Britten en Amerikanen verantwoordelijk voor welzijn Irakezen

De bezetter betaalt

Volgens de Vierde Conventie van Genève, én volgens het Rode Kruis, zijn de Britten en Amerikanen in Irak tijdelijke bezettingsmachten, die verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid en het welzijn van de burgers van Irak. Die verantwoordelijkheid ook nemen, dat blijkt iets anders.

Een klein gat met tand afdrukken eromheen, hadden Amerikaanse militairen hem verteld. Dat is het spoor dat een explosie van clustermunitie nalaat. Dit beeld had de verslaggever van het New Yorkse dagblad Newsday voor ogen toen hij een dichtbevolkte wijk in het noordoosten van Bagdad binnenging. En dat was exact wat hij aantrof in enkele doorzeefde woonhuizen. Mensenrechten organisaties en het Internationale Rode Kruis hebben clusterbommen in de ban gedaan, en herhaaldelijk opgeroepen tot een moratorium op het gebruik ervan, wegens hun gebrek aan precisie en de burgerslachtoffers die daardoor worden veroorzaakt. Toch blijven Britten en Amerikanen de wapens inzetten.

Clustermunitie bestaat uit een huls gevuld met soms honderden kleine bommetjes, «submunities» in militair jargon, die vlak boven de grond loskomen. De bommen bestrijken een gebied ter grootte van twee tot drie voetbalvelden. Een groot deel van de submunities, die elk weer duizenden granaatsplinters bevatten, ontploft in de praktijk niet. Nog jaren na de gevechten vallen daardoor slachtoffers onder de burgerbevolking. Tussen januari en augustus 2001 alleen werden 397 mensen gedood of verwond in Cambodja, door clusterbommen die daar meer dan dertig jaar eerder werden afgeworpen door Amerikaanse vliegtuigen.

Volgens Newsday hebben Amerikaanse eenheden clusterwapens ingezet op verschillende plaatsen in Bagdad. Telkens weer blijkt dat de onontplofte bommetjes vooral aantrekkingskracht uitoefenen op kinderen. Ze zijn handzaam en zien er onschuldig uit. De verslag gever tekende verhalen op over kinderen die de bommetjes oppakten, soms zelfs mee naar huis namen, en gedood werden. In het ziekenhuis trof hij twee zwaar gewonde jongetjes. De een zal zijn leven lang blind zijn, de ander vecht voor zijn leven in het slecht uitgeruste hospitaal in Bagdad waar hij werd binnengebracht met een opengereten buik en een geperforeerd darmstelsel.

Volgens Human Rights Watch vielen bij aanvallen met clusterwapens in Joegoslavië tussen de negentig en 150 doden onder de burgerbevolking. Met name in Kosovo eisten clusterbommen tot lang na de bombardementen onschuldige slachtoffers. Tussen juni 1999 en mei 2000 telde het Rode Kruis er vijftig doden en 101 gewonden. Plus 108 gevallen waarbij niet meer kon worden vastgesteld wat de dood of verwonding had veroorzaakt. In Afghanistan zouden meer dan twaalfduizend niet-geëxplodeerde bommetjes terecht zijn gekomen. Bij de aanvallen alleen al vielen 25 burgerdoden. Blindgangers eisten het leven van minstens 127 burgers en twee mijnenruimers. In de Golfoorlog van 1991 werden maar liefst 1600 burgers door clusterbommen gedood.

Tijdens de Kosovo-oorlog en de acties in Afghanistan hield het Pentagon vol dat clusterwapens niet werden ingezet in de nabijheid van woonwijken, maar slechts tegen troepenconcentraties in het open veld. Die vlieger gaat nu niet meer op. Afgelopen weekeinde trof een filmploeg van CNN in een Iraaks dorp soortgelijke taferelen aan als Newsday in Bagdad: woonhuizen vol bomsplinters, geperforeerde muren en tuinhekken en een ziekenhuis vol gewonde kinderen. De ploeg filmde een onontploft exemplaar dat vastzat in een plafond, en een, met het parachuutje er nog aan, dat vlak naast een weg door het dorp lag, half verborgen in het zand. Tijdens het clusterbombardement zelf raakten minstens 160 burgers gewond, en stierven er twintig. In een ander dorp, Hilla, vielen volgens onbevestigde berichten tientallen doden door clusterbommen.

