Islamisering Atheïst Austin Dacey breekt een lans voor hervormingsgezinde gelovigen

De blinde vlek van links

Links heeft de religie geprivatiseerd en heeft daarom volgens Austin Dacey geen antwoord op de politieke islam. De filosoof is uit op niets minder dan ‘de bevrijding van het seculiere geweten’.

HET IS EEN OUDE VRAAG die telkens weer opduikt: wat is de plaats van religie in een seculier wereldbeeld? ‘De privé-ruimte’, zullen de meeste voorstanders van een strikte scheiding tussen kerk en staat zeggen. 'Religie is een persoonlijke aangelegenheid, daar moet je geen beroep op doen als het een publieke zaak betreft.’ Fout gedacht, aldus Austin Dacey, zelf een prominente, regelmatig in The New York Times publicerende 'secular liberal’. Dacey is blogger bij het fameuze Religion Dispatches en als filosoof verbonden aan Polytechnic University in New York. Zijn boek The Secular Conscience is als een knuppel in eigen hoenderhok.
Dacey vertegenwoordigde jarenlang The Center For Inquiry (CFI) bij de Verenigde Naties, een gezelschap atheïsten in een land waar dat woord bij velen nog een vieze klank heeft. 'Uit onderzoek is gebleken dat de meeste Amerikanen nog liever een homoseksueel of moslim als president zien dan een atheïst’, vertelt Dacey lachend. Uitgerekend deze Dacey stelt in The Secular Conscience vast dat ook rabiate atheïsten niet om gelovigen heen kunnen. En levert daar, behalve pragmatische, ook principiële argumenten voor.
Dacey ontvangt in een parkje naast de universiteit waar hij lesgeeft. Polytechnic in Brooklyn is een onderdeel van de universiteit van New York dat bekend staat om het hoge percentage studenten met een islamitische achtergrond. 'Veel van wat ik onderwijs over de plurale samenleving leer ik in mijn eigen klaslokaal’, zegt hij dan ook. Dacey zelf heeft religieuze wortels. Hij komt uit een katholiek nest, maar werd in zijn tienerjaren protestant. 'Ultra-protestant’, in zijn eigen woorden, 'het “ik heb een persoonlijke relatie met Jezus, mijn Redder”-type’. Inmiddels beschouwt hij zichzelf als een 'voormalig christen’, die zich bij het bestaan van een god 'niks kan voorstellen’.
Waarom begrijpt links gelovigen niet? Waar gaat het mis?
'We verwarren het recht op een eigen levensovertuiging vaak met het recht op privacy. De cruciale denkfout is dat we aannemen dat omdat het geweten privé is - want niet onder invloed staat van de overheid - het ook puur en alleen een kwestie van persoonlijke keuzevrijheid zou zijn. Deze verwarring wordt veroorzaakt door een kernwaarde van het liberalisme: niemand mag een ander een geweten opdringen. Omdat het geweten vrij moet blijven van macht of dwang zou het ook gevrijwaard moeten zijn van kritiek, redelijk onderzoek of standaarden van goed en kwaad. Daar gaat het mis. Als je maar blijft stellen dat religie een privé-zaak is waar niemand wat mee te maken heeft, dan komt dat er al gauw op neer dat godsdienstige kwesties en door religie geïnformeerde standpunten immuun zouden zijn voor kritische publieke bevraging en gedeelde normen. Dat is natuurlijk ondenkbaar. Dat iedereen vrij is om te geloven wat hij wil, betekent niet dat elke openbare discussie over gewetenskwesties uit den boze is.’
Waarom is het geweten een publieke kwestie in plaats van een privé-aangelegenheid?
'Omdat we allemaal in een vrije, open samenleving willen leven, waarin mensen vrijuit over hun diepste overtuigingen kunnen spreken, ook wanneer die niet door andere burgers gedeeld worden. Religie is niet alleen maar persoonlijk en subjectief. Het is deel van ons gezamenlijke morele leven en zou gewoon onderwerp van debat moeten zijn. Juist in het openbaar.
Tussen de privé-sfeer (eigendom, relaties, et cetera) en de civiele sfeer (macht van de staat, instituten) staat de publieke sfeer. Dat is de sociale ruimte waar burgers in debat gaan door middel van ingezonden brieven, blogs, gesprekken tijdens de pauze, vergaderingen van gemeentes. De agora, kortom, waar we de redenen uitwisselen voor wat we denken en doen. Hier hoort het geweten, en dus ook religie, helemaal thuis.’
In Nederland denken veel liberalen hier duidelijk anders over. Denk aan Ayaan Hirsi Ali, die een 'verlichte’ islam bepleit.
'Nederlanders moeten simpelweg meer Spinoza lezen. In mijn ogen is hij de grootste filosoof aller tijden. Anders dan latere Verlichtingsdenkers houdt hij nog nadrukkelijk rekening met de plaats van God in het wereldbeeld van zijn tijdgenoten en ruimt hij ook in zijn eigen filosofie een plek in voor metafysica. Veel Nederlandse denkers, ook Ayaan Hirsi Ali, schijnen te denken dat je God uit het script moet schrijven als je naar een verlichte islam toe wilt. Ze willen het hele project van religie afschaffen, terwijl progressieve moslims hun religie juist willen hervormen. Zo maak je vijanden van mensen met wie je bondgenoten zou moeten zijn.
Met Ayaan sta ik trouwens wel in contact, ik beschouw haar als een bondgenoot. Ik kijk met veel bewondering naar haar levensverhaal, maar het heeft mij en veel linkse Amerikanen verbaasd dat zij bij een neoconservatieve denktank is gaan werken. Dat maakt haar bij sommigen per definitie verdacht. Maar eigenlijk is het andersom, linkse, seculiere liberalen willen simpelweg hun handen niet branden aan de islam.’

