De blues van gullit het fundament is gelegd. de stenen staan klaar. het enige wat ontbreekt is het cement. gullit!

HALF MEI 1995 raakt de in Italië uitgerangeerde Ruud Gullit in gesprek met Glenn Hoddle, speler/coach van Chelsea. Hoddle is net zo'n man als Gullit. Good looking, goed opgevoed, intelligent en uitgerust met de onverbiddellijke slimheid van een marktkoopman.

Hoddle was in zijn tijd de man van de splijtende passes en de steekballetjes. De spelmaker. Hij vereert het rasvoetbal van Ajax zoals Gullit het krachtvoetbal van Feyenoord bewondert. Beiden zijn beïnvloed door het spel van Oranje in Duitsland. In 1974 en 1988.
Hoddle heeft op het continent gevoetbald, denkt Europees en wil puur voetbal spelen. Met de nadruk op positiespel, het één, hoogstens twee keer raken van de bal en snelle combinaties. Zijn favoriet is Cruijff. Als speler en als trainer: ‘Controle van de wedstrijd, daar draait het om in het moderne voetbal.’
Controle en circulatie van de bal. Om dat perfect te kunnen uitvoeren moet de trainer de beschikking hebben over een speler die de wedstrijd kan lezen, want als het erom spant zit de trainer naast het veld. Op de bank, een positie van waaruit hij het spel niet goed kan overzien en door het lawaai van het publiek niet te horen is door zijn spelers.
Daarom moet er in het veld een man staan met personality. Die weet wat hij wil en zoveel charisma heeft dat de andere spelers meteen doen wat hij zegt.
Ruud Gullit denkt met weemoed terug aan zijn eerste seizoen bij Milan. Een sprookje zonder weerga was het. Met een happy end, het kampioenschap. Hij was oppermachtig. Onverslaanbaar. Captain Dreadlock.
'Je hebt alles’, bezweert Hoddle hem. 'Een goede techniek, persoonlijkheid en overredingsvermogen.’
Gullit wordt bevangen door dezelfde twijfel die Hoddle soms ook parten speelde op beslissende momenten, zodat hij als speler nooit de absolute top haalde.
'You can do that’, zegt Hoddle.
Gullit voelt zich gevleid. 'I can?’
'Yes, you can.’
Gullit hapt al bijna.
CHELSEA WERD IN 1956 voor het laatst landskampioen. De Londense club won in 1970 voor het laatst de FA Cup en sleepte een jaar later de Europa Cup II binnen, om vervolgens weg te kwijnen in de onderste regionen van de Engelse Premier League. In 1982 werd de club gekocht door de hereboer Ken Bates voor de somma van one pound, omdat geen hond de club hebben wilde.
De ene manager na de andere wordt door Bates aan de dijk gezet, tot in 1993 Glenn Hoddle zijn opwachting maakt. Hoddle is bestand tegen de pressie van bemoeial Bates door de sprekende resultaten die hij boekt. In zijn eerste seizoen bereikt hij de cupfinale en verliest daarin van Manchester United.
Hoddle wil in het seizoen 1995-1996 definitief doorstoten naar de top. Met een club die door hem wordt gecreëerd. Zijn team. Maar hij wil succesvol zijn op zíjn condities. Door het spelen van mooi voetbal. Zonder gebroken voortanden, met witte kousen.
Om zijn Chelsea een Europese stijl te laten spelen, zijn spelers nodig die daarmee ervaring hebben. Weinig trainers kunnen spelers iets leren. De tijd is te kort en oude honden kun je geen nieuwe kunstjes leren.
Hoddle koopt dus Europese spelers. 'Die weten hoe het moet.’
'Dat klinkt niet slecht’, vindt Gullit.
'Listen…’
Hoddle vergelijkt zijn team met een groot gebouw. Het fundament is gelegd. De stenen staan klaar. Het enige wat ontbreekt is het cement.
Gullit!
'Jij kunt het team dragen. Ik heb altijd je vermogen bewonderd om soepel in een team te glijden.’
GULLIT HEEFT er wel oren naar. Aan het eind van zijn carrière kan hij weer gaan doen wat hij het liefst doet: spelen bij een club in opbouw. Van onderen beginnen. Het is weer of hij op zijn vijftiende jaar bij Haarlem begint en het eerste jaartje lekker mag aanknoeien.
Mag pressen en peuren.
Lekker sleuren, lekker scheuren.
Zijn gezicht betrekt zelfs niet als hij door Hoddle wordt uitverkoren om als laatste man te spelen. Zoals toen hij zeven jaar was bij zijn eerste cluppie, Meerboys. Dat net als Chelsea in het blauw speelde.
De cirkel is gesloten.
