Michael Howard, de Blackadder van de Britse politiek

De Black adder van de Britse politiek

Michael Crick

In Search of Michael Howard

Simon & Schuster, 514 blz., £ 20.00

Aantijgingen over een geheime agenda ontsieren de verkiezingscampagne van de Tories. Dit is vervelend voor hun leider Michael Howard, die af wil van zijn imago als gluiperd. Een pas verschenen biografie belicht de tragiek van een retro-Tory die Kennedy bewondert, maar op Nixon lijkt.

Michael Howard houdt van The Beatles en tafeltennis. De oppositieleider is verder een liefhebber van The Archers, refereert in toespraken aan Beavis & Butthead en kijkt elke oudejaarsavond met zijn vrouw naar Brideshead Revisited. Nooit vergeet hij Valentijnsdag. En, belangrijker, hij spreekt in het openbaar over zijn oma en andere familieleden die in Auschwitz zijn om gekomen. Het Britse kiezersvolk weet zich geen raad met deze persoonlijke ontboezemingen. De Mister Nasty die ze kennen van pleidooien voor karig gevangenisvoedsel horen ze opeens praten over zijn liefde voor duck à l’orange en crème brulée. Waar Howard vroeger omringd werd door mensen wier politieke sympathieën ergens ter rechterzijde van Attila de Hun lagen, daar vormt nu de hippe Notting Hill-set zijn klankbord. De homofoob van weleer heeft nu zelfs een nicht als woordvoerder. Geen wonder dat The Times sprak van de «herlancering van De Mens Howard» toen hij eind 2003 eindelijk partijleider werd. De doop van Howard-lite vond dan ook niet plaats in het Institute of Civil Engineers, maar in de Saatchi Gallery. Naast het kunstwerk Two-faced Cunt.

Na lezing van de ongeautoriseerde biografie In Search of Michael Howard van de excentrieke onderzoeksjournalist Michael Crick kan deze gedaanteverwisseling worden gewaardeerd als een opportunistisch slotoffensief teneinde de hoogste baan van het Verenigd Koninkrijk te bereiken. Howard werd in 1941 geboren en groeide op in Wales als telg van een Roemeens-joodse familie met de naam Hecht. Halverwege de jaren dertig was zijn vader vanuit Transsylvanië naar het Verenigd Koninkrijk gekomen. Dezer dagen zou hij, omdat er toen nog geen gevaar dreigde, worden teruggestuurd als economisch vluchteling, het soort individu waar zijn zoon een halve eeuw later immers weinig van moet hebben. Sterker, Crick onthult dat pa Howard de immigratiedienst heeft voorgelogen vanwege de illegale status van opa Howard. Uit datzelfde document blijkt dat Howards oma is gestorven in haar Roemeense woonplaats, terwijl ze volgens Michael Howard zelf is omgekomen in Auschwitz.

In Huize Howard te Llanelli werd er meer naar de toekomst gekeken dan naar het verleden. Na een cornflakes jeugd ging Howard rechten en economie studeren op Cambridge, waar hij behalve door zijn intellect, inzet en interesse voor vrouwen opviel door zijn debatteertalent, dat hij later volledig zou benutten als Queen’s Counsel, de hoogste graad die een Brits advocaat kan behalen. Maar sinds de Suez-crisis lag zijn hart in de politiek. Maar bij welke partij? Hij leidde weliswaar de «Cambridge Mafia», een genootschap van «links-conservatieve» jongeren, maar bewonderde de gematigde La bour-leider Hugh Gaitskell. En John F. Kennedy, die hij in Berlijn zag spreken. Hij koos uiteindelijk voor de Conservatieven en werd voorzitter van de Bow Groep, een denktank die wil aantonen dat deze partij ten onrechte «The Stupid Party» wordt genoemd. Voor sommige geboren Tories is dit gezelschap echter een samenzwering van «arse-lickers».

