De bijna-regering

De bijna-regering is er. Bordkartonnen karikaturen: de PvdA kreeg wat grijpstuivers voor de minima, de VVD kreeg haar agenten en cellen en D66 verstrekte de terminologie om de sociale zekerheid te stropen.

DIE FOTO OP DE voorpagina van een groot dagblad, vorige week. Kok in hemdsmouwen, glimlachend naar kindjes die hem fotograferen. De grote staatsman. Hij had net ingestemd met een miljard extra bezuinigingen op de uitkeringen, maar het blijft een prettige man, die Kok. En zonder de PvdA was het allemaal vast nog erger geweest, toch?
Daar houden partij en kiezers zich nu al jaren aan vast. Maar de vraag is of het waar is. Was het niet Van Mierlo die anderhalve maand geleden, bij het mislukken van de eerste onderhandelingsronde, zei dat de VVD de voorgenomen bezuinigingen alleen door de samenleving geloodst krijgt als de PvdA ook in de regering zit? De sociaal-democraten als neutralisatoren van protest - een schone taak. De vakbeweging heeft al opvallend mild gereageerd op het regeerakkoord. Een ex-voorzitter haal je nu eenmaal niet zomaar onderuit.
Toch had het zo mooi kunnen zijn. Er lagen maar liefst drie gebieden te wachten waarop de coalitiepartners al hun moderniseringsdrift konden botvieren: (herverdeling van) werk, (individualisering van) de sociale zekerheid en (ecologisering van) de economie. Maar in plaats daarvan vervielen de partijen in een karikatuur van zichzelf. De PvdA sleepte wat grijpstuivers binnen voor de echte minima, de VVD kreeg haar agenten en cellen en D66 verstrekte de terminologie om de sociale zekerheid te stropen.
Waar het regeerakkoord bol staat, ja bijna uit elkaar klapt, van de ‘eigen verantwoordelijkheid’, 'grotere zelfstandigheid’ en variaties op dat thema, wordt de economische zelfstandigheid van mensen juist teruggedraaid. De individualisering van het sociale-zekerheids stelsel (uitkeringen onafhankelijk van een partner) die de afgelopen jaren, notabene met het CDA, een heel klein beetje op gang kwam, is verder weg dan ooit. Wie 65 wordt maar een jongere partner heeft met een inkomen, krijgt geen AOW. De toegang tot de (partneronafhankelijke) WW en WAO wordt sterk bemoeilijkt, werklozen en arbeidsongeschikten moeten aankloppen bij de bijstand. Maar bijstand is afhankelijk van het inkomen van de partner - en velen krijgen straks dan ook helemaal niks. De al door het vorige kabinet bedachte omkering van de bewijslast in de bijstandswet - wie zegt alleen te wonen moet dat zelf op de een of andere manier bewijzen - gaat door. De vijftienduizend extra sociale huurwoningen die Kok c.s. van plan zijn te bouwen, zullen dan ook hard nodig zijn nu voor veel mensen een eigen woning een voorwaarde wordt om een uitkering te krijgen. Dat kun je calcule rende burgers noemen, of een grote hang naar economische zelfstandigheid.
Het valt vooral D66 aan te rekenen dat zij, die altijd de mond vol heeft van individualisering, geen enkele sjoege heeft van een op moderne leest (en dat is iets anders dan een door bezuinigings- en prikkeldrift gedreven) geschoeide sociale zekerheid. Dat op het laatste moment nog even een zinnetje in het regeerakkoord werd opgenomen over het verlaten van het kostwinnersbeginsel, is tekenend voor de ideeenarmoede op dat gebied.
DE BELANGRIJKSTE ZORG van de bijna- regering is de scheve verhouding tussen actieven en inactieven. Die verhouding wordt immers steeds schever. Daar valt slechts een ding tegen in te brengen: het is niet waar. Het percentage mensen dat niet werkte, was een jaar of dertig geleden even hoog als nu. Met maar een verschil: toen onderhield een kostwinner zijn vrouw, nu onderhoudt een werkende een anonieme niet-werkende. Dat is misschien iets minder vanzelfsprekend, psychologisch ligt het misschien iets moeilijker, maar economisch is er dus niets aan de hand.
Er is overigens een vrij afdoende manier om die beruchte verhouding tussen actieven en inactieven te veranderen: herverdeling van het bestaande werk. De woorden 'herverdeling’ en 'deeltijd’ kwamen echter in het vrijdag gepresenteerde regeerakkoord niet voor. Er was zelfs geen gemeenplaats aan gewijd. De PvdA-fractie heeft er op het laatste moment met hangen en wurgen enkele minuscule voorstelletjes ter bevordering van deeltijd in weten te krijgen, maar zelfs het wettelijk recht op deeltijd wordt niet geregeld. Wim Kok is niet zozeer een ex-vakbondsman alswel een ouderwetse vakbondsman. De discussies over deeltijd die de afgelopen jaren in de vakbond hebben gewoed, gingen aan hem voorbij. En bij de liberalen is herverdeling altijd het onderwerp waaruit blijkt dat hun veelbeleden zorgen over de werkloosheid door andere motieven zijn ingegeven dan door het leed der baanlozen.