Zelf heeft hij beweerd dat na Italië elke andere competitie automatisch een degradatie inhoudt. Nu denkt hij daar anders over. In Italië is het verdacht om na de wedstrijd de winnaar te feliciteren, maar in Engeland gaan de spelers van beide teams naar de bar en beginnen aan een wedstrijd waarbij alle smerige tackles worden vergeven en vergeten.
'Je gaat nadenken.’
Na zoveel gewonnen te hebben wil hij zijn carrière afsluiten door nog een paar jaar voor zijn plezier te voetballen: 'Na een goal met z'n allen over de grond rollen.’
De eerste zijn die grijnzend op de doelpuntenmaker af rent. Die in extase zijn wijsvinger in de lucht steekt als hij het zelf was.
Rennen.
Vliegen.
Alles kunnen.
Het gevoel hebben dat de bal doet wat hij wil.
Aanvallen!
Het Engelse publiek leeft waanzinnig mee. Het blijft altijd achter het eigen team staan. Aanvallen willen ze zien. Engeland was niet voor niets het eerste land waar een winnend team drie punten kreeg.
Gullit laat zich leiden door zijn gevoel. Zijn intuïtie. Hij voelt binnenin iets prikkelen als Hoddle zijn plannen ontvouwt. De snaar die hem stuwt, wordt geraakt.
Back to the roots. Naar de modder waar de verdedigers met de noppen naar voren inkomen. Waar the struggle for life zich op elke graszode afspeelt. Terug naar het land van kick and rush.
CHELSEA IS BERUCHT. Vanaf het midden van de jaren zeventig tot halverwege de jaren tachtig waren de supporters racistisch. Ze sympathiseerden met het National Front, de extreem rechtse beweging die de meeste kranten verkocht bij de Engelse voetbalstadions. Chelsea zat bij de top vier. De club was een recruteringscentrum van fascistische knokploegen.
Zwarte spelers, ook de eigen, werden uitgescholden, met bananen bekogeld en voor apen versleten. Die-hards maakten hun eigen uitslagen en hielden hun eigen statistieken bij. Zonder doelpunten van zwarten.
Gullit kan erover meepraten. Toen hij zeven jaar geleden met het Nederlands elftal op Wembley tegen Engeland speelde en een applauswissel kreeg, zag hij de uitzinnige haat op de gezichten van de blanke toeschouwers. Klaar voor de kill.
Waarom kiest hij voor Chelsea?
'Ik heb altijd cups gewonnen voor clubs met witte kousen’, antwoordt hij. 'I love white socks.’
Feit is dat twintig procent van de spelers in de Premier League donker is. De duurste spelers zijn zwart. Andy Cole van Manchester United en Les Ferdinand van Newcastle United.
Ook is het waar dat Chelsea de laatste jaren radicaal is veranderd. Chelsea staat nu voor chic. Stamford Bridge was na Old Trafford van Manchester United het eerste stadion met private boxes. De laatste verbouwing is nog niet voltooid of er zijn plannen voor een nog grootsere uitbreiding, waarna het stadion geen voetbaltempel meer is maar het walhalla zelf.
Chelsea Village wordt een chique woonwijk met hotels, restaurants, kantoren, flats, penthouses, villa’s en de grootste mega-store van Engeland.
Chelsea wordt 'The Glamorous’ genoemd. In de director’s boxes zit premier John Major aan het hoofd van de voltallige ministerraad. Popsterren en fotomodellen, magnaten en speculanten komen naar Chelsea om in elkaars gezelschap gezien te worden.
Als boegbeeld fungeert koning Olav van Noorwegen.
Gullit wordt als een held binnengehaald.
The Independent schrijft: 'Hij is een speler met een Hinterland, een wereld buiten het voetbal. Met gedachten over cultuur, politiek en mens-zijn.’
Petjes met dreadlocks vliegen weg, shirts met zijn rugnummer, vier, zijn niet aan te slepen. De verwachting is dat Stamford Bridge het hele seizoen uitverkocht zal zijn. De voorzitter van de supportersclub, Ross Fraser, zegt: 'Gullit geeft Chelsea weer allure. De dag dat de deal rond was, wist elke voetbalfan, waar ook ter wereld, dat hij getekend had bij de Chelsea ball Club. Hij heeft ons op de kaart van het wereldvoetbal teruggezet.’
Tijdens de vriendschappelijke wedstrijden staan duizenden fans hem toe te juichen. Zijn warming-up strandt in de eerste stretch, omdat ze hem willen zoenen.
Hij is de eerste speler van wereldklasse die de gelederen komt verstreken. Ze zien hem als een voorbode van iets heel groots. De cup met de grote oren.
