De charme van misdaadkoningin Thea Moear

De biechtvader

Met zijn nieuwe boek De Godmother bevestigt Bart Middelburg zijn reputatie van Nederlands misdaadjournalist nummer één. Maar laat hij zich niet te veel meeslepen door de charme van misdaadkoningin Thea Moear?

In de troebele vijver van de Nederlandse misdaadjournalistiek steekt Bart Middelburg met kop en schouders boven zijn concurrenten uit. Dat is op zich ook niet zo moeilijk, daar dit specialistische metier een magnetische aantrekkingskracht pleegt uit te oefenen op een wel heel apart slag journalisten, die in de regel eerder als «pr-agent» van een of andere misdaadonderneming zijn te omschrijven dan als autonome verslaggevers op zoek naar de ultieme waarheid. Niettemin is het oeuvre van Middelburg van grote kwaliteit. Zijn verhalen over het Amsterdamse misdaadcircuit in Het Parool smeken als het ware om de hand van regisseurs als Martin Scorsese en Francis Ford Coppola, die wel raad zouden weten met de door Middelburg geschetste schemerwereld van criminelen met zendingsdrang, corrupte agenten en de ene na de andere broedermoord.
De dominee, Middelburgs biografie van gangsterbaas Klaas Bruinsma, die in juni 1991 voor het Amsterdamse Hilton Hotel werd geëxecuteerd door - vermoedelijk - de ex-politieman Martin H., is een klassieker in zijn genre. Het verhaal van Bruinsma, zoon van de oprichter van de Raak-frisdrankenfabriek, liet zich lezen als een Griekse tragedie, een waar psychodrama, met alle noodzakelijke ingrediënten, zoals een torenhoog vadercomplex, cocaïneverslaving en grootheidswaan.
Als jongen van gegoede familie was Klaas Bruinsma, afkomstig uit het Gooi, een vreemde eend in de bijt van de hoofdstedelijke penoze van de jaren zeventig. Zijn bijnaam de «Dominee» kreeg hij op grond van zijn in het gangstermilieu ongebruikelijke neiging om iedereen de les te lezen. Door zijn tomeloze geldingsdrang, vooral ge ïnspireerd door zijn obsessie om financieel nog succesvoller te zijn dan zijn vader, slaagde deze Napoleon-fan erin een enorm hasjimperium op te bouwen. Hij was voor de Hollandse handel in softdrugs wat Al Capone ten tijde van de Drooglegging voor de handel in alcoholhoudende dranken was.
Begonnen als kleine handelaar wist Bruinsma, gevolgd door een immer groeiende schare beroepscriminelen, eind jaren zeventig een miljoenenbedrijf op te zetten, met enorme internationale hasjtransporten naar onder meer Canada. Maar het succes leidde tot hoogmoed, zo niet tot verstandsverbijstering, nog eens gestimuleerd door het gebruik van de hybriskatalysator nummer één: cocaïne. De ene na de andere liquidatie diende zich aan. Tegen de tijd dat Bruinsma strooiend met bankbiljetten een spoor van vernieling placht achter te laten op plekken als luxebordeel Yab Yum, was het voor zakenpartner Thea Moear gedaan met de pret. Een premature dood van «De Lange» - Bruisma werd niet ouder dan 37 - was in haar ogen dan ook onvermijdelijk.

