De blinde ziener

De nieuwe sterke man van Indonesië is door twee hersenbloedingen zo goed als blind en moet worden geholpen bij het ondertekenen van documenten. Toch heeft Abdurrahman Wahid, alias Gus Dur, de vierde president van de Republik Indonesia, binnen een week al meer bereikt dan Habibie in een heel jaar. Zo lijkt Wahid het serieus te nemen met zijn toezeggingen Indonesië grondig te gaan herinrichten, inclusief verregaande vormen van zelfbestuur voor de vele tegen de Javaanse oppermacht muitende gebiedsdelen van het grote Indonesische rijk.

Al een week voor zijn greep naar de macht ontving de, alles met opmerkelijk veel gevoel voor relativering opnemende moslimleider Wahid een delegatie van de Zuid-Molukse regering in ballingschap RMS. Nu hij president is, heeft hij een diplomatiek offensief aangekondigd waarin niet alleen met de Molukkers wordt onderhandeld, maar ook met de separatisten in Atjeh, Nieuw-Guinea, Sulawesi en zo verder. Xanana Gusmão, de net in Dili teruggekeerde dichter-president van Oost-Timor, ontving een uitnodiging van Wahid om te praten over samenwerking. Oost-Timor is in rap tempo bezig zich van Jakarta te ontdoen en Wahid stuurt nu aan op een economische relatie op basis van vrijwilligheid. Het leger heeft hij zo ver mogelijk aan de kant gezet. Het is voor het eerst dat het ministerie van Defensie niet wordt geleid door een generaal.
Met zijn voorstel om Indonesië om te vormen tot een soort federatie van in velerlei opzichten autonome landen wordt de klok in feite vijftig jaar teruggezet. Op 27 december aanstaande is het precies een halve eeuw geleden dat in het Paleis op de Dam de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië door Nederland officieel plaatsvond. De overdracht geschiedde op basis van een door Van Mook al voor de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld idee om de koloniën om te smeden tot een Verenigde Staten van Indonesië. Lang mocht die federatie het toentertijd niet maken. Binnen enkele maanden liquideerde president Soekarno het ene autonome gebiedsdeel na het andere. Uiteindelijk werd ook Nieuw-Guinea, dat door Nederland buiten de overdracht was gelaten, bij de Republik Indonesia ingelijfd. Deze Indonesische eenheids staat was in vele opzichten een erfenis van de koloniale tijd onder de Hollanders. Soekarno trad in het spoor van Jan Pietersz. Coen en zag zich gedwongen de orde in het onhandelbaar grote rijk met bruut geweld te handhaven. Hij werd steeds afhankelijker van zijn generaals, door wie hij uiteindelijk werd kaltgestellt. Alle visioenen van Soekarno over de plaats van Indonesië als Derde Weg-macht op het wereldtoneel stierven. Indonesië kwam terecht in de handen van een kongsie tussen leger en de F-side van het multinationale bedrijfsleven, dat op basis van ongekende kleptomane aandriften niet alleen de economie duurzaam verwoestte, maar met zijn brute militaire optreden ook nog eens de wankele verhoudingen tussen de diverse volkeren verder ontwrichtte.
Wahid en zijn vice-president Megawati Soekarnoputri staan voor dezelfde taak als eerder Gorbatsjov. Het is hun opdracht een aan alle kanten krakend imperium bij elkaar te houden op basis van iets anders dan puur machtsvertoon, namelijk wederzijds vertrouwen en een gemeenschappelijk doel voor de naaste toekomst. Gorbatsjov slaagde daar niet in: te veel partijen zagen in zijn hervormingsoffensief het startsein om over te gaan tot totale vernietiging van alle structuren. We kunnen constateren dat de inwoners van de voormalige Sovjet-Unie daar niet echt bij gebaat zijn geweest.
Als iemand in staat is de Indonesische glasnost tot een goed einde te brengen, is het Wahid wel. Hij is op en top een democraat en een politiek strateeg. Door Megawati, die nogal eens overkomt als de wrekende engel van haar vader, aan zich te binden, redde Wahid Indonesië van een dreigende burgeroorlog. Nadrukkelijk presenteert hij zichzelf als een overgangsfiguur. De dood zit hem nu eenmaal op de hielen, en hij ziet het als zijn eerste taak de dochter van Soekarno voor te bereiden op het presidentschap. Wahid is dan ook meer dan een tussenpaus. Hij is de man die Indonesië de kans geeft zichzelf opnieuw uit te vinden en hij verdient daarbij de steun van de gehele internationale gemeenschap, die primitieve landjepik-instincten zal moeten onderdrukken teneinde Gus Dur zijn helende, verzoenende werk te laten doen.