De bijlmer lijdt weer onder planfetisjisme

In 1992 besloten de gemeente Amsterdam, het Stadsdeel Zuidoost en woningcorporatie Nieuw Amsterdam tot sloop van drieduizend hoogbouwwoningen (een kwart van het totaal), verlagen van de Bijlmerdreef en sloop van winkelcentrum Ganzenhoef. Deze kapitaalvernietigingsoperatie werd omkleed met veel retoriek over ‘integrale vernieuwing’: meer werkgelegenheid, veiligheid en leefbaarheid. De bewoners uitten fundamentele kritiek op het besluit.

Het geloof in het heil van een volkshuisvestingsaanpak, aansluitend op de traditie in Nederland, is in de Bijlmer met zijn enorme werkloosheid volstrekt achterhaald. ‘De Vernieling’, zoals het besluit in de volksmond heet, is een poging om op het verkeerde schaalniveau - dat van de woningcorporatie die tot een gezonde exploitatie moet komen - maatschappelijke problemen aan te pakken. Met als voorlopig enige resultaat het verlies van een aanzienlijk deel van de betaalbare sociale woningvoorraad en de veilige infrastructuur van gescheiden verkeerssoorten.
Inmiddels is de werkloosheid in de Bijlmer met vijftig procent toegenomen, tot ongeveer de helft van de beroepsbevolking. De partijen in de 'Vernieuwing’ hebben, terwijl de sloop vorderde, samen met zeven departementen zitten brainstormen over het aanpakken van de werkloosheid, de schooluitval, de criminaliteit en de overlast. In de notitie Speerpunt Bijlmermeer, een uitwerking van het grote-stedenbeleid voor de Bijlmer-'vernieuwing’, geven ze met gespeelde verbazing toe dat de nadruk tot nu toe te veel heeft gelegen op ruimtelijke maatregelen. De bewoners weten wel beter; het ging in de eerste plaats om van de Bijlmer een modale woonwijk te maken met minder allochtonen.
De conclusies van het overleg, dat de naam 'Bijlmertafel’ kreeg, zijn volstrekt niet opzienbarend. Speerpunt Bijlmermeer is psychologisch te duiden als een aanval van planfetisjisme. Doelstellingen, maatregelen en 'ijkpunten’ te over. Maar wat ontbreekt zijn eenvoudige afspraken over resultaatverplichtingen met de betrokken instanties. Ook zonder die Bijlmertafel zou de overheid tegen de scholen kunnen zeggen: jullie krijgen alleen maar geld als jullie kwaliteit leveren, te vertalen in slaagpercentages en minder schooluitval. Hetzelfde zou met woningcorporatie Nieuw Amsterdam (dienstverlening, mutatiegraad), het Arbeidsbureau (scholing en bemiddeling) en de Sociale Dienst (trajectbegeleiding) kunnen worden overeengekomen. Hoe de instanties dat oplossen, waar ze aan de bel trekken, met wie ze samenwerken om hun doelen te halen, behoort tot hun gewone werkverantwoordelijkheid waarvoor ze betaald krijgen.
Wat overblijft is de noodzaak om pijlsnel een technische beroepsopleiding van de grond te tillen, want die is er niet, evenmin als goedkope bedrijfsruimtes voor startende ondernemers. Het plan om de meeste parkeergarages te slopen, gaat lijnrecht in tegen die noodzaak. Wat de betweters en regelneven aan de Bijlmertafel niet willen begrijpen, is dat ingrepen in een stadswijk alleen maar voorwaardelijk - en dus bescheiden - hoeven te zijn. Een gezonde stad moet zich op eigen kracht, via een eigen dynamiek, kunnen ontplooien.