Bij leven en welzijn was Bruinsma niet erg gelukkig met de publicitaire aandacht die hij van Middelburg in Het Parool kreeg. Diens naam moet een stipnotering hebben gehad op het lijstje dat Bruinsma - boekhouder in hart en ziel - nauwkeurig bijhield van mensen met wie hij ooit nog eens zou moeten «afrekenen». Middelburg zag zich dan ook geregeld gedwongen om onder te duiken. Op gezette tijden kon de journalist niet zonder bodyguards de straat op. Niettemin heeft de megalomane Bruinsma het aan Middelburg te danken dat hij postuum kon uitgroeien tot een legende. «Als ik in 1988 niet over hem was gaan publiceren, had de moord op Klaas Bruinsma vorig jaar een berichtje van é én kolom opgeleverd: ‘Voor het Hilton Hotel in Amsterdam is de 37-jarige K.B. doodgeschoten'», aldus Middelburg in Vrij Nederland (24 oktober 1992). «Nu hebben de kranten volgestaan over die liquidatie. Ik heb de godfather van Nederland een gezicht gegeven. Wat wil je - als verslaggever - nog meer bereiken?»
Na De dominee schreef Middelburg samen met Parool-collega Kurt van Es het boek Operatie Delta, een zenuwslopende thriller over de ware achtergronden van het irt-drama, dat volgens Middelburg en Van Es het directe gevolg was van de pogingen van justitie en politie om grip te krijgen om het imperium van de «erven-Bruinsma», in de regel aangeduid als de «Delta-bende».

Verleden week verscheen het vervolg van De dominee: De Godmother, het door Middelburg opgetekende levensverhaal van Thea Moear, die jaren achtereen de rechterhand van Klaas Bruinsma was. De publicatie van De Godmother werd groots opgepakt door Het Parool. Een dag voor de verschijning van de nieuwe Middelburg wijdde het Amsterdamse dagblad een gehele extra bijlage aan de bekentenissen van de gewezen leading lady van Nederlandse hasjmultinational nummer één. De verhalen van Moear waren dan ook spectaculair genoeg. In een niet nader genoemd «Latijns-Amerikaans land», waarnaar ze na de dood van Bruinsma uitweek, vertelde Thea Moear vijf weken lang alle geheimen van de Delta-bende aan biechtvader Middelburg.
Het resultaat mag er zijn: zo bekent Moear een hele reeks liquidaties uit naam van de Bruinsma-bende. De in een betonnen vat gevonden kickbokser André Brilleman, bodyguard van Bruinsma, blijkt op bevel van de Dominee te zijn vermoord. Idem dito drugshandelaar Roy Adkins, naar verluidt een contactman van de ira in de wondere wereld van de drugsmultinationals. Ook de aanslagen op de Joegoslavische gangster Marianovic en de Amsterdamse dealer Hugo Ferrol, nota bene een ex van Thea Moear, zouden door Bruinsma zijn gelast, alles overigens tot volle tevredenheid van de Godmother, die er nog altijd geen traan om kan laten. Stuk voor stuk zouden deze slachtoffers van Bruinsma er zelf om hebben gevraagd. Zij schonden de «erecode» onder gangsters door de zaak op de een of andere manier te «verraden». Alleen de manier waarop de liquidaties werden uitgevoerd kon niet altijd haar goedkeuring wegdragen. De afrekening met kickbokser André Brilleman, die in talloze stukjes zou zijn gesneden alvorens in het beton te worden gestort, noemde ze zelfs «sadistisch». Maar dat er gestorven moest worden, dat staat voor de Godmother als een paal boven water.
Naast de moordestafette vertelt Moear ook honderduit over de bedrijfsvoering van de organisatie, die tijdens de hoogtijdagen miljoenen guldens dagomzet boekte. Vanuit enkele onopvallende huizen in de buurten van Amsterdam-West en -Zuid bestierde de bende een bedrijf dat zich qua financiële slagkracht kon meten met de grote multinationals. Moear was erbij toen deze onderneming vanaf de grond werd opgebouwd. Als dochter van de legendarische «Blonde Greet», een bekende verschijning in het hoofdstedelijke penozecircuit, was ze al van kinds af aan vertrouwd met de manieren om easy money te maken. Waar moeder in haar onbezonnen dagen nog enorme risico’s nam door een koffertje vol geurende heroïne van Singapore naar Nederland over te vliegen, pakte Thea Moear het aanzienlijk professioneler aan.
Moear maakt in haar verhaal korte metten met de legende dat het klassieke Amsterdamse boevengilde, onder patronage van de reeds overleden gangsterkoning Frits van de Wereld, zich uit principe niet met heroïne zou hebben ingelaten, maar zelf bleef ze er naar eigen zeggen verre van. Niet alleen een kwestie van erecode, maar ook van juridische risico-afweging. Bovendien kon ze met eigen ogen zien hoe de Mokumse sportschoolgangstertjes, die niets moesten hebben van een joint, in de jaren tachtig en masse vielen voor de heroïne en cocaïne, en een voor een in zombies veranderden.
Nadat ze zich had ontdaan van haar met voornoemd probleem worstelende echtgenoot, de discotheekportier die door Middelburg wordt omschreven als de «Don Corleone» van Amsterdam in de jaren zeventig, bouwde ze in innige samenwerking met Klaas Bruinsma een steeds omvangrijker netwerk op in de «detailhandel» van de hasj en wiet.

