De positie van moslimmannen

De beurt is aan de allochtone man

In de Emancipatienota 2008-2011 van minister Plasterk staat dat meisjes en vrouwen uit etnische minderheden in hoog tempo emanciperen, maar dat hun mannen hen daarin niet kunnen bijhouden. Ze schipperen tussen traditie, opvoeding, huwelijk en gezin.

De vrouwen doen het goed op school, ze hebben moderne opvattingen over de combinatie van werk en zorg voor jonge kinderen, ze willen dezelfde rechten als mannen en verzetten zich tegen een dubbele seksuele moraal. Een nieuwe generatie vrouwen neemt – met of zonder hoofddoek – geen genoegen met een plaats achter de man. Voor Turkse en Marokkaanse mannen is dat wennen, sommigen ervaren moderne vrouwen zelfs als een bedreiging, een aantasting van hun mannelijke trots en soevereiniteit. De conflicten die dat oproept kunnen leiden tot onderdrukking met als gevolg een toename van geweld tegen vrouwen en meisjes. De werelden van jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen en jonge Turkse en Marokkaanse mannen lopen steeds verder uiteen, zo wordt gesteld in de Emancipatienota 2008-2011 van minister Plasterk. Jongens lijken last te hebben van identiteitsproblemen en rolverwarring door de afstand tussen de traditionele machocultuur en westerse opvattingen over gelijkheid tussen man en vrouw. Ze zijn onvoldoende voorbereid op eventuele problemen binnen een relatie en voelen zich overvallen door de eisen en wensen van de meisjes. Vrouwen geven op hun beurt aan dat de traditionele opvattingen van jongens en mannen uit hun gemeenschap hun emancipatie, integratie en participatie belemmeren.

Hoe ze schipperen, blijkt uit gesprekken met drie allochtone mannen, Recep*, Wahid* en Selcuk Cengiz. Alledrie zeggen voor gelijke rechten van mannen en vrouwen te zijn. Ze zijn een ander soort echtgenoot dan hun vaders en opa’s, meer bereid taken te delen en iets van hun macht als man op te geven. Over gezinsproblemen praten ze met goede vrienden en niet met hun vrouw. Maar hun opvoeding en tradities maken het soms lastig om de vrouw in elk opzicht werkelijk als gelijke te zien of te voldoen aan de verwachtingen van vrouwen.

Recep (26) is anderhalf jaar geleden getrouwd met een Turks meisje uit Nederland op wie hij verliefd werd. Helemaal tevreden over zijn huwelijk is hij nog niet. Het is bij Turken niet vanzelfsprekend dat echtgenoten ook vrienden zijn, zoals bij Nederlanders, zegt Recep: ‘Bij ons moet vriendschap groeien. Ze willen dat je het juiste meisje kiest, maar een relatie mag je niet hebben.’ Hij denkt niet dat dat snel zal veranderen, want de oudere generatie is erop tegen.

Recep helpt – tot verbazing van zijn moeder – mee in huis omdat zijn vrouw Yeliz (22) dat van hem eist. ‘Mijn vader zou nooit stofzuigen. De keuken krijgt ze hem echt niet in, nooit. Zijn vader zou hem uitlachen: koken, dat is vrouwenwerk.’ Zijn vader is echt het hoofd van het gezin, die koopt een huis en zegt dat pas een paar dagen later tegen zijn vrouw. Recep zou eerst met Yeliz overleggen. Zijn ouders zijn man en vrouw en geen vriend-vriendin zoals hij dat met Yeliz wil zijn, zodat het leven niet saai wordt.

Hij heeft tegen Yeliz gezegd: onze kinderen, die voed jij op. Als ze klein zijn, blijf jij thuis. Een vrouw hoeft niet te werken, maar een man moet, ook al is het zeven dagen per week. Want man en vrouw hebben dan wel gelijke rechten, ze kunnen nooit gelijke taken hebben. Recep is bouwvakker en in het weekend uitsmijter, Yeliz werkt sinds kort als telefoniste. Dat een vrouw altijd maar thuis zit, vindt Recep niks.

Wahid (36) is net als Recep opgegroeid in Nederland maar getrouwd met een partner uit het land van herkomst, Marokko. Hij verwachtte dat een Marokkaanse beter bij hem zou passen dan de Nederlandse vriendin met wie hij vijf jaar had samengewoond en van wie hij veel gezeur had moeten verdragen. Tijdens een vakantie in Marokko ontmoette hij zijn huidige vrouw en al bij hun eerste afspraak werden ze het eens. Zijn bruid wist toen nog niets over de zoon die hij samen met de Nederlandse heeft, maar ze maakte er geen probleem van.

Geen moment heeft hij spijt gehad. Met zijn vrouw heeft hij geen lange discussies meer over een kleinigheid en geen ‘ja, maar’. Of ze wel of niet maagd was vond hij niet belangrijk – zijn ex had verschillende relaties gehad – hoe ze eruitzag ook niet. Met vrouwen praten, lachen, ouwehoeren doet Wahid graag, maar daar moet het bij blijven, want hij is gelukkig getrouwd dus wat zou een ander hem te bieden hebben? Hij is niet zoals de meeste Marokkaanse mannen, die er minnaressen op nahouden. Zijn nieuwe vriendin prijst hem zelfs omdat hij altijd aan zijn vrouw en kinderen denkt, hen belt en cadeautjes koopt.

