De bescheten nederlander

Geld? Niet belangrijk, vindt de Nederlander. Je gezondheid, daar gaat het om. Toch steekt het dat de buren alweer een nieuwe auto hebben. En de hoogte van dat onbelangrijke inkomen openbaren? Geen topverdiener die erover piekert.
Jort Kelder is hoofdredacteur van Quote.
ENIGE TIJD GELEDEN werd ik uitgenodigd door de Tros Nieuwsshow. Zojuist was uitgelekt dat politiecommissaris Eric Nordholt een jaarinkomen van zo'n tweeeneenhalve ton toucheerde. Het journaille had het er maar druk mee, want een politiechef die meer verdiende dan de minister-president - schande! Of de hoofdredacteur van het lijfblad voor young eager beavers even naar de studio kon komen om de wedde van Nordholt te vergelijken met de salarissen die het bedrijfsleven gewoon is te betalen? Dus daar zaten we dan, zaterdagochtend tien over negen.

Interviewer Peter de Bie opende het gesprek met routineuze verontwaardiging over de ‘affaire-Nordholt’ en merkte verwonderd op: 'Waarom wordt er toch altijd zo geheimzinnig gedaan over inkomens in Nederland?’ De wedervraag was snel gesteld: 'Precies, meneer De Bie, wat verdient u eigenlijk?’ Na enig gerochel in de microfoon zocht de presentator van de gezelligste omroep van Hilversum snel de nooduitgang. 'Eh… dat gaat u niets aan, bovendien gaat het nu niet om mij.’ Waar de man natuurlijk gelijk in had. Vroeger, toen de kaarsen in de kerstboom nog niet op wisselstroom brandden, toen de H. Hermandad de straat nog regeerde en toen het werkwoord 'neuken’ met samengeknepen lippen zijn tv-primeur beleefde - vroeger dus, stellen bezorgde commentatoren retorisch, kende Nederland nog taboes. Maar nu? Wat resteert nu we vrijelijk mogen paren, scheiden en schelden op de autoriteiten? Iedere landgenoot is ten minste eenmaal bij RTL of Veronica te biecht geweest om te vertellen hoe, hoe vaak en met wie hij of zij het doet. Toch staat een taboewoord nog fier overeind, en het is nu eens geen drie- maar een vierletterwoord: G-E-L-D.
Niet dat het een als zodanig aanvaard taboe is. Officieel vindt de Nederlander geld nauwelijks de moeite waard. En dat terwijl de vaderlandse economie drijft op de handel in geld. Honderdduizenden verdienen hun brood als bankemploye, valutahandelaar of verzekeringsmakelaar. Maar vraag ze niet naar hun persoonlijke pecunia. In geen westerse economie zijn drie grootbanken - ABN-Amro, ING en Rabo - zo dominant aanwezig, maar zeur niet over de macht van het grootkapitaal. Nederlanders zijn spaarzamer dan bijen. De pensioenfondsen beleggen een pot van 770 miljard gulden. Dit is een land van binnenvetters, al preken we dat geluk in de gezondheid en het gezin zit en niet in een ouwe sok.
Onderzoek onder 'topstudenten’ wijst uit dat slechts negen procent zegt te werken voor het geld. Tachtig procent zet zelfontwikkeling op een, om vervolgens in dienst te treden bij een duffe bank, een suffe verzekeraar of een andere van-negen-tot-vijfbaan die zal leiden tot een vroege midlife- crisis. Geld doet er niet toe, en toch is in kringen van jonge carrieredieren nog steeds de meest gestelde vraag: En, wat schokt ’t? Sterker, niets leidt tot meer opwinding dan discussies over geld. Of het nu gaat om de golden parachute van graaf Van Randwijck, de wedde van piloten en dienders of de toenemende armoede - Nederland is bezeten van geld. Of liever nog: de Nederlander is bezeten van andermans geld. Er wordt wat afgeroddeld achter de begonia’s als de buurman zijn middenklasser het tuinpad opstuurt - waar doen ze het van? Niet voor niets is het best verkochte nummer van Quote de editie met de covertekst 'Wat verdient uw buurman?’ Een verhaal met volstrekt triviale informatie, zoals het weetje dat meneer pastoor f23.490,- verdient, een publieke vrouw met f52.200,- sappelt en een modale captain of industry f536.760,- incasseert, voor aftrek van belasting en alimentatie. Zinloze feiten, maar de Nederlander kijkt graag in de portemonnee van een ander.
Uitgevers voorzien in die behoefte. Brul 'miljonairs’ op de cover, en het blad vliegt van de schappen. Money sells. De boekhouder van De Groene Amsterdammer kan tevreden zijn. Zelfs de dichter en denker onder de opiniebladen zwicht met een kerstnummer over geld.
