Tien jaar later

De beste boeken: non-fictie

Lawrence Wright, The Looming Tower: Al-Qaeda and the Road to 9/11 (Albert A. Knopf, 2006) - Meesterlijk relaas over het ontstaan van, en de aanvankelijk vruchteloze jacht op, al-Qaeda. Lawrence Wright interviewde honderden bronnen, zowel binnen de CIA als gelieerd aan al-Qaeda, en begaf zich onder valse voorwendselen naar Saoedi-Arabië om zijn verhaal compleet te maken. Won in 2007 de Pulitzer Prize for General Non-Fiction.

Bob Woodward, Bush at War (2002); Plan of Attack (2004); State of Denial (2006) (Simon & Schuster) - Er is wel gezegd dat Woodwards driedelige Bush-saga de titel All the President’s Wars had moeten dragen. Bob Woodward, bekend van het ontrafelen van de Watergate-affaire, leverde met zijn drie Bush-boeken een nieuw kunststuk, waarin hij via diepgravend journalistiek onderzoek illustreert hoe de regering-Bush uiteindelijk naar voren komt als een wereldvreemde ploeg rouwdouwers.

Ahmed Rashid, Descent into Chaos: How the War against Islamic Extremism Is Being Lost in Pakistan, Afghanistan and Central Asia (Viking, 2008) - Ahmed Rashid (bekend van Taliban, 2000, toont opnieuw zijn diepgaande kennis van Afghanistan. Aan de hand van zijn eigen waarnemingen en gesprekken met krijgsheren, hoge Amerikaanse functionarissen en de Afghaanse president Hamid Karzai laat hij zien hoe de Amerikanen door Afghanistan te verwaarlozen ten faveure van Irak niet alleen belangrijke kansen lieten liggen om al-Qaeda te vernietigen, maar bovendien een humanitaire catastrofe veroorzaakten.

George Packer, The Assasins Gate (Farrar, Strauss & Giroux, 2005) - Aanvankelijk steunt journalist Packer de invasie, maar al na enkele reportagereizen door Irak vallen hem de schellen van de ogen. Packer besluit te onderzoeken wat er schuil gaat achter de oorlog, en duikt diep in het neoconservatieve milieu. De combinatie daarvan met vlijmscherpe Irak-reportages maakt zijn boek tot een van de compleetste verslagen van het Iraakse drama.

David Finkel, The Good Soldiers (Farrar, Strauss & Giroux, 2005) - Indringend verslag van een Amerikaans bataljon in Irak, dat aan zijn missie begint als er al drieduizend GI’s zijn gesneuveld. Finkel, Washington Post-verslaggever, volgde een aantal manschappen een jaar lang op de voet en rapporteert briljant, als een fly on the wall. Brandt een gat in de ziel.

Syed Saleem Shahzad, _ Inside al-Qaeda and the Taliban : Beyond Bin Laden and 9/11_
In mei werd het lijk van de Pakistaanse journalist Syed Saleem Shahzad gevonden in een miezerig kanaaltje. Collega’s houden het erop dat hij werd vermoord door de beruchte Pakistaanse geheime dienst ISI, waarschijnlijk tijdens een uit de hand gelopen intimidatiepoging. Kort na Shahzads dood verscheen Inside al-Qaeda and the Taliban, waarvan hij het manuscript al persklaar bij zijn Britse uitgever had liggen.

Shahzads dood is breed uitgemeten, maar zijn boek is onterecht buiten de schijnwerpers gebleven. Shahzad was een van de zeer weinige onafhankelijke (hij wenste slechts voor kleine media te werken) journalisten die toegang hadden tot ‘al-Qaeda Central’: het Afghaans-Pakistaanse grensgebied, bevolkt door Pashtoen-stammen. Hier werden de Taliban geboren, en hier trokken zij zich samen met de harde kern van al-Qaeda na 2001 terug. Shahzad had betere contacten met al-Qaeda- en Talibanleiders dan wie ook. In zijn boek concludeert hij: het al-Qaeda-radicalisme heeft de Taliban en de bevolking in de stammengebieden in de greep gekregen. Hoeveel leiders de Amerikanen ook uitschakelen, er zullen steeds nieuwe steeds nieuwe opstaan. Van al-Qaeda, noch de Taliban, zijn we voorlopig af.

