Hans Vissers Vestdijk-biografie nu zonder censuur

De biograaf en de weduwe

Hoewel de weduwe hem op alle fronten tegenwerkte, publiceerde Hans Visser in 1984 zijn Vestdijk-biografie. Binnenkort verschijnt een nieuwe versie zonder zelfcensuur en met nieuwe gegevens.

In een antiek grand café in het oude centrum van Porto — een café dat Slauerhoff ongetwijfeld gezien moet hebben — vertelt Hans Visser, voorzitter van de Vestdijk-kring, over de nieuwe versie van zijn in 1984 verschenen biografie over Simon Vestdijk: Simon Vestdijk: Een schrijversleven. De uitgave bevat nieuwe gegevens die nog veel stof zullen doen opwaaien. Maar daar is Visser wel aan gewend. Toentertijd ging de publicatie van zijn biografie ook al met de nodige opschudding gepaard.

De problemen begonnen al bij de eerste aanzet tot het boek. Hans Visser en Anne Wadman werden door uitgeverij De Bezige Bij uitgenodigd om een proefhoofdstuk voor de biografie te schrijven. Er ontstond grote commotie toen de weduwe van de geportretteerde, Mieke Vestdijk-Van der Hoeven, het hoofdstuk afwees en verdere samenwerking uitsloot. Dit ging zo ver dat het Visser verboden werd om bepaalde bronnen, zoals de omvangrijke Vestdijk-collectie in het Letterkundig Museum, te raadplegen. Haar lange arm reikte zelfs tot bestuurlijk Nederland. Visser: «Ooit vroeg ik de gemeente Doorn om de adressen van mensen die Vestdijk nog gekend hadden. Een beambte deelde mij mee dat ik de adressen niet mocht hebben omdat de weduwe het verboden had. Ik heb het later nog met de burgemeester van Doorn besproken en die zei me dat dit wettelijk niet mogelijk is. Maar ja, het is wel gebeurd.»

Om de dreiging van een proces — aangespannen door mevrouw Vestdijk — te bezweren, werden alle citaten op aanraden van twee advocaten geparafraseerd en werd een notenapparaat toegevoegd. Max Nord en Hans Visser zijn er maandenlang mee bezig geweest. Uiteindelijk gaf uitgeverij Kwadraat het boek uit, verrijkt met 150 pagina’s noten.

Waarom was de weduwe Vestdijk toch zo kwaad op Hans Visser, een vijandschap waarin ze tot op de dag van vandaag blijft volharden? Visser ziet twee fundamentele redenen, waarvan de eerste te maken heeft met zijn beroep: een onbekend chemisch ingenieurtje kon toch geen biografie schrijven over de grote schrijver Vestdijk! Dat moest minstens een hoogleraar zijn. Volgens Visser een utopie: «Je kunt niet zomaar zeggen: ik wil die en die. Tegenwoordig wil zo iemand er geld voor hebben. Voor de biografie van W.F. Hermans wordt ook een half miljoen gulden uitgetrokken. Voor mij is het een emotionele zaak, ik wilde het boek schrijven.»

Visser wist bovendien te veel over het huwelijksleven van de Vestdijks, een teer punt bij de weduwe. Toch vindt Visser dat hij erg terughoudend is geweest in zijn biografie. Feiten als Vestdijks onechte vaderschap van Miekes tweede kind — waarmee Visser geconfronteerd werd tijdens zijn interview met Victorine Hefting, de vroegere echtgenote van Vestdijks uitgever Bert Bakker —, de zwangerschap van Henriëtte van Eyk en Vestdijks plannen om van Mieke te scheiden, liet Visser buiten beschouwing. En dat terwijl iedereen binnen Vestdijks kringetje hier al lang van op de hoogte was.

Vreemd genoeg richtte de weduwe juist op deze feiten de aandacht in haar strijd tegen Visser; hij zou deze gegevens expliciet hebben vermeld in zijn boek. In een interview deed ze de biografie af als een boek dat nog niet eens geschikt was om te dienen als toiletpapier.

De opvatting van Visser over de betekenis van de biografie sloot ook niet aan bij de toen heersende opvattingen in «het wereldje». Daar vond men dat het leven van een schrijver bij de beoordeling van zijn werk geen rol mocht spelen. Visser: «Het oeuvre van een schrijver moest autonoom beoordeeld worden, een biografie kon daarin geen factor zijn. Maar dat is juist wat ik aantoon met de Vestdijk-biografie: het leven van de mens Vestdijk speelde een ongelooflijk belangrijke rol in zijn werk.»