In Middelburgs boek neemt Moear af en toe de gedaante aan van een feministische heldin, een eenzame vrouw in een steeds agressiever wordende mannenwereld. Wellicht uit sympathie met de heldin van zijn relaas is Middelburg niet erg geneigd dit clichébeeld bij te stellen, terwijl de lezer toch af en toe door koude rillingen wordt getroffen door de tamelijk unverfroren wijze waarop ook deze dame zich van ongewenste figuren placht te ontdoen. Die sympathie moet er bij Middelburg pas langzaam ingeslopen zijn. Waar Moear in De dominee (1992) nog afstandelijk wordt omschreven als «een aantrekkelijke maar spijkerharde handelaarster van Indonesische afkomst», komt de protagoniste van De Godmother behoorlijk sympathiek uit de verf. Middelburg beschrijft haar loopbaan als gangsterkoningin in warme, empathische bewoordingen. In alle stadia van haar levensloop - van het meisje dat ooit begon als Amsterdamse Miss Hotpants tot de naar Zuid-Amerika uitgeweken spijtoptante (en kroongetuige van justitie) - mag Thea Moear zich verheugen op de welwillende houding van haar biechtvader. Het ontbreekt er nog maar net aan dat haar absolutie wordt verleend.
Die zee van begrip bij de normaal gesproken toch weinig met een roze bril kampende Middelburg mag op zich enige verwondering wekken. Waarom zag hij zich tijdens zijn audi ëntie met de Godmother ineens gedwongen zijn door jaren journalistieke arbeid ingegeven beroepscynisme te laten varen?