Voor een joodse advocaat met een Welsh accent bleek het niet mede te vallen een Conservatieve zetel in het parlement te vinden. Howard vocht een paar verkiezingen in Liverpool Edge Hill, waar Labour stemmen net zoiets is als het doen van de boodschappen. Van Crosby on Merseyside tot Royal Tunbridge Wells, van Noord-Brent tot Zuid-Derbyshire zocht hij naar een kansrijker district: twaalf steden, dertig ongelukken. Terwijl zijn vrienden van de Cambridge Mafia reeds lang en breed in de regering zaten, werd zijn doorzettingsvermogen begin jaren tachtig beloond met Folkestone & Hythe, een uithoek van het land waar het altijd waait. Binnen de regeringen van Thatcher zou Howard opbloeien als «Minister of Controversial Subjects», zoals de privatiseringen van het water en de schoolmaaltijden. Maar hij verwierf faam als «Mr Poll Tax», de man van de gehate gemeentebelasting die ervoor zou zorgen dat iemand als Elton John evenveel ging betalen als een werkloze mijnwerker. Howard, inmiddels beter bekend als Graaf Dracula (die komt ook uit Transsylvanië), was niet de bedenker van deze plannen, maar de uitvoerder met een neusje voor obscure en technische details. Niemand wist waar hij eigenlijk voor stond.

Onder John Major kreeg hij Binnenlandse Zaken en bijkans een hartverzakking toen iemand voor de grap opmerkte dat een Conservatief die deze post bekleedt nimmer premier wordt. Het howardism kreeg «Prison Works» als werktitel. Niet alleen binnen de gevangenissen heerste een schrikbewind, maar ook op het ministerie, waar hoge ambtenaren zich waanden in het beklaagdenbankje van de Old Bailey. De autoritaire Howard kreeg ruzie met staatssecretaris Ann Widdecombe, die vervolgens zei dat haar introverte baas «something of the night» over zich heeft, een uitspraak die The Oxford Dictionary of Political Quotations zou halen (waar Howard zelf nog geen bijdrage aan heeft geleverd). De onrust leidde ook tot een interview bij Newsnight, waar Jeremy Paxman hem dertien keer dezelfde vraag voorlegde, een scène die vlak achter Monty Pythons Dead Parrot Sketch in de top-25 van historische televisiemomenten staat. Het was lik op stuk. In een tijd dat Alastair Campbell als gigolo centjes verdiende aan de Rivièra, was Howard reeds met «spin» bezig. Dagelijks belde hij met bevriende of klaagde over vijandige journalisten, vooral bij de BBC.

Na de val van Major eindigde Howard als vijfde en laatste bij de leiderschapsverkiezingen. Omdat niemand hem wilde als commissaris, televisiepresentator of gastspreker en hij met te veel rechters ruzie had gemaakt om terug te keren naar de advocatuur bleef hij maar in het Lagerhuis zitten. Tegen iedereen die het horen wilde, of liever niet horen wilde, vertelde hij dat hij te oud was voor het premierschap. Het gemok stopte toen Iain Duncan Smith, die de uitstraling had van een gedrogeerd aardvarken en beschadigd was geraakt door onthullingen van Crick, in 2003 werd afgeserveerd. Niemand bleek zich op te werpen als nieuwe partijleider. Het ideale Howard-moment.

Terwijl spoken uit het politieke verleden hinderlijk opduiken, tracht Howard thans zijn tot dusver verborgen charme te delen met het electoraat en optimaal gebruik te maken van zijn telegenieke vrouw Sandra, een foto model, die in de jaren zestig John F. Kennedy en Frank Sinatra tot haar kennissenkring mocht rekenen en getrouwd was met een neefje van Alec Douglas Home bovendien. Uiteindelijk viel ze voor Howard, die haar in kenmerkende stijl had veroverd. Met Scott Fitzgeralds Tender Is the Night.

=