Hij gedraagt zich anders dan andere spelers, die alleen maar over wijven, bier en spaakwielen lullen. Hij is een volmaakte gentleman. Na zijn eerste interview wenst hij de verslaggever een prettig weekend.
The Independent: 'De hemel zond ons Glenn Hoddle en Hoddle bracht ons Ruud Gullit.’
HOEWEL DE PIJN in zijn rechterbeen beduidend minder is geworden, moet Gullit het vooral hebben van zijn zwakkere been, het linker. Met rechts kan hij niet veel meer. De feeling is eruit. De knie is stijf geworden door de operaties, zodat hij geen vrije trappen meer kan nemen. Vroeger was het niet zijn specialiteit, want zijn maat 45/46 is te groot om er een goed gevoel in te kunnen leggen. Maatje 42 is beter.
De verende tred van de vedette berust op ijzeren wil.
Wat Hoddle betreft komt hij niet bedrogen uit. Op de trainingen wordt weinig aandacht besteed aan fysieke kracht en lange ballen naar voren, maar meer aan de finesse.
Gullit speelt als sweeper, achter de verdediging als de man met het overzicht en de loepzuivere passes. Hij is de bron, van waaruit het spel van Chelsea voortspruit.
Zijn Engelse debuut maakt hij op zaterdag 19 augustus tegen Everton, de bekerwinnaar van het jaar daarvoor. Stamford Bridge is uitverkocht.
Voor de wedstrijd wordt een rood-wit-blauwe vlag de grasmat op gedragen. In het midden prijkt het wapen van Chelsea. Niet met de gebruikelijke leeuwekop, maar met Koelid.
'Roedie Koelid!’
Als hij het veld op loopt met rugnummer vier doet hij dat als een winnaar. Zijn ming-up wordt begeleid door staande ovaties. Ze klappen om alles wat hij doet en zien diepere betekenissen als hij iets niet doet.
De andere spelers laten Koning Voetbal zijn gang gaan. Hij mag een vrije trap nemen die maar net naast het doel gaat. De spelers van Everton verslikken zich bereidwillig in zijn schijnbewegingen.
Met kop en schouders steekt hij boven de rest uit. Geen wonder dat hij wordt uitgeroepen tot Man of the Match, door iedereen geïnterviewd wordt en voor de BBC enthousiast wordt becommentarieerd door oud-internationals Alan Hansen en Gary Lineker.
Aanvoerder Dennis Wise wordt gevraagd of hij al iets van Gullit geleerd heeft: 'Ja, dat zwarte spelers kunnen golfen.’
HET SEIZOEN 1995-96 eindigt Chelsea op de zesde plaats en wordt het bij de Engelse beker pas in de halve finale uitgeschakeld door Manchester United. Gullit opent de score uit een voorzet van Hughes.
Met welbehagen snuiven ze het gras van Wembley op. Tot de droom wreed wordt verstoord en ze kansloos verliezen met 1-2.
Wanneer Hoddle in mei 1996 als coach bij het Engelse elftal in dienst treedt, wordt Gullit speler/coach van Chelsea. Hij krijgt Hoddle’s droomteam in de schoot geworpen.
'Vorig jaar hebben we eraan geroken,’ zegt hij als de halve finale tegen Wimbledon voor de deur staat.
Overbodige woorden. Zijn manschappen zijn zo getergd door de schande van vorig jaar dat ze het gras van Highbury opvreten en Wimbledon met 1-0 wordt verslagen.
Op 17 mei 1997 wordt de finale gespeeld tegen Middlesbrough. 'Enjoy yourself’, zijn de gevleugelde woorden als ze even voor drie uur het heilige gras op stappen.
Als een veldheer loopt Gullit voor zijn mannen, de Blues, zijn Blues Brothers. Naast hem schrompelt Middlesbroughs Bryan Robson ineen tot ondermaatse proporties.
'We are the famous CFC/ Matthew Harding’s Blue Army/ Chelsea! Chelsea!’ zingen de fans.
Vice-voorzitter Harding is kort tevoren gecrasht met een helicopter. De cup winnen is het mooiste geschenk dat ze hem kunnen geven.
De openingstreffer van Roberto di Matteo valt al na 43 seconden. Het snelste doelpunt ooit in een finale.
Zeven minuten voor tijd maakt Eddie Newton 2-0.
Het feest begint meteen na afloop op het veld, voorlopig zonder drank. De camera’s zijn even onverzadigbaar als de vreugdeklieren van de fans.
GULLIT IS VIERENDERTIG. Hij is de jongste winnende manager aller tijden. De eerste buitenlander, de eerste zwarte en de eerste dreadlock. Dit droomseizoen wordt door Harry Harris beschreven in de 297 dichtbedrukte bladzijden van zijn Chelsea Dagboek.
Zeer gedetailleerd, zeer minutieus.