De biecht van lubbers

In de laatste week van de Bijlmer-enquête volgden de verrassingen elkaar in hoog tempo op. Gewezen ‘ijskoningin’ Hanja Maij-Weggen weende bittere tranen. Grootinquisiteur Rob Oudkerk kwam met de cryptische mededeling dat de geheimzinnige mannen in witte pakken met puntmutsen nu toch gevonden zijn. (‘En de Michelin-mannetjes ook?’ riposteerde Winnie Sorgdrager gevat.)

Maar de grootste onthulling kwam toch weer van good old Ruud Lubbers, die de commissie-Meijer daags voor zijn verhoor een intrigerende brief stuurde. Lubbers schreef de nog niet vrijgegeven brief ‘als burger’, meer in het bijzonder als lid van de raad van commissarissen van de Amerikaanse chemiegigant Air Products and Chemicals Inc., welke functie hij sinds 1995, een jaar na zijn vertrek als premier, bekleedt. Dat bedrijf nam enkele jaren geleden het Amerikaanse Solkatronic over, leverancier van een fors tonnage aan de stof DMMP aan Israel. DMMP is een grondstof voor het zenuwgas sarin, een obscuur strijdmiddel dat in het nieuws kwam toen een Japanse sekte het bij wijze van opkontje voor de apocalyps losliet in de metro van Tokio. Lubbers zei de DMMP-leverantie te hebben achterhaald via het Solkatronic-archief dat bij Air Products and Chemicals INC was beland. Na het drama van 4 oktober 1992 vroeg Israel aan Solkatronic om verzending van een nieuwe lading. Dat wijst er volgens Lubbers op dat het DMMP wel degelijk aan boord was van het ramptoestel. DMMP, ook al is het nog niet tot sarin verwerkt, is niet van enig gevaar ontbloot. In 1984 werd een werknemer van het testgebied Dugway Proving Ground in Utah, USA, er per ongeluk aan blootgesteld en werd prompt doodziek. Sindsdien pleegt men bij experimenten te werken met minder gevaarlijke imitaties. De brief van Lubbers kreeg vreemd genoeg geen grote media-aandacht. Toch zou zijn getuigenis wel eens het bewijs kunnen zijn voor de relatie tussen de mysterieuze lading van het ramptoestel en de epidemische, op het zogeheten Golfsyndroom van deelnemers aan Desert Storm I gelijkende ziekteverschijnselen onder de bewoners van de Bijlmer en de bij de ramp aanwezige hulpverleners. Blijft de vraag wat Lubbers eigenlijk zoekt in de internationale strijdgassenhandel en welk belang hij diende bij zijn opzienbarende biecht. Was het een vlucht naar voren, afgedwongen omdat hij in de knel was geraakt? Het rapport van de commissie-Meijer zou wel eens heel wat zenuwslopender kunnen zijn dan de enquête zelf.