De Blasio steunt zwarte mannen

New York – Amerikaanse politici zijn doorgaans niet huiverig voor grote woorden. De onlangs beëdigde nieuwe burgemeester van New York, Bill de Blasio, lijkt geen uitzondering.

‘Dit is een beslissend moment in onze geschiedenis’, zei hij afgelopen donderdag in Brooklyn. ‘Het is een beslissend moment voor miljoenen van onze families, vooral voor die met jonge, gekleurde mannen.’

De Blasio had het over zijn voornemen om een einde te maken aan stop-and-frisk, het gebruik van de New Yorkse politie om zonder aanleiding op straat mensen aan te houden (stop), te ondervragen en soms zelfs te fouilleren (frisk). Omdat stop-and-frisk bijna zonder uitzondering alleen op jonge, mannelijke kleurlingen in armere wijken werd toegepast, achtte een rechter het beleid in augustus vorig jaar ongrondwettelijk. Tegen die uitspraak ging De Blasio’s voorganger, Michael Bloomberg in beroep, en dat brengt ons bij het beslissende moment van De Blasio: hij heeft voorgesteld dat beroep in te trekken.

Op het hoogtepunt van stop-and-frisk, in het eerste kwartaal van 2012, hield de politie meer dan tweehonderdduizend keer zonder concrete aanleiding mensen aan, bijna zonder uitzondering zwarte en latino-mannen. De overgrote meerderheid bleek niets verkeerds te hebben gedaan. Oud-burgemeester Bloomberg heeft altijd volgehouden dat stop-and-frisk medeverantwoordelijk is voor de scherpe daling in moorden en illegaal wapenbezit in New York. De Blasio noemde het daarentegen ‘een van de grootste splijtzwammen in onze stad’.

De Blasio deed zijn aankondiging in Brownsville, een overwegend zwarte wijk in Brooklyn. Naast hem stonden niet alleen politiefunctionarissen, maar ook de directeuren van de burgerrechtenorganisaties die in eerste instantie de stad New York vanwege de stop-and-frisk-praktijken hadden aangeklaagd. Een daarvan, Vincent Warren van het Center for Constitutional Rights, toonde zich minder lyrisch dan De Blasio: ‘Dit is waar het echte werk begint. Laten we niet doen alsof dit mission accomplished is.’

Daarmee doelde hij onder meer op de politievakbonden, ook partij bij het door het Bloomberg-bestuur aangetekende beroep, die nog roet in het eten kunnen gooien door het beroep alsnog voort te zetten. Onderdeel van De Blasio’s voorstel is namelijk dat agenten voortaan intens gemonitord worden. Vakbondsleider Patrick Lynch gaf in The New York Times al aan ‘serieus’ bezorgd te zijn over hoe dit ‘onze leden en hun mogelijkheid om hun werk goed te doen, zal beïnvloeden’.