Waar het gaat om het creeren van werk (regel tien van het regeerakkoord: 'De belangrijkste zorg van Nederland is het tekort aan werkgelegenheid’), hebben de drie partijen samen nog minder te bieden dan zij ieder voor zich hadden in hun verkiezingsprogramma’s. Behalve veertigduizend noodbanen, deels met uitkeringsgeld gecreeerd, wist men alleen overeenstemming te bereiken over het 'activeren’ van uitkeringsgerechtigden en het verlagen van de loonkosten. En nu maar hopen dat bedrijven bij hun keuze tussen mensen en machines massaal kiezen voor mensen, nu Pietje 2200 gulden bruto kost in plaats van 2400. Werkgevers hebben, anders dan die naam misschien suggereert, nu eenmaal niet als doel mensen in dienst te nemen of houden.
De vakbeweging dreigt met looneisen nu er zo weinig zicht is op meer werkgelegenheid. De meest ingrijpende voorstellen van het paars akkoord, de privatisering van ziektekosten en WAO, lijkt de vakbeweging echter voor zoete koek te slikken. Misschien omdat men de ware consequenties ervan niet overziet. Privatisering van de werknemersverzekeringen veroorzaakt niet alleen hoge premies in de bouw (en lage premies voor de kantoorjongens en -meisjes van de AbvaKabo), het betekent vooral dat er in alle sectoren een boete komt te staan op het in dienst hebben van anderen dan oergezonde mannen tussen de twintig en de veertig jaar. Voor zwakkere broeders en zusters moet immers meer premie worden betaald, wat hen duur maakt. En al zal hij het misschien niet meteen verbieden, de werkgever die voortaan even een goed gesprek heeft met een rokende, wintersportende of kinderen krijgende werknemer, staat in zijn recht - veel te risicovol allemaal.
IN DE ZOMER van 1996 zullen de coalitiepartners bekijken of de 'kwantitatieve en kwalitatieve doelen’ van het beleid bereikt zijn. Zo niet, dan zijn ook de hoogte en de duur van de uitkeringen niet meer heilig. Dat wordt de maatstaf aller dingen van het kabinet: de hoeveelheid uitkeringsgerechtigden.
De felheid waarmee de PvdA de afgelopen weken de hoogte en duur van de uitkeringen omarmde, doet overigens wat naief aan. Wat heb je aan een redelijke uitkering als vrijwel niemand die nog krijgt, zoals nu bij de WW gebeurt? Het is de beproefde WAO-methode, waarvan inmiddels echter ook gebleken is dat je zowel je armen als je benen moet missen om te vallen onder de categorie 'zij die er echt op zijn aangewezen’. Bovendien staat nergens wat het doel voor 1996 precies is. Hoeveel steuntrekkers mogen er dan nog zijn, voor hoeveel geld?
Nu de economische groei plotseling fors hoger is dan waar de modellen van het Centraal Planbureau - en dus ook het regeerakkoord - rekening mee hielden, had het allemaal nog goed kunnen komen. Regeren had zelfs weer een beetje leuk kunnen worden. Maar de niet- ingeboekte economische groei is op voorhand bestemd voor verlaging van het financieringstekort, zo staat in het regeerakkoord. Vervolgens gaat er, zo bepaalde de VVD-fractie, honderd miljoen gulden naar nog meer agenten, en als er dan nog geld over is, wordt de rest verdeeld tussen financieringstekort en lastenverlichting. Het terugdraaien of verzachten van de nu voorgenomen bezuinigingen is niet im Frage, en nieuw beleid wordt niet gemaakt. De politieke discussie concentreert zich slechts op de verdeelsleutel bij het uitdelen van de lastenverlichting. Zo eenvoudig kan besturen zijn.
De nieuwe regering kiest nadrukkelijk voor het meer inkomensafhankelijk maken van voorzieningen. Er wordt bezuinigd op de kinderbijslag in ruil voor een toeslag op de huursubsidie voor minima met kinderen en de studiefinanciering wordt weer inkomensafhankelijk. De Telegraaf, die de strijd tegen paars nog altijd niet opgeeft, fulmineerde al tegen deze drang tot 'nivellering’. Met nivellering heeft het echter weinig te maken, eerder met armenzorg. Waar het om gaat is dat in de discussie over collectieve voorzieningen (waar iedereen belang bij heeft) versus specifieke voorzieningen voor de minima, het laatste principe heeft gewonnen zonder dat de discussie is gevoerd.