Clusterbommen kunnen worden «afgeleverd» door verscheidene wapensystemen. Berucht zijn de bommen die worden afgeworpen door vliegtuigen. Minder bekend is dat ook raketsystemen (de zogenaamde Multiple Launch Rocket Systems, MLRS) en artillerie (155mm houwitsers) clusterbommen kunnen afschieten. Het zijn waarschijnlijk deze wapens geweest die in Bagdad woonwijken hebben bezaaid met «duds», zoals de niet-ontplofte bommetjes in jargon worden genoemd. Volgens Human Rights Watch is het percentage blindgangers van door MLRS en artillerie afgeschoten clusterwapens enorm: tussen de veertien en 23. Eén (standaard)salvo van twaalf MLRS-raketten levert volgens de mensenrechtenorganisatie 1200 blindgangers op. Human Rights Watch berekende dat het volledige Amerikaanse clusterwapenarsenaal goed is voor meer dan honderd miljoen onontplofte projectielen.

Duds verschillen in de praktijk nauwelijks van antipersoneels mijnen, waartegen onder de vleugels van wijlen prinses Diana wereldwijd actie werd gevoerd. Dat mondde uit in een conventie waar 145 landen, waaronder Nederland, overeenkwamen geen antipersoneelsmijnen meer te gebruiken en hun voorraden te vernietigen; 129 landen hebben het verdrag inmiddels geratificeerd. De VS hebben tot nog toe geweigerd zich bij het landmijnenverbod aan te sluiten. Niet-ontplofte clustermunitie blijkt zelfs dodelijker dan landmijnen. De organisatie Land mine Action stelde vorig jaar vast dat in Kosovo zestig procent van de naoorlogse explosieslachtoffers viel door niet-ontplofte clustermunitie, en 37 procent door landmijnen.

Vanaf augustus 2000 dringen humanitaire organisaties als Human Rights Watch, Amnesty International en het Internationale Rode Kruis (ICRC) vergeefs aan op een moratorium op het gebruik van clusterwapens wegens het grote risico voor de bevolking. Sinds eind 2001 doet het Rode Kruis pogingen de «Conventie op het verbod of de beperking van bepaalde conventionele wapens» uit te breiden met onder meer clusterwapens, maar krijgt daarbij weinig medewerking. Pogingen een aparte bindende overeenkomst te sluiten over het verbod op clusterwapens strandden eveneens. Nu probeert men — opnieuw met weinig succes — een niet-bindend verdrag rond te krijgen.

Ook Nederland laat zich in met de omstreden clusterwapens. De luchtmacht heeft clusterbommen in het arsenaal. Nederlandse F16’s voerden 166 aanvallen uit met clusterbommen, volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken boven «oppervlaktedoelen zoals vliegvelden, elektronische installaties, verzamelgebieden van militair materieel en militaire eenheden, gepantserde eenheden en brandstofopslagplaatsen». Kosovo en delen van Servië zijn dichtbevolkt, en volgens Human Rights Watch werd onder meer in Nis een vliegveld dat dicht tegen de stad aan lag met clustermunitie bestookt.

Daarnaast is de Nederlandse bank ABN Amro mede-eigenaar van de Britse wapenfirma Insys, die de Britse voorraad clusterbommen operationeel houdt (zie De Groene Amsterdammer van 16 maart 2002), en bovendien een MLRS-systeem produceert dat de omstreden AT-2 antitankmijn (mét antipersoneelsfunctie) kan afschieten. Vorige week gaf het Britse ministerie van Defensie onder druk van het parlement toe dat het vijftig (door Insys operationeel gehouden) clusterbommen op Iraakse doelen heeft afgeworpen.