U WIL DAT WEL en staat nu al een jaar of acht in dialoog met reformistische moslimdenkers. Tot voor kort werkte u bij het Center for Inquiry, een van de voorposten van seculiere liberalen en atheïsten in Amerika. Hoe vonden uw collega’s het dat u zich ineens serieus bezig ging houden met religie?
Dacey lacht: 'Haha, ja, guilty as charged. Ik ben onlangs weggegaan bij het CFI. Dat had praktische redenen: ik ben niet zo goed in het werken op een kantoor, met deadlines en verplichtingen. Maar er waren ook een aantal inhoudelijke redenen om daar te vertrekken. Seculieren en atheïsten in Amerika zijn erg gefixeerd op het christendom en de privileges die deze religie in ons land heeft. Op conferenties schrappen ze bijvoorbeeld demonstratief het woord God uit de constitutie en van dollarbiljetten. Of ze “ont-dopen” elkaar, om afstand te nemen van de religie waarmee ze zijn grootgebracht. De zogenaamde “nons” (de mensen die zichzelf met geen enkel georganiseerd geloof afficheren of hun leven op geen enkele manier hierdoor laten beïnvloeden) zijn intussen wél de snelst groeiende stroming in Amerika. Toch blijven ze tegen religie vechten, alsof ze de trauma’s van hun jeugd willen wegpoetsen.
Mijn vraag aan hen is eigenlijk: waarom maken ze zich zo druk om de zogenaamde christelijke Taliban hier in eigen land, terwijl er échte Taliban actief zijn in het Midden-Oosten? Het gevecht voor secularisme wordt niet in de staat Georgia gevoerd, maar in Egypte of Saoedi-Arabië. Mensen hebben niet scherp voor ogen wie de vijand is, en zien dus niet dat gelovige christenen juist een bondgenoot kunnen zijn in de strijd voor secularisme elders!’
In Nederland noemen sommigen uw voormalige strijdmakkers Verlichtingsfundamentalisten.
'Dat is veel te sterk uitgedrukt. Een religieuze fundamentalist zegt: “Wij zijn het niet eens, dus jij gaat naar de hel”, terwijl een Verlichtingsfundamentalist zou zeggen: “We zijn het niet eens met elkaar, dus laten we erover praten.” En daarmee ben je natuurlijk al geen fundamentalist meer: je wilt niemand jouw mening opdringen. Dat veel Verlichtingsdenkers een blinde vlek voor religie hebben, is natuurlijk wel zo.’
Het stoort u dat de Amerikaanse atheïsten zich inzetten voor de waarden van de Verlichting en de rede in een land waarin religie nog zo'n sterke rol speelt. Maar is hun religiekritiek niet hard nodig?
'Nou ja, het onbedoelde gevolg is dat gewaardeerde collega’s als Richard Dawkins, Sam Harris en Christopher Hitchens niet de gematigd religieuze stemmen steunen die ze moeten steunen, omdat ze het hele project van religie ongeldig hebben verklaard. Ze noemen het een mentale ziekte, of een gevaar voor de volksgezondheid, een geestesvirus. Dat is waar het volgens mij misgaat. Als je zo inhakt op religie verlies je het contact met hen die vanuit hun religieuze wortels naar hervorming streven.’
Dat kan zo zijn, maar al die religieuze argumenten kunnen morele en politieke discussies flink vertroebelen. Paul Cliteur stelt dan ook dat er een soort Moreel Esperanto nodig is en eist van gelovigen dat ze in het openbaar alleen voor iedereen herkenbare argumenten hanteren.
'Dat is natuurlijk een charmante gedachte, maar alle argumenten voor de privatisering van religie schieten te kort als je ze van dichtbij bekijkt. Zo wordt er vaak gezegd dat een religieus discours onherroepelijk tot oorlog, vervolging en geweld leidt. Maar dat is geen geloofwaardig argument in de moderne samenlevingen. Vandaag de dag gaan mensen evengoed de straat op voor dingen als globalisering, de oorlog in Irak en zo. Dat zijn veelal seculiere morele en politieke disputen die precies zo gewelddadig kunnen uitpakken als andere.
Hetzelfde kan worden gezegd van het argument dat religieuze argumenten altijd een beroep doen op noties die niet door iedereen gedeeld worden. Dat klopt, maar dat kan natuurlijk van ieder standpunt gezegd worden. Als alleen argumenten waar iedereen het over eens is worden toegelaten tot het publieke debat, dan is er niets meer om het over te hebben, behalve de meest algemene concepten. We kunnen dan bijvoorbeeld dingen zeggen als: “We zijn allemaal voor de gelijke rechten en waarde van het individu.” Maar wat betekent zo'n opmerking eigenlijk? De volgende vraag is al gauw: “Wat is dan precies een individu? Horen daar niet-menselijke dieren bij, of foetussen?” En dan komt tóch levensbeschouwing om de hoek kijken. Geen enkel filter is fijnmazig genoeg om religieuze argumenten weg te filteren, terwijl seculier gemotiveerde morele argumenten tot de discussie worden toegelaten. Als je dat over het hoofd ziet, verlies je alle echte inhoud in een publiek gesprek.’

