Ligt onze toekomst in de zee?

De blauwe revolutie

Steden in zee, seasteads, waar pioniers zonder al te veel overheidsbelemmeringen een nieuwe maatschappij kunnen ontplooien. Volgens ultra-vrijemarktdenkers uit Silicon Valley kan het. En volgens linkse utopisten ook.

Medium blue21 20bluerevolution v

‘Dit is onze kans om opnieuw te beginnen. Op zee: de bron van alle leven, ons grootste zonnepaneel, het deel van de aarde dat nog niet is geclaimd door staten. Het is zó spannend. Op zee liggen zóveel oplossingen die we ons nu nog niet eens kunnen voorstellen.’ Aan het woord is Joe Quirk, een Amerikaanse schrijver van verschillende bestsellers, bestuurslid van het Seasteading Institute en zelfverklaard seavangelist. Vanuit Californië vertelt hij aan de telefoon over seasteading.

Het begon allemaal tijdens Burning Man, het ‘festival’ in Black Rock Desert, Nevada, waar elk jaar in de woestijn een experimentele stad wordt gecreëerd die zich richt op de vorming van een open gemeenschap met vrije kunstuitingen. Radicale zelfvoorziening, ultieme zelfexpressie en een giften-economie zijn andere sleutelwoorden van Burning Man. In deze vrijdenkende gemeenschap ontmoette Joe Quirk de libertijnse denker, activist en software-engineer Patri Friedman, kleinzoon van econoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman. Friedman maakte Quirk warm voor zijn ideeën over seasteading: op de diepe zee, de ongekoloniseerde wateren van de aarde, kunnen verschillende drijvende start-upsteden worden gesticht: seasteads.

Op deze seasteads is geen enkele bestaande jurisdictie van toepassing, waardoor mensen hun eigen vorm van bestuur kunnen ontwikkelen. Ze kunnen een nieuwe staat stichten, met als groot verschil dat de seasteads modulair worden opgebouwd. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om af te koppelen en naar een andere seastead te verhuizen als de wijze van bestuur niet meer bevalt. Fluid frontiers, zo noemen de seasteaders het. ‘Op deze manier krijg je vrije concurrentie tussen seasteads’, legt Quirk uit. ‘Zo kun je echt experimenteren met verschillende vormen van openbaar bestuur in plaats van alleen maar te praten over politieke ideeën.’

Toen Quirk met Friedman in gesprek kwam, was hij zelf net teruggekeerd van een cruise waar hij ‘de hoogste levensstandaard van zijn leven’ had ervaren. Op cruiseschepen geldt een semi-autonome juridische status omdat deze schepen zich begeven op de open zee. ‘Ik zag de parallel tussen cruiseschepen en seasteads.’ Bovendien had Quirk net een wetenschappelijk boek geschreven over evolutie. ‘Ineens begreep ik het. De conclusie van evolutie is immers dat variatie en selectie zorgen voor vooruitgang. Met seasteading introduceer je die variatie en selectie in het bestuur zelf!’

In 2008 richtten Patri Friedman en ondernemer, investeerder en politiek denker Peter Thiel het Seasteading Institute op. Thiel, een van de oprichters van PayPal, investeerde een half miljoen dollar en schreef in 2009 in een berucht essay dat hij niet meer geloofde in de verenigbaarheid van democratie en vrijheid. Seasteading biedt volgens Thiel de mogelijkheid tot een ‘vlucht van de politiek in alle gedaanten’. Daarnaast stelde hij dat het economisch haalbaar is en ook nog eens binnenkort. Toch zijn de seasteads nog niet gebouwd.

In Wired verscheen in mei 2015 een spottend artikel: Silicon Valley Is Letting Go of Its Techie Island Fantasies. Wired-schrijver Kyle Denuccio sneert naar Thiel en zijn anti-overheidsideeën: ‘Een regering bouwen blijkt toch ingewikkelder dan Silicon Valley je wil doen geloven.’ Denuccio suggereert in zijn artikel dat het hele project te duur is gebleken. Daarnaast wijst hij erop dat overheidsregulering vaak juist bijdraagt aan innovatie, terwijl de seasteaders alle vormen van overheidsregulering resoluut als verkrampend bestempelen. Hij laat Jim Dempsey, directeur van het Berkeley Center for Law Technology, aan het woord, die bevestigt: ‘Ik kan garanderen dat je zonder juridische infrastructuur geen innovatie zult hebben, maar chaos.’

