De beste popmuziek van 2013

Op de valreep van 2013 verscheen, als uit het niets, het nieuwe album van Beyoncé. Maakte ze het afgelopen jaar al op het podium van haar Mrs Carter World Tour duidelijk dat geen vrouw in de popmuziek op dit moment in haar schaduw kan staan; nu deed ze dat in studio opnieuw.

Medium kanye

En zo was 2013 wel vaker het jaar van de andermaal bevestigde reputaties. Het Canadese Arcade Fire bleek met Reflektor opnieuw een de meest spannende bands in de popmuziek. Pearl Jam met Lightning Bolt een van de meest betrouwbare (altijd goed, soms heel goed), net als Nick Cave and The Bad Seeds met Push the Sky Away en de Dropkick Murphys met Signed and Sealed in Blood. Eminem maakt de meevaller van het jaar: het vervolg op zijn beste en meest succesvolle album ooit bleek werkelijk een vervolg te mogen heten: de sardonisch pesterige, snerende, bijtende veertiger Eminem was net zo geloofwaardig als de twintiger. Beste sample van het jaar ook, dat Time of the Season van The Zombies uit 1968 in Eminems Rhyme or Reason. The Zombies zingen ‘What’s your name?’, Eminem antwoordt met zijn pseudoniem: ‘Marshall.’ The Zombies: ‘Who’s your daddy?’ Eminem antwoordt naar waarheid: ‘I don’t know him.’

Singer-songwriters die veel indruk maakten: ex-punker Dave Hause, de door het leven getekende Sam Baker en –zonder akoestische gitaar, maar met beats – de piepjonge Lorde.

David Bowie kwam voor het eerst sinds vele jaren met een nieuw album en het was erg goed, hetzelfde gold voor de nieuw leven ingeblazen industrial van Nine Inch Nails en de eveneens gereïncarneerde, nog steeds overtuigende woede van Boysetsfire.

De hele wereld had het een paar weken lang over Daft Punk, maar het album kwam niet uit de schaduw van de geweldige single Get Lucky. Wie ook tegenviel: Jay-Z met zijn nieuwe album.

Twee hiphopalbums uit 2012 bleken daarentegen zo goed dat ze eigenlijk het hele jaar 2013 doorwerkten, ook omdat de makers er live enorm veel succes mee hadden: Good Kid, M.A.A.D City van Kendrick Lamar en The Heist van rapper Macklemore en zijn compagnon Ryan Lewis.

Indrukwekkende films hadden indrukwekkende soundtracks, met name Only God Forgives, Springbreakers en het Nederlandse Wolf.

In Nederland maakte Jacco Gardner veel indruk, net als opnieuw De Jeugd van Tegenwoordig, en kwam Anouk met haar op afstand mooiste album ooit, het droevige Sad Singalong Songs.

Maar het beste album van het jaar? Dat was toch dat monument van megalomanie. Die soms volstrekt belachelijke plaat, vol grootheidswaan, met die krankzinnige titel (Yeezus), God in de officiële credits als medecomponist, en met die ronduit smakeloze vergelijkingen (het zelfgekozen lot van beroemdheden met de tragiek van de slaven). Dat album, kortom, dat wist te irriteren, te provoceren, en altijd spannend bleef, van de overrompelde, hyperzelfbewuste opener On Sight en het stampende Black Skinhead tot dat briljante nummer I Am A God, met die giller van een tekst: ‘I am a God/ So hurry up with my damn massage/ And a French ass restaurant/ Hurry up with my damn croissants.’

In de bioscopen is al enige tijd de uitzinnige trailer te zien van wat volgens Bret Easton Ellis de beste film van het jaar is: The Wolf of Wall Street van Martin Scorsese. In de trailer zien we de doorgeslagen decadentie van de beurswereld voor de crisis, waarin beursjongens escorts volplakken met dollarbiljetten. De muziek? Kanye Wests Yeezus – wie anders. Misschien wel daarom het album van het jaar: Wests wereld is er een die niet (meer) bestaat.

Beeld: Bound 2 van Kanye West