EN TERECHT. Een beschaving leert men kennen door naar de omgang met geld te kijken. Wat dat betreft treffen we in Nederland een aardige laboratoriumopstelling aan. Geen volk lijkt zo doordrongen van het zondebesef dat geld stinkt. De Nederlander doet bescheten over het slijk der aarde. Het discours over de rechtvaardige inkomensverdeling wordt in dit calvinistische land met een moreel sausje overgoten. Zo durven politici hun eigen beloning slechts op fluistertoon aan de orde te stellen.
De angst door een horde bijstandsmoeders voor zakkenvuller te worden uitgemaakt, zit diep. Minder gene wordt betracht in de annonces van headhunters, die sollicitanten proberen te lokken met koppen als 'commercieel manager - 200.000 plus’. Geld is het lokkertje, maar zowel de klanten als de kandidaat blijven anoniem. Wie staat immers graag te kijk als lidmaat van de kaste der grootverdieners?
Voor sommigen moet het een zure constatering zijn, maar een kwart eeuw na Keerpunt '72 - het regeringsprogramma dat spreiding van kennis, inkomen en macht beloofde - is het koninkrijk steeds meer een klassenmaatschappij aan het worden. Politici tamboereren op gelijkheid, maar intussen neemt sinds 1982 de kloof tussen rijk en arm toe. Alle nivellering ten spijt verdienen de toppers van het vaderlandse bedrijfsleven honderd keer meer dan het minimumloon, ofwel een slordige drie miljoen gulden. En dat doet pijn, zowel bij de have’s, die zich in bochten wringen om beloningsverschillen te bagatelliseren - 'Ik betaal ook veel belasting’ - als bij de have not’s, die kampen met ernstige jeuk in hun jaloeziespier. En misschien hebben ze wel gelijk, want wie zou durven beweren dat het economisch nut van Jan Timmer honderd keer groter is dan dat van de telefoniste van Philips? Zonder Timmer draait Philips gewoon door. Zonder de telefoniste wordt het een chaos.
NU ZULLEN TIMMER of een van zijn collega-kapiteinen van industrie weinig behoefte hebben openlijk het debat over hun geld aan te gaan. Geen reactie voorspelbaarder dan die van de rijke Nederlander die naar zijn banksaldo wordt gevraagd. Meestal hebben ze 'geen idee’ of 'genoeg’. Veelal wordt de vraag gesmoord onder verwijzing naar Heineken, Heijn en Van der Valk: U denkt zeker dat ik gekidnapt wil worden?
Alleen van loonslaven in cao-schalen en openbare ambtsdragers zijn de verdiensten bekend. Van politici vinden we dat vanzelfsprekend, zij worden immers van belastingcenten betaald. De kiezer heeft als aandeelhouder in de democratie recht om te weten waar zijn geld blijft. Heel normaal, al is het voor politici lastig. Onlangs vroeg ik Ed Nijpels naar zijn inkomen, nu hij het burgemeesterschap had laten vallen voor het directievoorzitterschap van De Twaalf Provincien. Twintig jaar plicht tot openbaren viel grijnzend van hem af: 'Voor u een vraag, voor mij een weet!’ Laten we aannemen dat de Canadese eigenaar van deze verlieslijdende arbo-dienst wel op de hoogte is van Nijpels beloning. Beleggers in beursgenoteerde bedrijven zijn dat meestal niet. Vragen zij wat er met hun geld gebeurt, dan verschansen directies en commissarissen zich achter muren van zwijg zaamheid. Op de Amsterdamse beurs woedt een veldslag over de openbaarmaking van grote paketten aandelen. Zo wordt de familie De Groen liever niet ontmaskerd als grootaandeelhouder van Grolsch en mogen we niet weten dat Freddy Heineken iets met de gelijknamige bierbrouwerij van doen heeft. Alsof Heineken geen target voor mensendieven zou zijn als zijn bierbezit geheim was gebleven.
Ook aandeelhouders die informeren hoeveel van het dividend wordt opgeofferd aan de salariering van de directie, kunnen rekenen op geheimzinnigheid of zelfs hoon van het management. U begrijpt toch zeker wel dat dergelijke informatie tot de privacy behoort? Toch trekt de wetgever steeds meer sluiers weg. Sinds 1984 zijn beursfondsen verplicht in het jaarverslag een post 'bezoldiging bestuurders en commissarissen’ op te nemen. Door allerlei geritsel met bonussen, handdrukken en pensioenpremies geven de gemelde bedragen overigens niet meer dan een indicatie van wat de top zichzelf toestopt.
Een heel andere situatie dan in Engeland en de Verenigde Staten, waar bedrijven het salaris en de emolumenten van hun top-executives keurig melden. Ook enkele Brits- Nederlandse bedrijven vallen ten prooi aan die openbaarheid, zodat we weten dat Unilever-topman Morris Tabaksblat minder verdient dan de nummer twee van het concern en dat uitgever Pierre Vinken vorig jaar met 2,8 miljoen gulden genoegen moest nemen. Jaloers?