IN DE VN WERD onlangs door de voorzitter van de algemene vergadering, een Libiër, de gelijkberechtiging van homo’s bekritiseerd, omdat hij dat niet kon rijmen met zijn religieuze achtergrond. Moet iemand dat soort dingen zomaar overal kunnen roepen?
'In de VN heb je inderdaad te maken met resoluties van islamitische landen die, zoals zij zeggen, de definities van religie “im Frage” willen stellen. Ze hebben geprobeerd een regel op te stellen die grenzen stelt aan de manier waarop zij kunnen worden aangevallen op islamitische wetgeving en de toepassing van sharia-rechtspraak. Op een geperverteerde manier doen zij dan een beroep op argumenten van seculiere liberalen, die telkens wijzen op de waarden privacy en zelfbeschikking. Tijdens een van die debatten riep de vertegenwoordiger van Pakistan uit: “Het is een belediging voor ons dat we het in deze Raad over de sharia hebben.” Een ongewenste ontwikkeling, maar ik denk dat veel seculiere liberalen gedwongen zijn het hiermee eens te zijn, omdat dat precies is wat zij beweren: religie is een privé-zaak die niet in het openbaar bediscussieerd mag worden.’
Wat is volgens u dan de juiste manier om religieuze argumenten in het publieke domein in stelling te brengen?
'De argumenten die naar voren worden gebracht moeten vooral “open” zijn. Open voor onderzoek en voor de kritische vragen van anderen. En tegelijk moeten gelovigen openstaan voor tenminste de theoretische mogelijkheid dat je het bij het verkeerde eind hebt. Een goed gesprek staat of valt met de bereidheid je te laten overtuigen, zelfs van hetgeen je het meest dierbaar is. Als je deelneemt aan een gesprek en je houdt niet eens de kleinste mogelijkheid open dat er foute aannames in jouw argument zitten, dan diskwalificeer je jezelf en ben je moeilijk serieus te nemen.’
Wat geeft u het vermoeden dat bijvoorbeeld de islam de potentie heeft om gelovigen te verleiden en te inspireren tot seculiere interpretaties?
'In wezen zit er een enorm democratisch potentieel in de islam. De godsdienst functioneert over het algemeen genomen op niet-hiërarchische wijze. Iedereen heeft toegang tot de bronnen en kan haar eigen interpretaties daarop loslaten. In de praktijk gebeurt dat ook op veel plaatsen. Zeker bij moslims in het Westen of in landen met een hoog opleidingspeil zie je dat dit kritische potentieel steeds meer aangesproken wordt. Natuurlijk is een groot deel van de islamitische wereld nog altijd in niet-democratische en niet-seculiere handen. Maar terwijl types als Wilders alle moslims categorisch als verkeerd wegzetten, zou de linkse politiek erop geënt moeten zijn juist de seculiere moslims te ondersteunen en versterken.
Bijvoorbeeld door de opstand in Iran te steunen. Als er ergens potentieel is voor een seculiere islam, dan is dat in Iran. Daar waren de protesten in de nasleep van de verkiezingen een uitdrukking van. Tijdens de VN-vergadering, hier in New York, zijn duizenden Iraniërs uit het hele land de straat op gegaan. Ik liep mee, zoveel ik kon, om mijn solidariteit uit te drukken. Het is hoog tijd dat het enorme intellectuele potentieel van dit land eens gehoord wordt.’
Is dat geen naïeve gedachte? Ook de demonstranten waar u solidair mee bent roepen 'Allah-uh-Akhbar’ (God is groot). En de tegenstrevers van Ahmadinejad behoren tot de architecten van het islamitische regime daar.
'In de westerse media wordt het verzet in Iran inderdaad geschetst als een botsing tussen de aanhangers van de hervormers (Mousavi, Kharroubi) en de hardliners (Ahmadinejad, Khamenei). Maar dat is te simpel gesteld. Veel demonstranten gebruiken leuzen die regelrecht tegen het autoritaire systeem ingaan. “Geef ons onze islam terug”, roepen ze bijvoorbeeld. In feite verwerpen ze daarmee het politieke islamisme en doen ze een beroep op hun godsdienst om hun vrijheden terug te winnen. Dat is in het christendom niet anders: slavernij werd gelegitimeerd door het christendom, maar werd ook met christelijke argumenten afgeschaft.’