bestaat.

Nog t/m 11 december te zien in Tilburg, Utrecht, Eindhoven, Gouda, Veenendaal en Arnhem. Inlichtingen: www.toneelgroepoostpool.nl.