De blinde vlek van de pvda

De VVD is de gestaagst groeiende partij van Nederland. Al vanaf 1937. En Bolkestein is een intellectueel van groot formaat. De VVD is dus een partij om terdege rekening mee te houden, meent professor H. Daudt. Maar de PvdA luistert niet naar hem. Een interview.

HIJ ZEGT ZICH TEGENWOORDIG verre van de partijpolitiek te houden. Zomer 1967, ten tijde van Provo en ondoorzichtig regentesk regeringsoptreden, schreef hij mee aan Een stem die telt. Het was het eerste PvdA- rapport over ‘een wenselijke herziening van het parlementaire stelsel’. Politieke polarisatie, door stembusakkoorden tussen partijen vooraf, moesten de tegenstellingen en alternatieven voor de kiezer verduidelijken. Daarna, in de staatscommissie Cals-Donner (advies herziening Kies- en Grondwet), nam het PvdA- lid voortdurend radicalere uitzonderingsposities in. Van hervormingen kwam het niet.
'Ik ben tegenwoordig passief partijlid’, zegt de emeritus hoogleraar H. Daudt. 'Zeer passief eigenlijk. Om tactische redenen heb ik ook wel op andere partijen gestemd. Ik zit in de PvdA altijd op het randje.’ Desondanks worden Daudts analysen daar gevolgd. Ze begeleiden de huidige richtingenstrijd tussen neo-liberalen en de vakbondsvleugel over de sociaal-democratische strategie.
De Amsterdammer heeft de reputatie de partij nog wel eens wakker te schudden. In 1979 bijvoorbeeld waarschuwde hij de PvdA al voor de vastlopende verzorgingsstaat. Het werd als neo-conservatisme ontvangen. Dat ging er soms hard aan toe, Daudt bezigde klare taal ('onhistorische, romantische leuterpraat’), en verloor en passant wat vrienden.
DIT KEER STAAT de kritiek meer terzijde. De 69-jarige politicoloog schreef in de eerste uren na de stembussluiting in mei voor Socialisme & Democratie, het wetenschappelijk huisorgaan van de PvdA, een artikel waarin hij 'die ingesleten, hovaardige neiging om de VVD te kleineren’ laakt. De PvdA, zegt hij, staart zich altijd blind op het almachtige en vaak gehate CDA, onderwijl de kracht van de VVD ernstig onderschattend.
De liberalen boekten in mei met 31 zetels (1989: 22 zetels) weliswaar een overwinning, maar dat bleef nog altijd onder het succes van Ed Nijpels, die de VVD in 1982 op 36 zetels bracht. Geen paniek dus, meenden de sociaal- democraten, die intussen hun verlies van twaalf zetels beweenden. Daudt bestudeerde echter de lange termijn, vanaf 1937. 'Links’ (PvdA, D66, PPR, PSP, CPN, GroenLinks) vergaarde nooit meer dan een 'stabiele minderheid’. De VVD daarentegen beleefde een 'vrijwel ononderbroken stijging’, die met wat onderbrekingen van vier zetels in 1937 opliep tot 31 in 1994. Daudt in Socialisme & Democratie: 'Het lange-termijnsucces van de VVD is des te opmerkelijker als wij bedenken dat er sinds 1967 voor linkse aanhangers van de liberale stroming een andere keuzemogelijkheid is, D66.’ Zijn conclusie: 'Het minst kwetsbaar is de VVD, ongeacht of de VVD in de oppositie blijft of in de regering komt.’
De blinde vlek in de PvdA ontstond deels door de linkse politieke journalistiek, zegt Daudt, die in 1946 zelf als journalist bij Het Vrije Volk begon. 'De linkse journalistiek en de linkse partijen hebben altijd het meeste prestige gehad in spraakmakende kringen. Maar zij zijn niet representatief. Die mensen kijken alleen naar de fraaie lange manchetten van G. B. J. Hilterman, zonder zijn lucide commentaren inhoudelijk te beoordelen. Zijn column in De Telegraaf reken ik tot de allerbeste.’
In 1986 nog hoonden commentatoren dat de VVD met negen zetels verlies (gezakt naar 27) nog precies drie verkiezingen mee kon. In feite maakten de kiezers alleen het Nijpels-effect ongedaan.
DE ONDERSCHATTING VAN de VVD is niet van gisteren. Daudt trekt Willem Banning, de eerste PvdA-voorzitter, uit de boekenkast. In Hedendaagse sociale bewegingen concludeerde Banning in 1962 op sociologische gronden 'dat haar tijd voorbij is’. Daudt: 'Opmerkelijk toch. Banning was ook wetenschapper en bekeek de PvdA met een zekere distantie. En dan zoiets. Als partijfunctionaris raak je kennelijk verblind. Daarom zeg ik: de PvdA moet proberen ook nu de realiteit te zien en de vijandige vooroordelen opzij schuiven.’