Als biograaf vindt hij niet dat hij in het wilde weg uitspraken kan doen over een schrijver. Ze zouden makkelijk een eigen leven kunnen gaan leiden. Daarom laat hij liever zijn bronnen aan het woord. «Ik heb nooit wat verzonnen, alles staat gedocumenteerd, ook nu weer in de nieuwe versie.»

Visser was eigenlijk, geeft hij toe, niet helemaal tevreden over zijn boek zoals het uiteindelijk verscheen. Daarom werkt hij alweer enkele jaren aan een nieuwe uitgave van zijn biografie, of beter gezegd: hij bewerkt de «oer»-versie van het boek. Onder druk van alle onverkwikkelijke verwikkelingen bleef daar in 1984 weinig van over. Hij herstelde de citaten in ere en voegde er nieuwe passages aan toe waarmee hij meer inzicht geeft in Vestdijks werk en dat tegelijkertijd plaatst in de context van Vestdijks leven. Ook gaat Visser meer in op de laatste fase van Vestdijks schrijverschap.

Daarnaast verwerkt hij gegevens die nooit eerder zijn gepubliceerd, zoals de briefwisseling die bestond tussen Vestdijk en zijn collega-schrijver Gerard Reve. In een brief van 1 januari 1949 stak Vestdijk zijn bewondering voor De avonden niet onder stoelen of banken, maar wel adviseerde hij Reve om het slot te veranderen: «Als u de vitalistische belijdenis schrapt (enkele regels maar), wordt het slot veel voornamer en gaver.» Dat Vestdijk zich — geheel tegen zijn gewoonte in — bemoeide met een jongere, aanstormende confrater, was uitzonderlijk. Vestdijk moet vast overtuigd zijn geweest van het talent van Reve.

In de Tweede Wereldoorlog was Vestdijk een van de best verdienende schrijvers in het bezette Nederland. Ironisch genoeg verkocht hij juist goed in nazi-Duitsland — Vestdijk had samen met Menno ter Braak tegen het gevaar van het nazisme gewaarschuwd —, waar boeken als Das fünfte Siegel en Die Fahrt nach Jamaica oplagen bereikten die in de tienduizenden liepen. Hoewel de verkoopprijs per boek laag lag, maakten de hoge verkoopcijfers alles goed. Visser: «Ik ontdekte dat bijvoorbeeld de eindafrekening over 1941 9280 Reichsmark bedroeg. Een Reichsmark had, omgerekend, de waarde van 0,78 gulden. Hij verdiende dus zo’n zevenduizend gulden, wat overeenkomt met een bedrag van zeventigduizend gulden in hedendaags geld. Wat er met het geld gebeurd is, is niet bekend. Vestdijk klaagde na de oorlog altijd over geldgebrek.»

In een interview met Bibeb zei Visser ooit dat mevrouw Vestdijk bang was dat hij over de laatste jaren van Vestdijk zou schrijven, terwijl hij dat niet van plan was. Daar is hij nu op teruggekomen. «Er is in die laatste fase een aantal dramatische momenten die voortkomen uit problemen die samenhangen met de persoonlijkheid van Mieke.»

Wat Visser fascineert is waarom Vestdijk na zijn trouwen bleef doorgaan met schrijven. Hij had al meer dan 45 romans geschreven en was bovendien toch al 67? Visser denkt dat Vestdijk een bepaalde aanleiding moest hebben om een roman te schrijven. Meer dan vroeger sloten de onderwerpen van zijn romans aan bij de gebeurtenissen uit zijn eigen leven. Zoals in de roman Vijf vadem diep, die alcoholisme als thema heeft. De nieuwe biografie vermeldt dat de indirecte aanleiding voor het schrijven van deze roman de alcoholverslaving van Mieke was, waar Vestdijk haar van af wist te brengen. Na de dood van Vestdijk viel ze — tijdelijk — in oude drankgewoonten terug. «Ze is niet zomaar een beetje aan de drank verslaafd geweest, ze werd opgenomen in een afkickcentrum in Amersfoort. Haar vroegere verslaving verklaart veel van haar gedrag.»

Het gefingeerde vaderschap van Vestdijk was mogelijk doorslaggevend voor het schrijven van Het verboden bacchanaal, waarin sleutelclubjes en driehoeksverhoudingen centraal staan. Vestdijk wilde niet dat zijn zoon enig kind zou blijven. Zelf had hij daar erg onder geleden; hij voelde zich tussen twee partijen in staan omdat zijn ouders zo verschillend van karakter waren. Visser: «Vestdijk was door ziekte fysiek niet in staat om een kind te verwekken en dus werd daar iemand anders voor ingeschakeld. Toentertijd heb ik daarover niets geschreven, ik vond het op dat moment niet opportuun, maar nu is het maatschappelijk geaccepteerd, worden er donoren ingezet en zo. Ik vind ook niet dat het verdoezeld moet worden, er waren heel duidelijke achtergronden aanwezig.»