OP MILIEUGEBIED manifesteert zich wat eigenlijk het probleem van het hele regeerakkoord is: zolang het om algemeenheden gaat, is het allemaal zo gek nog niet, maar de concrete maatregelen ontbreken of staan loodrecht op de mooie woorden. 'Wie kiest voor duurzaamheid beseft dat economische groei niet “meer van hetzelfde” zal mogen zijn. Het uitputten van onze leefomgeving zal steeds meer moeten plaatsmaken voor het putten uit onze inventiviteit en creativiteit.’ Hoe al dit moois te bewerkstelligen blijft een raadsel, er wordt zelfs niet het begin van een voornemen genoemd. De energieheffing wordt een jaar uitgesteld.
Wat betreft de grote infrastructuurprojecten komt de nieuwe regering niet tegemoet aan de milieubezwaren, maar aan het NIMBY-protest: de not-in-my-backyard-beweging. De uitbreiding van Schiphol moet voldoen aan geluidseisen (omwonenden), maar Lelystad (minder omwonenden) wordt uitgebreid om de overloop van Schiphol op te vangen. Winst voor het milieu: nul. En op de Betuwelijn wordt een extra half jaar gestudeerd, maar de uitkomst kan zelfs zijn dat de lijn wordt afgeblazen ten gunste van verbreding van de snelweg richting Duitsland. De Hogesnelheidstrein gaat door en wel via het nu bedachte, landschapsvernietigende trace. Veel, zo niet alles zal afhangen van de minister van Economische Zaken, en een beetje van Vrom. Het regeerakkoord: 'De discussie over de inrichting van onze economie en de relatie tussen economie en ecologie wordt zo breed gevoerd, dat beslissingen in samenhang worden genomen en daardoor meer worden begrepen en aanvaard.’ Er staat eigenlijk niks, maar als je wilt staat er heel veel. Bij gebrek aan een duidelijke gezamenlijke lijn maken de bewindspersonen het kabinet. Geen wonder dat daar de werkelijke strijd over gaat.
DE VVD OPEREERDE tijdens deze formatie veel strategischer dan de PvdA. Bolkestein is Wiegel en De Telegraaf veel dank verschuldigd. Samen wisten zij perfect de indruk te wekken dat de VVD veel, ja eigenlijk veel te veel concessies deed aan de PvdA. Nee, verder kon Bolkestein dus echt niet gaan, zo was bij iedere onderhandelingsronde op voorhand duidelijk. In tegenstelling tot de PvdA, wier achterban en politieke gangmakers zich juist zorgvuldig stil hielden. Aldus de indruk wekkend dat de PvdA alles kreeg wat ze wenste - en dus best wat meer concessies kon doen.
Het verschil in de mate waarin de twee partijen zich identificeren met de aanstaande regering lijkt zich voort te zetten. Bolkestein houdt als fractievoorzitter zijn handen vrij, terwijl de PvdA zich ook de komende vier jaren nauwelijks kritiek zal kunnen veroorloven zonder haar eigen (en verreweg enige) politieke leider op te blazen. PvdA-voorzitter Rottenberg mag dan spreken over 'een kabinet met een forse progressieve meerderheid’, de werkelijke macht ligt bij de VVD, die er ieder moment gevaarloos uit kan stappen.
En D66? Van Mierlo mocht in zijn pleidooien voor paars altijd graag verhalen over de twee fauteuils (VVD en PvdA) die door het bankstel (CDA) uit elkaar gehouden werden, maar die het, zodra het bankstel weg was, vast erg goed met elkaar zouden kunnen vinden. In die vergelijking/voorstelling/metafoor ontbrak vreemd genoeg een rol voor D66. Als de Democraten niet uitkijken, wordt het wel een erg klein bijzettafeltje.
Rottenberg voorspelde, in antwoord op het verwijt dat het een technocratisch kabinet dreigt te worden, al opgewekt dat er spannende politieke tijden aanbreken. Hierin zou hij wel eens gelijk kunnen krijgen. Nu al melden zich binnen de PvdA dissidenten (Vreeman, Dijksma) en ook bij de VVD zal dat gebeuren. Dissidenten waar buitenparlementaire belangengroepen hoop uit putten. Turbulentie, altijd mooi. Maar het is iets te veel eer om dit te brengen als politieke vernieuwing. Het is eerder het onbedoelde effect van het gebrek aan cohesie. De coalitie beschikt over een dusdanige meerderheid dat er best wat afwijkende stemmers geduld kunnen worden. Maar of er vervolgens ook werkelijk aan het beleid kan worden gesleuteld, is de vraag. Waarschijnlijker is dat de linkse en rechtse lobby elkaar in evenwicht houden en het beleid bij het oude blijft. Waarbij de conservatieven zich gesteund weten door de grootste oppositiepartij, het CDA. Het is te hopen dat de sociaal-democraten zich tegen die tijd de kunst van Wiegel c.s. eigen hebben gemaakt.