Waar het CDA door leiderschapsproblemen, ideologische verdeeldheid en secularisatie wegzakt en de PvdA intern relt, groeit de VVD uit tot de grootste, voorspelt Daudt. De crux is het dossier sociale zekerheid. Daudt: 'Er moet hoe dan ook ingegrepen worden in de sociale zekerheid, jaren achtereen. Daarover bestaat brede consensus. En er is maar een partij met een achterban die niet wegloopt als dat hard gebeurt: de VVD. Die partij zal er het minst last van krijgen. De PvdA is een partij geworden van ambtenaren, trendvolgers en uitkeringstrekkers. Precies waar nu gesneden wordt. De VVD'ers komen vooral uit de marktsector; die blijven buiten schot.’
Hoewel er conservatieve stromingen in de VVD zijn, etaleert de partij zich sinds Wiegel als de volkspartij. Daudt: 'Sociologisch gezien is de omvang van de middencategorie in een behoudend land als Nederland voorlopig groot. En waar een meerderheid niet links is, moet je politiek gezien altijd sterk rekening houden met de VVD. Nee, ik voorzie een grote toekomst voor de VVD. De groei van de VVD zet zich voort dank zij Bolkestein. Wat Den Uyl was als intellectueel voor de PvdA, is Bolkestein voor de VVD. En hij blijft terecht in de Kamer zitten en als een Romme het kabinet volgen en afstand houden.’
DAUDTS BEWONDERING VOOR Bolkestein verbaast enigszins. Bolkesteins benadering van asielzoekers benauwde zelfs de eigen gelederen. Daudt: 'Nee, dat deed hij goed. Op een intellectuele, creatieve manier afstandelijk de zaak benaderen. Wat vind je nou aan creatieve figuren in de PvdA. Ik zie ze niet. De minst verrassende en meest kleurloze figuren zaten in het kabinet: Pronk, Ritzen, Kok. Ze konden voor het eerst echt iets gedaan krijgen. Maar ze brachten er niets van terecht. Ritzen was daar vergeleken met Deetman schandelijk bezig, Hedy bakte er helemaal niets van.
De PvdA gaat onherroepelijk verliezen. Aan de ouderenpartijen en aan GroenLinks.Want als je roept: we bezuinigen acht miljard, en het worden er achttien, is dat kiezersbedrog. En dan Rottenberg die roept: ja, dat is een foutje. Jezus nog an toe, dat pikken mensen niet.’
DAUDTS ANALYSE van de kracht van de VVD laat zich lezen als een strategisch advies: richt je uit lijfsbehoud op het midden. Daudt: 'Ik denk dat Felix zich weinig gelegen laat liggen aan wat ik vind. Maar de partij maakt onvoldoende onderscheid tussen feitelijke en wenselijke situaties. Je zag het bij Banning, je ziet het in de linkse journalistiek. Feit is dat de middenklasse niet naar de PvdA trekt.’
De PvdA deed in interne discussies zeker moeite voor de middenklasse ('de modalen’). Banning benadrukte haar potentie in de beginselprogramma’s van 1947 en 1959. Van Stiphout, directeur van de Wiardi Beckmanstichting, wees vanaf 1974 herhaaldelijk op de zuigkracht die de VVD op deze groep uitoefende. Ook Ed. van Thijn zag potentiele PvdA-kiezers in de 'cultuurgevoeligen’ van D66 en in de arbeiders van de KVP. Hele partijweekenden werden eraan gewijd. Maar door vast te houden aan uitbundig gecultiveerde vooroordelen over de middenklasse, zo stelt Philip van Praag in zijn proefschrift Strategie en illusie, ontwikkelde de PvdA nooit een strategie voor het politieke midden. Dit 'kiezerssegment’ bleef onbenut.
Sinds 1990 hamert PvdA-ideoloog Paul Kalma weer op de noodzaak van steun van de middengroepen. Partijvoorzitters Rottenberg en Vreeman probeerden het met een 'open, pluriforme, toegankelijke PvdA’. De partij kampt echter nog met het zogenaamde Przeworskidilemma: de belangenbehartiging van de nieuwe middengroep gaat ten koste van de steun van de arbeiders. En andersom. De PvdA maakt zich op die manier bovendien overbodig. Door de socialistische traditie minder te accentueren en de partij open te gooien, ontgaat arbeiders de noodzaak om op een arbeiderspartij te stemmen.
