Kunst: Theaster Gates

De bewoners van Malaga

Theaster Gates, Amalgam, Palais de Tokyo © André Morin

De 45 bewoners van een eilandje voor de Amerikaanse kust, in de staat Maine, werden in 1912 op last van de gouverneur opgepakt, mannen en vrouwen gescheiden. De meesten kwamen terecht in een centrum voor zwakzinnigen. Op het eilandje, dat Malaga heet, zou een vakantiepark gebouwd worden en de toekomstige badgasten konden niet geconfronteerd worden met de ongebruikelijke bevolkingssamenstelling daar: de vissers vormden er al generaties lang gezinnen met mensen van verschillende etnische achtergronden.

Voor zijn eerste tentoonstelling in Parijs brengt Theaster Gates, vermaard kunstenaar uit Chicago, een ode aan die vergeten bewoners. Amalgam is de naam van de tentoonstelling, bijna een anagram van Malaga, en gaat over het hardnekkige taboe op interraciale relaties. In de eerste zaal bouwde Gates een levensgroot leistenen dak. Hij noemt het ‘het eeuwige dak van de bewoners van Malaga’, het is ook een introductie op de aanpak van de kunstenaar.

Theaster Gates (1973) is opgeleid als pottenbakker maar bedient zich van een heel scala aan technieken en disciplines, vaak met een sociale factor. En heel vaak komen daar huizen bij kijken. In 2012 maakte hij op Documenta 13 in Kassel naam door een vervallen gebouw met behulp van bouwmateriaal uit Chicago en de muzikanten van zijn band The Black Monks of Mississippi nieuw leven in te blazen. In een ted Talk uit 2015 vertelt Gates hoe hij al jaren hetzelfde doet in zijn thuisstad. ‘Van niets iets maken’, mensen samenbrengen, bruggen bouwen.

In Parijs bouwde hij voor Amalgam een ‘Island Modernity Institute’ en een ‘Department of Tourism’: kasten en schoolborden op een houten podium met daarbij meerdere sculpturen waarbij steen of beton rust op een houten onderstel. Er hangt een negentiende-eeuwse illustratie van een zwarte man in karikatuur die een witte vrouw zoent. ‘In the end, nothing is pure’ melden neonlampen. Op een schoolbord heeft iemand zijn gedachten over de ingewikkelde geschiedenis proberen te ordenen, een wirwar van verbanden en jaartallen. ‘1641 first documented African American in Maine’, ernaast ‘White hegemony - love’.

Pièce de résistance van de tentoonstelling is een film die soepel schakelt tussen de muzikanten en zangers van The Black Monks, zwarte dansers en één witte die op Malaga, het eiland waar het vakantiepark nooit kwam en de natuur haar gang kon gaan, elkaar aantrekken en afstoten, en een serie ijskoude Hollywoodfilmfragmenten waarin relaties tussen zwart en wit worden geridiculiseerd, afgewisseld met kippenvelquotes van Amerikaanse presidenten. De krukjes waar het publiek op zit, zijn verwant aan de houten vormen uit de eerdere zaal: ze hebben niet allemaal dezelfde vorm, op sommige kán je niet eens zitten.

Een laatste zaal staat vol houten palen, sommige langer dan manshoog, waar bezoekers tussendoor kunnen lopen. Op zeventien ervan is bovenop een Afrikaans masker bevestigd. Zeventien graven werden op Malaga geruimd, de menselijke resten kwamen op het kerkhof van het zwakzinnigeninstituut. Gates vertelt met deze tentoonstelling een microgeschiedenis die ook in een brokkelig Europa zijn relevantie niet mist.


Theaster Gates, Amalgam, tot 12 mei in het Palais de Tokyo in Parijs, palaisdetokyo.com