Ook al roepen Amerikanen en Britten nog zo hard dat ze zijn gekomen om Irak te bevrijden en dat ze ervoor zullen zorgen dat Irakezen hun eigen toekomst ter hand kunnen nemen, toch worden ze door velen beschouwd als bezettingstroepen. De burgerdoden, de rechteloze situatie, de plunderingen en de onwilligheid van de Amerikanen om ruime humanitaire en vooral de broodnodige medische hulp te verstrekken (terwijl mariniers wel het ministerie van Olie en de oliebronnen zwaar bewaken) versterken die indruk. Tienduizenden Irakezen protesteerden afgelopen vrijdag, na het middaggebed, tegen de aanwezigheid van Amerikaanse troepen. «We willen niet van de ene dictatuur in de andere terechtkomen», zei een voormalige Iraakse balling, vers overgevlogen uit de Verenigde Staten, die in de demonstratie meeliep. Tijdens een massaal bezochte gebedsdienst in de Abu Haneefa Al Nu’man-moskee in Bagdad luisterden soennieten en sjiïeten gezamenlijk naar de preek van de invloedrijke imam Ahmed al Kubeisy. Hij veroordeelde «de Amerikaanse bezetting» en waarschuwde de Amerikanen: «Jullie zijn vandaag heer en meester, maar ik waarschuw jullie dat je niet moet denken dat je kunt blijven. Verdwijn, voordat we jullie zullen dwingen te verdwijnen.» Een andere geestelijke meldde dat «lange rijen heilige strijders» klaarstonden om de Amerikanen te bevechten. Ahmed Chalabi, leider van de door de Amerikanen gesteunde Iraakse oppositie, verenigd in het Iraaks Nationaal Congres, benadrukte dat wat hem betrof de Amerikaanse aanwezigheid beperkt was «tot weken, niet maanden».

Ook volgens het internationaal recht zijn de Amerikaanse en Britse eenheden in Irak bezettingstroepen. De Vierde Conventie van Genève, over de bescherming van burgers in tijd van oorlog, gaat niet in op de rechtmatigheid van een bezetting, maar behandelt de effecten ervan. Volgens die Conventie, én volgens het Rode Kruis, zijn de Britten en Amerikanen tijdelijke bezettingsmachten, die verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid en het welzijn van de burgers van Irak. Dat betekent onder meer dat alles in het werk gesteld moet worden om plunderingen tegen te gaan en dat er medische zorg verleend moet worden als het land daar op eigen kracht, mede door de oorlogvoering, niet meer toe in staat is. Ook is de bezettende macht verantwoordelijk voor het verstrekken van water en voedsel.

De Amerikaanse troepen in het veld weten dit. In de Amerikaanse doctrine voor de oorlogvoering in steden, waarin aan commandanten wordt uitgelegd hoe een stadsoorlog gevoerd moet worden, wordt veel nadruk gelegd op internationaal recht. Iedere commandant heeft zijn eigen juridische adviseurs bij zich. Bovendien wordt benadrukt dat force control (het beschermen van de eigen eenheden) en population control (het beschermen en in toom houden van de bevolking) van essentieel belang zijn voor het doen slagen van een stadsoorlog. Wat dat betreft zijn vooral de Amerikaanse troepen — de Britten in het zuiden doen het beter — tekortgeschoten.

Het Rode Kruis, hoeder van de Geneefse Conventies, maande de bezettingsmacht afgelopen week zijn verantwoordelijkheid te nemen. «Normaal gesproken doen we dat niet via publieke kanalen, maar in onderlinge gesprekken met de desbetreffende machten», zegt een woordvoerder van het ICRC in Genève. «Maar in dit geval sloegen onze mensen in Bagdad alarm. Zij zagen dat de situatie uit de hand liep en dat er sprake was van een gebrek aan orde, zelfs van totale chaos. Toch willen wij niet te snel oordelen. De situatie in het zuiden is de laatste tijd verbeterd. We verwachten dat ook de Amerikanen hun best doen. Het is te vroeg om ze internationaal te veroordelen.»