Joe Quirk ergert zich aan dit soort journalisten. ‘Ze weten niet waar ze het over hebben. Deze man heeft niet eens met ons gepraat. Hij heeft nauwelijks onderzoek gedaan.’ Veel overheidsinmenging leidt volgens de seasteaders inderdaad tot gebrekkige innovatie. In een videoboodschap op de site van de seasteaders legt een marine-officier bijvoorbeeld uit hoe marineschepen vaak genoodzaakt zijn te werken met gebrekkige apparatuur, omdat de overheid een contract heeft met een enkele leverancier en er geen sprake is van concurrentie. Ook vertelt dezelfde marinier hoe deze schepen privé-bedrijven inhuren voor de beveiliging tegen piraten en hoe alleen daardoor de piraten daadwerkelijk op afstand worden gehouden.

Maar de seasteaders vinden niet dat er helemaal geen vorm van openbaar bestuur moet zijn. Ze geloven misschien wel in een bepaalde structuur, alleen niet in die van bestaande landen met gesloten grenzen. Zoals de site aangeeft: ‘We willen een platform zijn, we willen een markt creëren van besturen met open grenzen. Op die manier kunnen burgers zelf kiezen waar ze zich bij willen aansluiten.’

Dat het hele project te duur is, is ook onzin volgens Quirk. Het is eerder een ‘gefaseerd proces’ dat zijn beslag zal krijgen in de ‘komende decennia’. Hij legt uit dat gebleken is dat het bouwen van seasteads in de open zee technisch gezien mogelijk is, maar nu nog erg duur. Daarom heeft het instituut het over een andere boeg gegooid. Het idee is nu om in de eerste fase een proefproject te laten draaien waarbij een seastead wordt gebouwd in de kalme, territoriale wateren van een gastland. In de volgende fase zal dan worden gekeken naar de open zee.

Tijdens deze eerste fase kunnen de twee- tot driehonderd bewoners van de seastead nog makkelijk heen en weer van hun seastead naar het vasteland. Het water is daar bovendien veel rustiger dan op de open zee. Via crowdfunding werd 27.000 dollar opgehaald waarna een opdracht voor het ontwerp van de floating village werd gegeven aan DeltaSync, een Nederlands bedrijf dat gespecialiseerd is in drijvend vastgoed, oftewel ’drijfgoed’.

‘Wij zien drijfgoed als een uitbreiding voor bestaande bouw. Veel kansen op het water worden nu niet benut’

Karina Czapiewska is ingenieur en een van de oprichters van DeltaSync. Haar collega’s ontmoette ze tijdens haar studie in Delft waar ze samen het vak duurzame ontwikkeling volgden. Voor een prijsvraag dienden ze een ontwerp in voor een drijvende stad. Nadat ze die prijs hadden gewonnen werden ze overal uitgenodigd voor lezingen en presentaties. ‘In 2010 mochten we toen naar de expo in Shanghai om de boel te etaleren. Wij dachten: nu komen al die Chinese investeerders op ons af. Maar dat bleek niet echt het geval. Er werd toch wel verwacht dat wij zelf al investeerders hadden’, lacht Czapiewska.

Toch vielen ze op en na een tijdje zaten ze bij burgemeester Ivo Opstelten met een opdracht voor het ontwerp van een drijvend paviljoen in Rotterdam. ‘Dat was ons eerste project voor drijvende verstedelijking. Het Seasteading Institute kwam ons vervolgens op het spoor via het Nederlands Water Partnership.’ DeltaSync werkt inmiddels zeer nauw samen met het Seasteading Institute. ‘We hebben een goede relatie opgebouwd en overal over meegedacht.’ Toch staat DeltaSync er net iets anders in. ‘Seasteaders zijn uiteindelijk op zoek naar onafhankelijkheid’, zegt Czapiewska. ‘Wij zien drijfgoed eerder als een uitbreiding voor bestaande bouw. Veel kansen op het water worden nu nog volstrekt niet benut. En tegelijk is het een goede oplossing voor de problemen van de aarde.’

Medium deltasync 20floatingpavilion 20rdam

Czapiewska en haar collega’s van DeltaSync zijn ambassadeurs van de door hen opgerichte sociale onderneming Blue21, die een inspiratie wil zijn voor steden om mee te doen aan de ‘Blue Revolution’. Omdat er binnenkort niet genoeg land meer zal zijn voor iedereen. Omdat steden op het land kwetsbaar zijn in een toekomst met steeds meer extreem weer en stijgende waterspiegels. En, last but not least, omdat op zee bio-energie kan worden gewonnen die een einde kan maken aan onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.

Het ontwerp van DeltaSync voor het Seasteading Institute ziet er indrukwekkend uit. Niet alleen heeft het de vorm van het modulaire eiland zoals het oorspronkelijke idee voor de seastead in de open zee, het heeft ook een volledig gesloten systeem van energiewinning en voedselproductie. De seastead kan volledig zelfvoorzienend zijn. ‘Bij diep water kun je gebruik maken van otec’, legt Czapiewska uit. ‘Dat is een vorm van energiewinning waarbij je temperatuurverschillen in het zeewater aanwendt voor het opwekken van energie. Ook kan op het water CO2 uit de atmosfeer worden opgeslagen in drijvende algenboerderijen. Daaruit kan weer energie worden gewonnen. Daarnaast kan het gebruikt worden voor de voedselproductie middels duurzame aquacultuur.’