Antonio Giustozzi, _ Koran, Kalashnikov and Laptop : The Neo-Taliban Insurgency in Afghanistan_ (C Hurst & Co Publishers Ltd, 2007)
Eerste en voorlopig beste onderzoek naar de huidige Neo-Taliban-beweging, die zo anders is dan de 'klassieke’ Taliban van voor 9/11. Toont pijnlijk scherp waarom de NAVO-aanpak niet kan werken. Verscheen in 2009 in geactualiseerde editie.

Gary Berntsen, Jawbreaker: The Attack on Bin Laden and Al Qaeda (Crown, 2005)
Ooggetuigenverslag van de commandant van een paramilitaire-CIA-eenheid: die gespierde mannen met dikke baarden en zonnebrillen die in de eerste weken van de Afghaanse oorlog nog in beeld kwamen, maar daarna spoorloos verdwenen. Van dik hout gezaagd, en bijna onleesbaar door de vele zwartgemaakte woorden, bijzinnen en hele passages . De CIA-censuur bracht Berntsens op voet van oorlog met zijn oude werkgever. Toch waardevol wegens de onverbloemd vastgelegde gung ho-mentaliteit die leidde tot stupide tactische en strategische beslissingen, waardoor de Afghaanse oorlog momenteel voor de NAVO en de VS als verloren moet worden beschouwd

Anonymous, _ Hunting al Qaeda : A Take-No-Prisoners Account of Terror, Adventure, and Disillusionment_ (Zenith Press, 2005_)_
Onbekend gebleven boek, verkrijgbaar via internet. Ongetwijfeld bedoeld als heroïsch verslag van een geheime Amerikaanse special forces-eenheid, maar leest als een hilarische reeks major fuck ups door een reservisten-A-team van de Army Commando’s (Groene Baretten) dat zich 'Beast 85’ laat noemen. Speelt in de beginjaren van de oorlog. Bijzonder: Theatre of Operations is het district Deh Rawod in Uruzgan, waar de Nederlanders vanaf 2006 de puinhopen van 'Beast 85’ mocht opruimen.

Jeremy Scahill, ** _ **Blackwater : The Rise of the World’s Most Powerful Mercenary Army_ (Nation Books, 2007)
Kritisch en ongeautoriseerd relaas van de opkomst en ondergang van Blackwater, de succesvolste private military firm ooit, geleid door Erik Prince: een Amerikaan met Nederlandse wortels. Blackwater werd in de ban gedaan na een massaslachting op een verkeersplein in Bagdad, maar werkt nu weer volop voor de Amerikaanse overheid onder de naam Xe Services.

Sarah Chayes, The Punishment of Virtue: Inside Afghanistan after the Taliban (Penguin Press, 2006)
De Amerikaanse National Public Radio-verslaggeefster Sarah Chayes raakte ondanks de oorlog zo aan Afghanistan verslingerd dat ze er ging wonen. In Kandahar nog wel, waar het al jaren allerminst pluis is. Ze richtte een bescheiden ontwikkelingsorganisatie op en raakte bevriend met president Hamid Karzai en met de politiecommandant van Kandahar. Als die laatste wordt vermoord bint ze de strijd aan met de krijgsheren die het land naar de afgrond voeren. Chayes toont tegelijkertijd het herkenbare normale van de Afghaanse samenleving als het volslagen absurde. Verwarrend voor wie de wereld graag geschetst krijgt in zwart wit. Sarah Chayes woont nog altijd in Kandahar en spreekt vloeiend Dari en Pashto.