Het is kritiek zoals die na lezing van het regeerakkoord van Kok onder backbenchers opklinkt. De partij verliest haar klassieke terrein. Ex-partijvoorzitter en kamerlid Ruud Vreeman is de belichaming van deze symbiose van vernieuwing en traditie. Zo strijdt de vakbondsman fel tegen de uitbreiding van commerciele invloed op de sociale zekerheid. Vreeman vond een massief blok van marktdenkende sociaal-liberalen tegenover zich. Fractiegenoot Adelmund verwacht daarom alleen nog wat van het 'maximaal oprekken’ van het paarse akkoord, zei ze in de Volkskrant.
Daudt: 'Felix heeft al veel bereikt. Maar het lijkt mij een onmogelijke taak om die twee vleugels blijvend te verenigen. Ik zie het niet gebeuren. Er wordt ook geen visie getoond hoe dat dan moet. Dat is funest. En ik kan ook geen oplossing leveren.’
DAUDT HEEFT ALS wetenschapper nooit politicus of partij-adviseur willen zijn. Het is die rechtlijnigheid die voerde tot de langstslepende academische rel in de Nederlandse geschiedenis. In januari 1973, te midden van het studentenoproer tegen de niet-geengageerde universiteit, volhardde hij in die scheiding. De studenten wilden de richting van het onderwijs meebepalen. Daudt en vijf medewerkers weigerden te doceren, 'ter handhaving van hun professionele en morele integriteit’. De affaire-Daudt leidde tot kamervragen en kwam voor de ambtenarenrechter. Hij behaalde zijn gelijk. Maar de universiteit verbande hem naar haar kleinste werkkamer.
Daudt oefende vooral indirect politieke invloed uit. Hij is het boegbeeld van de Amsterdamse School in de politieke wetenschappen. Leerlingen als Ed. van Thijn en Hans Gruijters brachten zijn ideeen over meerderheidsstrategieen, ontleend aan Joseph Schumpeter, voor het voetlicht. Een stem die telt was goeddeels ontleend aan het proefschrift van Van Thijn, onder behandeling bij Daudt.
DE HOOGLERAAR BEZORGDE de PvdA vaak hoofdbrekens. In 1980 schetste hij in een artikel de beperkingen van de PvdA. Hij presenteerde het leerstuk van de 'uiterste noodzaak’, naar het uitgesproken verbod door de katholieke leider Nolens in 1925. De confessionelen blijken alleen bij een getalsmatige minderheid, en - zoals tussen 1946 en 1959 - ter bestrijding van maatschappelijke instabiliteit, met de 'rooien’ samen te werken. Aan die these hield Daudt vast.
Maar in 1989 hadden CDA en VVD een getalsmatige meerderheid, terwijl toen toch de PvdA met de confessionelen in zee ging. Daudt: 'De ingrepen in de sociale zekerheid moest het CDA breed legitimeren. Daar was de PvdA voor nodig. Niet de VVD, die stond daar toch wel achter. Ze wilden de PvdA binden. En dat heeft de partij wel gemerkt bij de verkiezingen.’ Het CDA verkiest in Daudts ogen nu voor het eerst bewust de oppositie om zich aldaar te bezinnen.
In 1967 hadden Daudts analysen geen effect in de politiek. Nu is het kabinet bereid het districtenstelsel te onderzoeken. 'Paars biedt de grootste kans op staatkundige vernieuwing sinds de jaren zestig’, glundert Daudt. Maar hij blijkt nog optimistischer. De tweedeling in de politiek gloort weer. Terwijl vanuit de verschillende partijen de sociaal-liberalen in verschillende gradaties vrijelijk bij elkaar aankloppen, verdwijnen langzaam de partijpolitieke tegenstellingen. Het aangekondigde dualisme tussen kabinet en parlement zal dat debat versterken, denkt hij.
Verwijzend naar NRC-commentator Kranenburg voorspelt Daudt een tweedeling tussen progressieve en behoudende kiezers. 'Maar het kabinet zal die ontwikkeling sturen’, zegt hij stellig, 'omdat daar de cohesie zit.’ Kranenburg noemt het kabinet 'de brug tussen de tegenstellingen’. Daudt: 'Door dat heel erg afgewogen akkoord zit juist daar de dynamiek, denk ik. De kamerfracties van VVD, PvdA en D66 zullen het kabinet steunen, maar vallen door het regeringsbeleid wellicht toch uiteen in progressieve en behoudende delen. Het kabinet kan die breuk in de partijen veroorzaken. De oude partijtegenstellingen vervagen, ze verliezen hun nut. Je krijgt een hergroepering in het kiezersvolk. Dat vind ik heel waarschijnlijk.
Misschien ben je dan weer terug bij de takkianen en anti-takkianen (de strijd om kiesrechthervorming tb). Of bij Een stem die telt, inderdaad. Met dit verschil: nu geloven ze er misschien echt in.’