Ten slotte voorziet het ontwerp van DeltaSync in de toepassing van aquaponics, een eeuwenoude techniek die ooit door de Inca’s is ontwikkeld. Aquaponics is een vorm van vissenkweek gecombineerd met plantenkweek op het water. ‘Je maakt gebruik van de uitwerpselen van vissen om planten mee te kweken’, vertelt Czapiewska. ‘Die uitwerpselen worden door bacteriën omgezet in vissenmest die vervolgens wordt gebruikt voor de plantenkweek. De planten voorzien dan weer in een natuurlijke filter van het water voor de vissen. Zo krijg je een gesloten cirkel met een continue duurzame uitstroom van groenten en vis voor de bewoners van de seastead.’

Karina Czapiewska denkt dat de huidige manier van vissen op oceanen in feite nog zwaar onderontwikkeld is. ‘Op het land zijn we al ver verwijderd van het oorspronkelijke hunting and gathering, maar op zee gaan we gewoon nog met grote netten vissen vangen. Heel primitief eigenlijk.’

Omdat de CO2 in de atmosfeer via de algenboerderijen op het water wordt omgezet in energie wordt de impact op het milieu niet nul, maar zelfs positief. ‘Ja, dan hebben we het echt over een win-win-situatie. Ik denk dat eigenlijk alles wat nu nog gebouwd wordt een impact van nul zou moeten hebben. Maar wij willen nog verder gaan. De impact moet niet alleen nul zijn, maar zelfs positief.’

‘Wij denken voorbij duurzaamheid’, zegt Joe Quirk. ‘We willen veel lokale mensen van het gastland inhuren, waardoor de bouw van de floating village werkgelegenheid biedt, maar ook is er werkelijke milieuwinst te behalen voor het gastland.’ In ruil voor al deze voordelen wil het Seasteading Institute een bepaalde mate van juridische en bestuurlijke autonomie, waardoor de seastead in alle vrijheid kan experimenteren met vormen van bestuur, maar ook voldoende vrijheid kan geven aan allerlei innovatieve ideeën van ondernemers die tegenwerking ondervinden van regulerende overheden. Zo kunnen experimenten met de Blue Revolution worden gedaan, maar ook denkt hij bijvoorbeeld aan concurrerende medische research-units.

Quirk is net teruggekomen uit Guatemala waar hij ‘steun heeft opgetrommeld’, maar ook met andere landen wordt op dit moment gesproken. Nicaragua en Honduras zijn landen die mogelijk als gastland zouden kunnen dienen, maar nog niets staat vast. ‘We praten met verschillende landen. In vier landen zijn we in een vergevorderd stadium van onderhandelen.’ Meer kan hij er niet over zeggen.

‘Als jij op een seastead een duurzame samenleving wil bouwen, dan moet je dat doen. Laten we experimenteren’

In de media worden de seasteaders nogal eens weggezet als een stelletje miljardairs die op zoek zijn naar een belastingparadijs waar ze, niet gestoord door enige overheidsinstantie, in alle rust kunnen genieten van hun geld. ‘Radicaal onjuist’, zegt Quirk. ‘Het Seasteading Institute biedt geen kant-en-klaar utopisch paradijs aan rijkaards; het is een platform voor iederéén. Vergelijk het met tegen Mark Zuckerberg zeggen dat zijn Facebook er alleen maar is voor hem en zijn rijke vriendjes om met elkaar te praten. Natuurlijk niet! Het is veel meer. Het gaat juist om bottom-up-initiatieven. Als jij op een seastead een blauwe revolutie of een duurzame samenleving wil bouwen, dan moet je dat doen. Laten we kijken hoe het uitpakt. Laten we experimenteren.’

En wat gebeurt er als een groep mensen op een seastead bijvoorbeeld een basisinkomen wil invoeren? ‘Ga je gang. Het lijkt mij heel interessant dat één seastead met een basisinkomen begint en een andere seastead zonder. Dat kun je dan mooi vergelijken. En als de mensen het niks vinden, dan trekken ze vanzelf weg. Er is volledig vrije toegang voor verschillende vormen van bestuur. Die bestuursvormen moeten concurreren om hun burgers.’

De vraag is natuurlijk wat er gebeurt met de minder populaire burgers. Zullen niet alle seasteads op zoek gaan naar de sterkste bewoners? ‘Ja, dat klopt. Net zoals dat nu al is. Elke samenleving concurreert om de beste mensen. Het mooie is dat die beste mensen altijd services willen. Ze hebben bijvoorbeeld iemand nodig die hun haar knipt. Dus die “beste mensen” zorgen weer voor werkgelegenheid en bedrijvigheid. Elke stad werkt zo.’