In zijn boek geeft Middelburg zelf al aan diep getroffen te zijn door het feit dat Thea Moear als enige vrouw wist door te dringen tot de absolute gangstertop van West-Europa, zo niet van de wereld. Vrouwen spelen in de top van de georganiseerde misdaad geen enkele rol van betekenis, en juist daarom is de tomeloze carrière van de in 1951 ter wereld gekomen Moear in zijn ogen zo'n dankbaar object voor nadere studie. Maar Middelburgs welwillende houding komt ongetwijfeld ook voort uit de omstandigheid dat hij met Thea Moear een gemeenschappelijke vijand deelt: gangsterkoning Etiënne U. en zijn hofhouding. U., alias «Eutje», begonnen als bodyguard van Bruinsma, zou na de dood van de Dominee bij de leiding van het syndicaat zijn gekomen.
In De Godmother vertelt Moear dat ze met U. zou hebben afgesproken dat ze de organisatie zou worden «uitgekocht». Dan zou ze haar «aandelen» in de organisatie afstaan aan de nieuwe leiding. Echter: U. kwam nooit met de gevraagde miljoenen over de brug. Reden voor Moear om zich eind jaren negentig te wenden tot justitie, bereid om te getuigen over de erfenis van Klaas Bruinsma in het algemeen en de rol daarbinnen van Etiënne U. in het bijzonder. Haar motief: wraak. Want opnieuw was de heilige «erecode» geschonden. In 1998 werd U. tot zes jaar gevangenis veroordeeld wegens hasjhandel en belastingontduiking. In hoger beroep kwam hij echter vrij. Dat was niet alleen een bittere tegenvaller voor Moear, ook voor Bart Middelburg moet dat een grote teleurstelling zijn geweest. Uiteindelijk betekende de uitspraak van het Amsterdamse Hof dat zijn verhalen over de structuur van de Delta-organisatie sinds de dood van Bruinsma op last van de rechter naar de schroothoop werden verwezen.
In het spoor van de vrijspraak voor «generaal» U. kwam er een anti-Middelburg-offensief op gang. De meest in het oog springende manifestatie daarvan was de dit jaar verschenen publicatie De jacht op de erven-Bruinsma van misdaadjournalist Bart van Hout. Freelancer Van Hout, opgegroeid als pleegzoon van de legendarische gok- en seksbaas «Zwarte Joop», koning van de Amsterdamse Wallen, toonde zich in zijn boek geheel op de hand van Etiënne U. Zelden heeft er op de wereld een onschuldiger individu rondgelopen dan deze in Suriname opgegroeide selfmade-ondernemer, zo is de strekking van Van Houts boek. Bart Middelburg echter dient volgens Van Hout ten diepste te worden gewantrouwd. Hij zou - aldus de in De jacht op de erven-Bruinsma opgevoerde collega Peter R. de Vries - het publicitaire doorgeefluik zijn van de Amsterdamse politie. Volgens Van Hout zou commissaris Eric Nordholt zelfs zijn georganiseerde-misdaadspecialisten hebben ingezet als co-writers van Middelburgs pennenvruchten. De arme Etiënne U. zou het slachtoffer zijn geworden van Middelburgs persoonlijke fata morgana, de Delta-bende genaamd. Ten dienste van zijn journalistieke drift zou Middelburg zelfs getuigenverklaringen versus U. hebben gekocht van Geurt Roos, een ander lid van de Bruinsma-bende. De verklaringen van Roos, door Middelburg gebruikt in De dominee, zouden volgens Van Hout stuk voor stuk zijn gelogen, losgekregen door Roos een vette worst van een percentage in de royalties van Middelburgs boek voor te houden. De getuige zelf beaamde dit alles. Hij zou door Middelburg zijn misbruikt. Verleden jaar daagde Van Hout Middelburg op grond van dit relaas zelfs voor de Raad voor Journalistiek. Van Hout eiste een verbod op de verkoop van De dominee, zoals hij eerder ook pogingen had ondernomen om gedaan te krijgen dat Middelburg hem geen «ghostwriter van U.» mocht noemen.
De herziene verklaringen van Geurt Roos hielden echter geen stand. Zoals Middelburg er ook adequaat in slaagde Van Hout te portretteren als een klassiek voorbeeld van «een directe afhankelijkheidsrelatie» tussen een journalist en een crimineel. Tot een echte uitspraak waagde de Raad voor de Journalistiek zich niet (men maakte zich er enigszins vanaf door te stellen dat de Raad geen oordeel over boeken uitspreekt), maar de wedstrijd mag wel worden omschreven als een overwinning van Bart Middelburg.
Niettemin is Van Hout niet de enige tegenkracht die Middelburg op zijn weg vindt. Opmerkelijk genoeg zou ook Fred Teeven, voorheen als officier van justitie bezig met de klopjacht op de erven-Bruinsma, volgens Van Hout inmiddels hebben verklaard dat de Delta-constructie van Middelburg fictie is. Een merkwaardige uitspraak voor een man die toch de beste jaren van zijn leven heeft gegeven aan het onttakelen van dit veronderstelde monster en ten tijde van het proces tegen «Delta-kroonprins» De Hakkelaar samen met collega Witteveen wekelijks over diens avonturen in een speciale column in Vrij Nederland berichtte.
Over de beweegredenen van Teeven tast men nog altijd in het duister. Solliciteert hij wellicht naar een beter betaalde functie in het uitgebreide advocatennetwerk van Eti ënne U. of heeft hij last van een midlifecrisis? Hoe het ook zij: voor Bart Middelburg breken weer ouderwets spannende tijden aan.