Guus Luijters en/of Rosa ter Beek

De biograaf als detective

Guus Luijters

Het korte leven van Rosa ter Beek

Uitg. L.J. Veen, 256 blz., € 15,50

Rosa ter Beek

Nagelaten gedichten

Uitg. 521, 16 blz., € 2,95

Tommy Wieringa

Alles over Tristan

Uitg. De Bezige Bij, 160 blz., € 17,50

In de zomer van 1993 kwam de veelbelovende dichteres Rosa ter Beek om het leven door een tragisch ongeluk in de Franse Pyreneeën. De 33-jarige auteur van de dichtbundel De zachte zebra struikelde tijdens een eenzame wandeling en viel van een berg. Ruim negen jaar later verzorgde Guus Luijters de uitgave van haar bundel Nagelaten gedichten bij uitgeverij 521. En hij schreef haar biografie: Het korte leven van Rosa ter Beek. Althans, Luijters beschreef de zoektocht van Rosa’s biograaf Thomas van der Winde.

Twee weken geleden stond Ter Beeks naam echter onder een artikel in NRC Handelsblad, waarin de dichteres het opnam voor Gerrit Komrij. Zo sterven en weer opstaan uit de dood kan alleen een fictief personage. Uit lezing van Het korte leven van Rosa ter Beek blijkt al spoedig dat Guus Luijters zelf achter de mysterieuze dichteres schuilgaat: vanaf de eerste bladzijde is duidelijk dat het hier een nepbiografie betreft. Dat blijkt ook wel uit de erbarmelijke kwaliteit van de gedichtjes die onder de naam van Ter Beek zijn uitgegeven. Je kunt je afvragen of het nodig is geweest de biografie met register en uitgebreide literatuur opgave van een echtheidstintje te voorzien, zoals Luijters heeft gedaan. Ook lijkt het alsof Luijters heeft geprobeerd het verhaal meer «aanschouwelijk» te maken door uitgebreide beschrijvingen van details, die niet zelden worden opgerekt tot ellenlange uitweidingen.

Het korte leven van Rosa ter Beek is meer de biografie van Thomas van der Winde, Rosa’s biograaf, oude bekende en voormalig minnaar, dan van de dichteres zelf. De levens van de biograaf en de gebiografeerde kruisen elkaar voor het eerst in 1971 op een strand nabij Perpignan wanneer de elfjarige Ter Beek en de achttienjarige Van der Winde, die zich sowieso beiden voortdurend aan de Middellandse-Zeekust bevinden, elkaar ontmoeten. Jaren later beleven ze een 22 dagen durende romance in een vakantiehuisje in Wijk aan Zee. Elk ontbrekend stuk uit het leven van Ter Beek vult Van der Winde op met zijn eigen levensverhaal. Het lijkt alsof de vrije associatie daarbij met de biograaf op de loop is gegaan, waardoor hij welhaast willekeurig springt van zijn eigen leven naar dat van de dichteres.

Opvallend is dat naast Het korte leven van Rosa ter Beek dit jaar nog een roman verscheen waarin de zoektocht van de biograaf centraal staat. Alles over Tristan van Tommy Wieringa gaat ook over een jong gestorven legendarische dichter en ook hier speelt het eigen leven van de biograaf een minstens zo belangrijke rol als dat van de gebiografeerde. Blijkbaar is het speuren naar bronnen, naar de laatste overgebleven gegevens over de dichters een uiterst spannend proces. En inderdaad: je zou het werk van een biograaf kunnen vergelijken met dat van een detective. Beiden moeten op grond van kleine, incomplete brokjes informatie een verhaal reconstrueren. En voor zowel de biograaf als voor de detective kan een ogenschijnlijk onbelangrijk detail een belangrijke aanwijzing bevatten voor het vinden van een verklaring voor een moord, een inbraak, een plotselinge dood.

Thomas van der Winde en de biograaf van dichter Viktor Tristan, Jakob Keller, staan voor de moeilijke opdracht de merkwaardige wending te verklaren die de levens van de beide dichters namen. Waarom viel Ter Beek van een berg in de Pyreneeën? En waarom liet Tristan alles en iedereen achter en verdween hij zo plotseling naar het tropische oord Lago? Zoals in een detective zijn de antwoorden niet eenvoudig te vinden. De biografen worden voortdurend gehinderd door een gebrek aan bronnenmateriaal: verbrande brieven, slordige echtgenoten en getuigen die zijn overleden of zwijgen, passeren de revue.

De weinig initiatiefrijke literatuurwetenschapper Keller begint zijn biografisch onderzoek in Viktor Tristans geboortestad Mercedal, waar Keller heel wat tegenslagen moet incasseren. De voormalige bekenden van de dichter zijn hem weinig ter wille: het is duidelijk dat ze informatie voor hem achterhouden. Ondertussen wordt Keller heimelijk verliefd op de bibliothecaresse en zwoegt hij met een rood hoofd in de studiezaal van de plaatselijke bibliotheek. Maar Kellers nederige arbeid in dienst van de grote dichter wordt beloond: langzamerhand komt de biograaf een goed verborgen geheim op het spoor.

Het korte leven van Rosa ter Beek is als detective minder geslaagd. De pseudo-biografie eindigt nogal onbevredigend, geeft geen antwoord op Rosa’s tragische dood, maar sluit af met een teleurstellende toespeling op de fictionaliteit van de biograaf. Alles over Tristan is daarentegen goed opgebouwd en kent wél een verrassende ontknoping, zoals het een goede detective betaamt. Gedurende zijn zoektocht naar de beroemde dichter leert biograaf Keller ook zichzelf steeds beter kennen en verandert van een schuchtere onderzoeker in een ondernemend mens, om uiteindelijk zelfs een turbulenter leven te gaan leiden dan zijn legendarische held.