De berustende burger

Sinds de opkomst van Pim Fortuyn in 2001 heeft de Nederlandse politiek in het teken gestaan van woede. De boze burger had zijn buik vol van Den Haag, van Nederland immigratieland, van de hele ‘vette volgevreten links-liberale grachtengordelelite’.

Medium commentaar 36 2012 berustende burger

Van die woede is deze verkiezingen weinig meer te bekennen. Geert Wilders probeert het nog wel. Bij de aftrap van zijn campagne noemde hij de Europese Unie ‘een vampier die ons leegzuigt tot we nog slechts een onbetekenende provincie zijn van het Groot-Europese Rijk’. Maar veel weerklank levert het niet meer op.

In de plaats van de boze burger is de berustende burger gekomen. Of de onverschillige. Voor sommige commentatoren is dat reden tot blijdschap: eindelijk wordt Nederland weer een beetje normaal. Dat valt nog te bezien. ‘Ze doen maar in Den Haag’, zo kan de stemming worden getypeerd die opdoemt in de artikelen in deze verkiezingsspecial. Je zou het bijvoorbeeld niet zeggen, afgaande op de verkiezingskoorts in de kranten en op televisie, maar de PVDN zal wederom de grootste worden. Bijna dertig procent van de bevolking behoort tot deze Partij van de Niet-Stemmers. Maar ook de mensen die wél naar de stembus gaan, lijken er steeds minder in te geloven dat hun keuze ertoe doet. Vandaar de afkalvende partijtrouw en de heen en weer schietende peilingen. Vandaar het cynische ‘laten we dit jaar Pietje of Marieke maar eens proberen’. Baat het niet, dan schaadt het niet.

Dat is een cynische constatering, maar daarom niet minder waar. Den Haag hééft daadwerkelijk minder te zeggen. De economie trekt zich weinig aan van nationale grenzen. En de sleutel tot de eurocrisis ligt in Brussel, Frankfurt, Berlijn of Beijing – maar in elk geval niet in Nederland. Bij de issues waar het Binnenhof nog wél invloed op heeft – de zorg, pensioenen, de arbeidsmarkt – kruipen de partijen bovendien steeds dichter naar elkaar toe.

De berustende kiezer doet dus eigenlijk niets anders dan zich neerleggen bij de boodschap die politicologen al jaren verkondigen: de echte macht ligt niet in Den Haag. Maar waar dan wel? We weten het niet. Sommige mensen zoeken het dichtbij, in de eigen regio, of juist verder weg, in Brussel. Anderen grijpen terug op de in de jaren tachtig in alternatieve kringen al populaire _do it yourself-_aanpak. Wonen, energievoorziening, kinderopvang: ze doen het zelf wel. Weer elders wordt er nagedacht over alternatieve vormen van politiek, van directe democratie (Occupy) tot elitebestuur, van Sywert van Liendens G500 tot David van Reybroucks G1000.

Kan die zoektocht naar nieuwe vormen en gedachten iets opleveren? Wel als zij de gestage afkalving van onze democratische zeggenschap weet te stoppen. Dat is echter maar de vraag. De regio kampt met hetzelfde probleem als de nationale politiek: een groot deel van de macht ligt elders. In Europa bijvoorbeeld. Maar dat kan zich met zijn tandeloze Europees Parlement nog altijd geen volwaardige democratie noemen. Dan kan de burger nog beter zijn ei kwijt in het minder invloedrijke, maar net wat democratischer Den Haag.

Eerst woede, dan berusting en acceptatie. De ontwikkeling die de Nederlandse politiek de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, heeft veel weg van de fases van een rouwproces. Maar dat zou betekenen dat de scheiding, in dit geval tussen de kiezer en Den Haag, definitief is. Dat is onverstandig. Die nieuwe liefdes moeten zich eerst nog maar bewijzen. Pas dan kunnen we definitief afscheid nemen van de nationale, parlementaire democratie van het Binnenhof. Tot die tijd is zij het enige en daarmee het beste wat we hebben.


De Groene met de verkiezingsuitslagen verschijnt vrijdag 14 september