Mannen en vrouwen horen gelijke rechten te hebben, zegt Wahid, hij zal zijn vrouw niets verbieden. Wahid verdient het geld; werkverslaafd is hij. Zijn vrouw is thuis en past samen met zijn inwonende moeder op hun drie kinderen. De jongste is nog klein, en daarom is ze thuis, maar van hem mag ze best buitenshuis werken. Natuurlijk hebben ze ook wel eens woorden, negen van de tien keer is dat zijn fout, dat weet hij en dan zegt hij sorry. Dan heeft hij een drukke dag gehad en dan zegt ze iets en dat is net even te veel. Als hij echt kwaad wordt pakt hij zijn jas en vertrekt. De eerste tik moet hij nog uitdelen.

De echtgenote van Selcuk Cengiz (38) is een geëmancipeerde vrouw die gezin, werk en studie combineert. Selcuk heeft geen moeite met een sterke partner, hij is geen macho, zegt hij. Maar het heeft hem wel tijd gekost om een goede echtgenoot te worden. Achttien jaar geleden trouwde hij in Istanbul met de in Nederland opgegroeide Emine. Hij wilde Nederlands leren, maar op de taalcursus stak hij weinig op. Na een jaar vond hij werk in een Turks café, hij was te verlegen om bij Nederlandse bedrijven te solliciteren. Omdat hij de taal niet kende moest Emine hem met alles helpen en dat legde veel druk op hun relatie, een relatie die toch al niet stevig was, want ze waren niet uit liefde getrouwd maar aan elkaar uitgehuwelijkt door de wederzijdse families.

Kort nadat hun dochter was geboren, ging het mis. Selcuk was daar schuldig aan. Hij gaf niet, hij deelde niet, in wezen interesseerde de relatie hem geen moer. Hij liep weg voor zijn verantwoordelijkheid als man en vader, terwijl Emine alles op zich nam. Bij zijn ouders had hij weinig gemerkt van liefde en genegenheid. Ze waren van een klein dorp in Anatolië verhuisd naar de metropool Istanbul en moesten daar een bestaan zien op te bouwen. Zijn vader was altijd aan het werk.

Toen Emine hem verliet met medeneming van hun dochter viel hij in een groot gat. Hij besloot alles op alles te zetten om zijn gezinnetje terug te krijgen. Hij hield contact met Emine via hun dochter, en tijdens gezamenlijke wandelingen en uitstapjes groeide heel langzaam vertrouwen tussen hen. Een paar jaar later trouwden ze opnieuw. Emine ging studeren en werken, er werden nog twee dochters geboren waar hij heel blij mee was.

Selcuk toont wat hij waard is. Waarschijnlijk vaker dan zijn vrouw heeft hij de jongste verschoond. Als Emine het eten voor hem klaarmaakt, smaakt het hem lekkerder. En soms vindt hij hun bestaan erg druk, zelfs tijd om ruzie te maken ontbreekt. In veel opzichten heeft hij andere ideeën dan zijn vrouw. Maar in één ding is hij het zonder meer met haar eens: hun dochters moeten economisch zelfstandig worden zodat ze niet afhankelijk zullen zijn van een man. Dat maakt hen minder kwetsbaar.

‘Allochtone mannen staan onder druk’, zegt Sadik Harchaoui, directeur van Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling. ‘Er worden hoge eisen aan hen gesteld; schoonouders willen een gelovige schoonzoon, vrouwen verlangen moderne opvattingen over de verhouding tussen de seksen en een goed inkomen, want het gezin moet twee keer per jaar op vakantie. Daar komt nog bij dat in de media een wel erg stereotiep beeld van de allochtone man wordt geschetst. Hij wordt neergezet als iemand die niet in staat is lief te hebben en van zijn kinderen en vrouw te houden. Een allochtone man achter de kinderwagen wekt verbazing.’

Harchaoui maakt zich zorgen over allochtone jongens, want uit onderzoek blijkt dat hun mate van welbevinden laag is, lager dan die van meisjes. Hij pleit dan ook, net als in Plasterks nota wordt gedaan, voor meer aandacht voor de problemen van allochtone jongens en mannen. Die hebben veel te winnen bij emancipatie: ‘Als partners beiden werken en het inkomen toeneemt kan het gezin zijn economische positie verbeteren, opvoeding krijgt meer kwaliteit door betrokkenheid van vaders en in het algemeen zal het gezinsgeluk toenemen. Het is goed dat er veel wordt gedaan aan de verbetering van de positie van allochtone vrouwen, nu is ook de man aan de beurt.’

*) Namen op verzoek gefingeerd

Bea Mol is auteur van Tussen hoofddoek en naaldhak: Moslima’s over vrouwzijn en intimiteit (2007)