De bestuurlijke bermuda-driehoek van nederland

Wie wil doordringen tot het geheim van de Nederlandse samenleving, dient de blik te richten op de wijze waarop hier te lande dreigende corruptieschandalen worden afgehandeld. In een aanpalende natie als Belgie zetten aantijgingen die ook maar wijzen in de richting van omkoping of andere onoirbare praktijken onmiddellijk een estafette in gang van verdachte zelfmoorden, aftredende overheidsdienaren, verdwijnende journalisten, vallende kabinetten en andere tekens van absolute paniek en verdwazing. Zie bijvoorbeeld de ontwikkelingen rond de Agusta-affaire, het helikoptersteekpenningenschandaal waarbij alle drieste pogingen tot cover ups alleen maar leidden tot nog meer fnuikende openbaarmakingen.

Hoe anders gaat het eraan toe in Nederland. Hier neemt de koelbloedigheid bij de autoriteiten tijdens dergelijke crisissituaties juist een enorme vlucht. Speciale onderzoekscommissies springen als paddestoelen uit de grond, alle aandacht is vereend gericht op de smet op het babyfrisse blazoen van de natie, en steevast is het zo dat het dreigende schandaal onder al deze attentie vervaagt, en uiteindelijk zelfs geheel voor het oog verdwijnt. Wat er dan nog rest aan schuldvragen, lost op in een onmetelijk universum van ambtelijke rapportages en verslagen van commissies wijze mannen, waaruit steevast blijkt dat er slechts sprake is geweest van ‘gebrekkige informatielijnen’, 'slecht op elkaar afgestemde beleidsniveaus’ en andere bestuurlijke logistiek waar niemand werkelijk chocola van kan maken. Het zijn bestuurlijke Bermuda-driehoeken waarin welk schandaal dan ook geheel verdwijnt om nooit meer terug te keren. Zo ging het met Lockheed, zo ging het met Slavenburgs bank, met Hollandia Kloos, de IRT-affaire en zo gaat het nu weer met het minischandaaltje van Locogate, de door het Franse dagblad Liberation aangezwengelde smeergeldaffaire rond de levering van achtendertig locomotieven van het Franse bedrijf GEC Alsthom aan de Nederlandse Spoorwegen.
Het was wederom fascinerend te zien hoe er in no time gigantische muren van absolute zorg rond deze kwestie werden opgeworpen door de betrokken ministers, hoe de affaire begon rond te zingen in heel het politiek-bestuurlijke landschap, om binnen twee weken tijd in zijn geheel te zijn weggewerkt. Terwijl de Franse journalisten bij hoog en laag volhouden dat de door hen geleverde informatie voor de volle honderd procent betrouwbaar is, is het Nederlandse oordeel al geveld: 'Een absurd verhaal, inmiddels weer achterhaald door de feiten’, zo orakelde NS-topman Regtuijt reeds in het personeelsblad van de Spoorwegen, en alle bestuurders - behalve de immer sceptische Winnie Sorgdrager - zeggen het hem inmiddels na. Vooral correspondenten van buitenlandse media worden horendol van deze oer-Nederlandse wijze van schandaalverwerking; de verwijten over calvinistische hypocrysie vliegen ons om de oren. De gemiddelde Nederlander volstaat met het idee dat zulke dingen in zijn achtertuin nu eenmaal niet gebeuren. Maar zo zit het natuurlijk niet. Nederland is een land dat zich onderscheidt door een bijna mythisch vermogen tot het regelen van dingen. Zo is ook corruptie hier gewoon beter geregeld.