Zowel bij het Seasteading Institute als bij DeltaSync zijn ze ervan overtuigd dat er technisch gezien geen belemmeringen meer zijn voor seasteading, zeker niet als het gaat om de ‘mildere variant’ in de territoriale wateren van een gastland. Technologisch ziet Quirk het zitten: ‘Als we de technologie combineren van cruiseschepen, olieplatforms en 3D-printing, dan is dat makkelijk voor te stellen.’ De bedoeling is dan ook dat de floating village in de territoriale wateren van een gastland vóór 2020 zal zijn gerealiseerd.

Quirk ziet op dit moment dat een enorm diverse groep mensen zich aanmeldt als vrijwilliger om op een seastead te gaan wonen. Dat zijn zeker niet alleen maar rijke Silicon Valley-ondernemers, maar ook veel studenten of mensen die zich grote zorgen maken over de klimaatverandering. ‘Hoe groter de diversiteit van geïnteresseerden, hoe sneller je kritieke massa bereikt.’

Ook Czapiewska ziet dat een bredere groep mensen zich begint te interesseren voor de ideeën van seasteaders. ‘De oorspronkelijke seasteaders, maar ook juist mensen uit meer linkse hoek die zich bekommeren om het milieu.’ Eigenlijk twee uitersten, zo lijkt het. Toch blijkt wel vaker dat die uitersten elkaar op onverwachte momenten plotseling kunnen vinden. Zo vond in 2014 in New York een interessant debat plaats tussen Peter Thiel, de libertijnse oprichter van het Seasteading Institute, en David Graeber, anarchistisch antropoloog, hoogleraar aan de London School of Economics en een van de grondleggers van de Occupy-beweging. Het debat ging over de toekomst van de technologie en in een verslag hierover in The New York Times merkt Graeber op dat hij het ‘hartgrondig eens is met Thiel in twintig procent van de gevallen, en waarschijnlijk net zo overtuigd oneens in de overige tachtig procent. Maar de dingen waar we het over eens zijn, zijn de onderwerpen waar juist alle anderen met ons over van mening verschillen.’

Radicale denkers die elkaar op onverwachte punten vinden, dat kan wellicht tot bijzondere en creatieve oplossingen leiden. Zeker nu het vertrouwen in de huidige overheden wereldwijd een historisch dieptepunt lijkt te hebben bereikt.

‘Overheden innoveren gewoon bijna niet’, zegt Czapiewska. ‘Wij hebben al deze spannende ideeën en overheden tonen maar zeer beperkt interesse.’

Het denken van de seasteaders, maar ook van de ambassadeurs van de Blue Revolution, past in de manier waarop de Amerikaanse marxistische filosoof Fredric Jameson het utopisme opvat: als datgene wat niet gedacht kan worden in een samenleving. Het utopisme uit extreem-linkse hoek sluit wonderwel aan bij de ideeën van de groep ultra-vrijemarktdenkers uit Silicon Valley. De seasteaders zijn immers van mening dat het niet mogelijk is om nieuwe oplossingen te vinden voor de problemen van de wereld binnen de huidige politieke verhoudingen, en dus komen zij met een origineel toekomstperspectief. Quirk vergelijkt het met Bill Gates. ‘Die ging ook niet ibm proberen van binnenuit te veranderen. Nee, hij richtte Microsoft op.’

Tegelijkertijd gaat het de seasteaders niet louter om bewustmaking. Ze zijn er echt van overtuigd dat de wereld er anders uit kan zien. Heel binnenkort al. Volgens de ingenieurs van DeltaSync hebben we maar één procent van het totale oceaanoppervlak nodig om daar dertien procent van de mensheid op te laten wonen. Die mensen zouden vervolgens, al sushi en sla etend, de atmosfeer kunnen bevrijden van het overschot aan CO2, een veilig toevluchtsoord kunnen bieden aan (tijdelijke) klimaatvluchtelingen, en zo de wereld beter maken. Zou het inderdaad tijd zijn voor de blauwe revolutie? Hoe ziet zo’n wereld eruit?

Volgens Quirk is zo’n wereld nu nog ‘onvoorstelbaar’. ‘Als je in de tijd van de Europese monarchie tegen mensen had gezegd dat iedereen gelijke rechten zou krijgen, dat vrouwen bijvoorbeeld zouden kunnen stemmen, dan zouden ze je niet begrepen hebben. Zo kunnen wij ons de oplossingen van de toekomst net zo min voorstellen.’


Beeld: (1) Drijvende stad. Ontwerp van Blue21 (Blue21); (2) Drijvend pavijoen in de Rijnhaven in Rotterdam, ontworpen door DeltaSync, 2010 (RENÉ DE WIT)