De billenknijper

Ik was in Thessaloniki. Dat zeg ik niet om iemand een oog uit te steken. Het weer was grijs. De stad heeft een miljoen inwoners die vrijwel permanent, allemaal tegelijk, met hun gedeukte en stoffige auto’s door de stad razen. Een blik op straat maakt je duidelijk dat Griekenland een modern land is met moderne groeiproblemen. Het heeft meer te bieden dan alleen stranden en ruïnes. Heel veel verkeer bijvoorbeeld.

En er worden films gemaakt. Die films zijn nog niet zo modern. Aan de films is te zien dat het niet meevalt om als klein land de bakermat van een volledige beschaving te moeten zijn. Tijdens het festival van Thessaloniki, dat overigens een heel smaakvol internationaal programma heeft, werd zo'n serieuze film naar voren geschoven om zich in de competitie met buitenlandse films te meten. Het ging om Adis (Hades) van Stelios Harambopoulos. Het filmverhaal speelt in het heden, maar refereert voortdurend aan de grote klassieke vertellingen. Een somber kijkende man, steeds belicht als een apostel op een barokschilderij, gaat op zoek naar een lang geleden verdwenen vrouw. Een louterende tocht naar de noordelijke grens van Griekenland; de grens met vreemde, oorlogszuchtige Balkanlanden. De man daalt af in zichzelf en de vrouw wordt ook nog over de Styx teruggebracht. Sfeervolle landschappen en loodzware dialogen. Kunstfilm uit een andere tijd.
En het kon nog ernstiger, zoals bleek uit Prin to telos tou kosmou (Before the End of the World) van Panayotis Maroulis. Zo zwaar, ernstig en gekweld dat het niet meer serieus te nemen is. Een onbedoelde parodie. En er waren er meer. Erger en minder erg. Films vol met verwijzingen naar Orpheus & Eurydike, Deukalion & Pyrrha en andere ongemakkelijke stelletjes uit het Hellenistische verleden. Als ik het niet zelf deze week aan me voorbij had zien trekken, dan zou je denken dat het om een simplistisch vooroordeel gaat. Alsof er in Nederlandse films steeds verwezen moet worden naar Vermeer als er al geen molens in beeld zouden verschijnen.
Geen regel of er zijn gelukkige uitzonderingen. Ik zag ook een gekke en niet door mythen belaste Griekse film. Een film waar de Grieken zelf niet zo goed raad mee wisten. Hij heet Mi mou aptou (Touch Me Not) en de maker Dimitris Yatzouzakis. Yatzouzakis volgde een opleiding tot beeldhouwer in Rome en Venetië en dat is opmerkelijk genoeg kennelijk de manier om een teveel aan culturele bagage van je af te schudden. Zijn film wordt niet bevolkt door legendarische personages. Door zijn film raast het verkeer van het huidige Griekenland. Het is een wat absurde komedie met een pervers tintje. Een prettig onbehaaglijk, politiek incorrect, pervers tintje. Behalve miljoenen auto’s rijden er ook permanent duizenden bussen door Athene. Volgens Yatzouzakis vervoeren die bussen dagelijks negenhonderdvijftigduizend vrouwen. Zijn hoofdpersoon Evoulos, een getrouwde man van tegen de veertig, neemt dagelijks de bus. Niet om ergens te komen, maar om zich tegen een vreemde vrouw van zijn keuze te drukken. Om schijnbaar per ongeluk in de drukte haar billen of borsten aan te raken. Hij voert de kunst van de handtastelijkheid op tot grote hoogte. In de busremise oefent hij in een lege bus net zolang tot hij met zijn ogen dicht feilloos de weg kent. Het voor Evoulos opwindende spel wordt een verslaving. Een niet meer te controleren obsessie. Hij doet nog pogingen om buiten de bus te blijven door zich met een auto of een brommer te verplaatsen, maar deze vervoermiddelen komen tegen hem in opstand. Het lijkt of ze zich bewust zelf vernietigen en hem de bus in dwingen. De billenknijper raakt totaal ontspoord als hij een vrouw ontmoet die zijn vreemde voorliefde beantwoordt. Yatzouzakis werkte zijn rare en originele thema ook raar en origineel uit. De film zit vol onverwachte wendingen. Grillig en onvoorspelbaar. Het moderne verkeer.