HET WERK VAN de journalist die met de portefeuille 'rijke Nederlanders’ wordt opgezadeld, gaat van au. De natie telt zo'n honderdduizend miljonairs, maar ooit iemand ontmoet die zijn zescijferige banksaldo vrijwillig prijsgaf? High life bestaat zelfs in onze egalitaire moerasdelta, maar verschuilt zich achter sobere gevels, confectiepakken en Ford Scorpio’s. Het blad Quote begon ooit als jeugdzonde van uitgever Maarten van den Biggelaar, die op studieverlof in Amerika zag hoe ongegeneerd bladen als Manhattan Inc., Forbes en Fortune over geld schreven. Dat moest in het Nederland van de jaren tachtig ook kunnen en dus zette de redactie van het 'ondernemende magazine’ zich in 1986 aan de Quote 500.
Een decennium later blijven we nog steeds steken bij de Heinekens, Dreesman nen en Fenteners van Vlissingen, want over vermogende Nederlanders weet zelfs de belastingdienst bitter weinig. Gegevens over salarissen en vermogens worden beter bewaakt dan het bankgeheim in Basel. Waar Amerikaanse well-to-do’s gretig meewerken aan de hitlijsten van Forbes en Fortune, schermen onze topdogs hun prive-boekhouding desnoods hermetisch af in exotisch gevestigde vennootschappen. Geheimzinnigheid over inkomens is koren op de molen van de beloningsexperts, die prachtige rekeningen versturen om de beloningen concurrerend te maken. Hoe meer mistigheid, hoe meer werk voor de consultants.
Nu is openheid over geld nooit de favoriete bezigheid van het establishment geweest. Oud Geld kijkt doorgaans niet langer dan het oprijlaantje lang is. Over geld praat je niet, dat heb je. De nouveaux riches denken daar iets genuanceerder over. Deze zonen van de koude grond hebben vaak moeten vechten voor iedere cent, en genieten dus iets ostentatiever van de verworven rijkdom.
DAN KRIJGEN WE dus taferelen zoals onlangs met Abraham 'de Prince de Lignac’ van Leeuwen. Zijn sloep met willige Filipijnse knaapjes ligt afgemeerd in het Oosterdok en de prins ontvangt de pers om zijn handleiding Hoe wordt u miljonair? te presenteren. Als je het op die manier al wordt, zul je het zeker niet blijven. Of neem makelaar-politicus H. Mens die naar eigen zeggen wat 'appeltjes voor de dorst’ kocht en zich gelukkig prijst dat zijn Bentley Mulsanne (f350.000,-) ook dit jaar weer door de APK-keuring kwam. Het is de openheid van het paartje dat compleet met hulpstukken aan Viola van Emmenes de eigen seksuele sores komt uitleggen en - desnoods - demonstreren. Tamelijk (b)anaal.
Overigens publiceert Quote regelmatig lijsten met inkomens van topverdieners. En altijd galmt geirriteerd gebrom door de directievertrekken. Nog onlangs liet de voorzitter van de raad van bestuur van ING via zijn woordvoerder weten ontstemd te zijn over het hem toegedichte salaris van 2,3 miljoen. Dat getal was 'veel te hoog’. Wat het wel was, mochten we vanzelfsprekend niet weten.
Slechts in twee gevallen hebben betrokkenen de som op hun hoofd eigener beweging gecorrigeerd. Allereerst was daar presentator Victor Deconinck, die triomfantelijk liet weten dat zijn dagprijs voor een winkelopening niet - zoals Quote abusievelijk meldde - 6500 maar 7500 gulden bedroeg. Deconinck kreeg zijn correctie. Een ander hilarisch geval betrof George Reudink, bestuursvoorzitter van Nijverdal Ten Cate. Waarom zijn naam niet stond vermeld bij de honderd beste betaalde managers? De chief executieve officer uit Almelo wilde het exacte bedrag niet onthullen, 'maar gaat u er maar van uit dat ik rond plaats zeventig sta’. Het mag geen verbazing wekken dat Reudinks afscheid van de textielfabrieken niet lang meer op zich liet wachten.
Waarmee is aangegeven dat zwijgen over geld nog steeds goud is. Zelfs op de burelen van ons business-magazine is openbaarheid van inkomens ver te zoeken. In een poging de lezers gunstig te stemmen met het schamele abonneegeld, onthulde de hoofdredactie in een brief aan de lezers het maandsalaris van de jongste bediende ter redactie. Vanaf drie mille bruto per maand staan de schrijvende doctorandussen dag en nacht voor u klaar! Een bede die een lezer de verzuchting ontlokte dat de kwaliteit dan wel even karig zou zijn als het inkomen.
Een keer betrachtte ik in een interview met het reclameblad Adformatie openheid over mijn inkomen, dat naar journalistieke maatstaven uiteraard schandelijk hoog is. Doe het niet. Sindsdien wacht ik gespannen op m'n eerste salarisverhoging.