Over vaderschap gesproken: volgens verhalen in de familie was de echte vader van Vestdijks grootvader — een vondeling — een nazaat van het oeroude adellijke geslacht Quarles van Ufford.

Het liefdesleven van de schrijver verliep dus nogal eens tumultueus. De spraakmakende verhouding tussen Henriëtte van Eyk en Vestdijk in de jaren vijftig kende een extra dimensie: zij was zwanger van Vestdijk, maar had een miskraam. «Je ziet dit thema in zijn boek De onmogelijke moord terugkomen en dat sluit aan bij de informatie die Nol Gregoor (Vara-omroepman, dichter, schreef artikelen over Vestdijk en Bordewijk — mp) mij gegeven heeft, dingen die Nol zelf van Vestdijk had gehoord.»

Verder onderzoek naar de relatie tussen Van Eyk en Vestdijk wordt echter belemmerd. Er bestaat een archief-Vestdijk over deze affaire in het Letterkundig Museum waar niemand toegang toe krijgt. Over het verzoek van Visser om de correspondentie te mogen raadplegen, werd pas nog door de erven Vestdijk en Van Eyk negatief beslist.

Voor Vestdijk was het schrijven een manier om zich te bevrijden van zijn problemen. Visser: «Hij heeft het zelf ook gezegd: een auteur schrijft niet voor zijn plezier of voor het aardige verhaal. Nee, het moet een gemotiveerd verhaal zijn, het moet zijn eigen persoonlijkheid raken.»

Er zijn inmiddels kapers op de kust. Ook Wim Hazeu is begonnen aan een biografie over Vestdijk. Met medewerking van de weduwe. Hazeu publiceerde enkele jaren geleden een biografie over Slauerhoff. Visser is niet erg te spreken over dit boek: «Hazeu gaat niet in op het werk van Slauerhoff. Er is geen link tussen werk en leven, en dat terwijl juist Slauerhoff zich daartoe leent omdat z’n oeuvre zo klein is.» De verstandhouding tussen beide biografen is trouwens jaren gespannen geweest, zeker toen Hazeu in een interview verklaarde dat hij Visser wilde vermoorden. Het vak van biograaf blijkt gevaarlijker dan het op het eerste gezicht lijkt.

Gerrit Komrij schreef in 1984 in zijn nrc-column Een en ander al over de voor de weduwe ideale biograaf. Hij laat mevrouw Vestdijk «zelf aan het woord»: «Ik vind het niet meer dan normaal dat ik er in een biografie, waaraan ik mijn medewerking verleen, zo voordelig mogelijk afkom. Het was mijn man. Daarom ben ik nu naarstig op zoek naar een biograaf die me bevalt en die ik als een vriend kan beschouwen.» Kan het zijn dat zij in Hazeu de ideale biograaf gevonden heeft? Had Komrij een vooruitziende blik? Visser vindt van wel. «Er is een zeer vriendschappelijke band tussen de weduwe en Hazeu. Ik zag hem op televisie in een programma over de biografie Mieke zoenen in de tuin. Zo ga je natuurlijk niet om met de weduwe van je studieobject.»

Visser houdt zijn hart vast wat er van de biografie moet terechtkomen. Toch hoopt hij dat Hazeu de biografie schrijft en zíjn boek daarbij mede als leidraad neemt, ook omdat Hazeu pas laat begon met zijn onderzoek, terwijl Visser al vanaf 1973 gegevens heeft verzameld. Bijna alle betrokken mensen zijn nu dood en dat is een groot nadeel voor Hazeu, maar «als Hazeu z’n werk goed doet, komt hij tot dezelfde conclusies over bijvoorbeeld de miskraam van Henriëtte van Eyck en het huwelijk van Vestdijk als ik».

Visser pretendeert niet dat hij nu de volmaakte biografie geschreven heeft. Zijn doel om greep te krijgen op Vestdijks werk moet uiteindelijk leiden tot een interpretatieve biografie. Hij hoopt dat zijn levenswerk anderen zal inspireren om dit project te continueren. «Ik ben niet uit op persoonlijke erkenning, maar ik vind Vestdijk een heel groot schrijver die er recht op heeft dat de gegevens over hem en zijn werk worden vastgelegd. Het is te belangrijk om te laten liggen.»

De door Hans Visser volledig herschreven Vestdijk-biografie zal dit voorjaar verschijnen bij
uitgeverij Aspekt te Soesterberg.