Eerst moest Nederland somberen, nu sombert het kabinet

De boemerang van Balkenende

Twee jaar geleden vond Balkenende II een sombere toon nodig om Nederland klaar te stomen voor ingrijpende hervormingen. Nu het politiek tijd is die toon te wijzigen, is het kabinet verstrikt geraakt in zijn eigen somberheid.

Terug naar het voorjaar van 2003. Jan Peter Balkenende staat voor de tweede keer binnen een jaar als premier met een kabinet op de trappen van paleis Huis ten Bosch. Het plaatje oogt vrolijk, al is het ingetogen vrolijkheid. De boodschap waarmee het nieuwe kabinet komt is immers allerminst plezierig, zelfs uitermate somber en hard.

Kort samengevat krijgt Nederland bij monde van het regeerakkoord te horen dat «alle seinen op rood» staan, onze economische en budgettaire situatie «dramatisch slechter» is ge worden, onze concurrentiepositie «fors is verzwakt», het aantal ontslagen toeneemt, de werkloosheid oploopt, er maandelijks honderden faillissementen worden uitgesproken en de premielast voor de pensioenen door de vergrijzing «onbetaalbaar» dreigt te worden. Koopkrachtbehoud, zo laat het nieuwe kabinet weten, zal de komende jaren «niet mogelijk zijn». Alsof dat allemaal niet erg genoeg is, krijgt de Nederlander ook nog het verwijt on voldoende respect en fatsoen te hebben, niet hard en lang genoeg te werken en in dat werk ook nog eens weinig «innovatief vermogen» aan de dag te leggen.

Het kabinet verzon in mei 2003 de slechte economische situatie niet. Zo was de werkloosheid in anderhalf jaar tijd met 150.000 mensen gestegen naar 400.000. Ook het aantal faillissementen was fors toegenomen. Toen het kabinet aantrad, gingen per maand ongeveer 450 bedrijven over de kop: tweehonderd meer dan begin 2001. Het kabinet zette het sombere beeld dat uit de cijfers sprak welbewust zwaar aan om de geesten in Nederland rijp te maken voor een aantal ingrijpende hervormingen.

Twee jaar later heeft dit kabinet-Balkenende de grote vakbondsstaking tegen de ingrijpende maatregelen in de vut en het prepensioen overleefd zonder de gewenste ingrepen al te veel te hebben moeten afzwakken, met als resultaat dat iedereen jonger dan 55 jaar langer zal moeten werken. Daarnaast is de nieuwe wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, de vervanger van de WAO, door de Tweede Kamer, ook hier met een kleine aanpassing, maar nog steeds naar de geest van wat het kabinet wilde: iemand die niet geheel is afgekeurd moet (gedeeltelijk) aan het werk. Ook de Werkloosheidswet is strenger geworden met het oog op de arbeidsparticipatie. En op 1 januari krijgen alle Nederlanders te maken met de nieuwe basisverzekering tegen ziektekosten, een maatregel waarmee het kabinet hoopt dat het kostenbewustzijn toeneemt en de zorg daardoor niet onbetaalbaar wordt.

Met deze, naar eigen maatstaven gemeten, successen op zak legt het kabinet nu de laatste hand aan de begroting voor 2006. Met nog geen twee jaar te gaan voordat er nieuwe verkiezingen zijn, is dit traditiegetrouw de begroting waarin een kabinet de draai wil maken van fors bezuinigen naar uitgeven, van harde maatregelen naar douceurtjes, alles om de kiezer te paaien. Dat er komend jaar al gemeenteraadsverkiezingen zijn, maakt die draai des te noodzakelijker. Een slechte verkiezingsuitslag blijft als een schaduw aan een politieke partij kleven.

Het kabinet lijkt te boffen. Er is extra geld om uit te geven, een paar miljard zelfs. Dus gaat het deze laatste weken van augustus op het Binnenhof over koopkrachtverbetering, wordt er gesteggeld over de vraag of een compensatie aan ouders voor de gestegen kosten van kinderopvang nu wel of niet een investering in de economie is en wordt er touwgetrokken over de hoogte van het financieringstekort met de geruststellende zekerheid dat deze altijd binnen de Europese perken zal blijven.

Zet die dingen, de hervormingsagenda in de sociale zekerheid en zorg én het extra geld, op een rijtje en er lijkt op Prinsjesdag alle reden tot vrolijkheid. Maar of die gerechtvaardigd is, is de vraag.

Het kabinet ziet weliswaar een paar miljard euro extra binnenkomen, veel eigen verdiensten zitten daar niet bij. Cynisch gezegd: ten dele dankzij de oorlog in Irak, die de olieprijs heeft opgestuwd, zijn de Nederlandse aardgasbaten gestegen. Een ander deel van de extra inkomsten komt uit de winstbelasting, voornamelijk doordat de export het goed doet. Dat is niet omdat Nederland zelf zoveel goederen produceert die naar elders worden verscheept, maar omdat Nederland, als vanouds, goed is in het doorvoeren van spullen die elders worden gemaakt. Weinig innovatief dus, om het met de woorden uit het twee jaar oude regeerakkoord te zeggen.

Wie naar andere graadmeters kijkt, zoals de werkloosheid of het aantal faillissementen, ziet een veel somberder beeld. In het regeer akkoord waarschuwde Balkenende II voor het oplopen van de werkloosheid. Zonder ingrepen zou die in 2007 zijn gestegen tot vijfhonderdduizend. Vorige maand zat het aantal werklozen daar al bijna aan. Het aantal faillissementen is weliswaar gedaald, maar het zijn er nog steeds honderden per maand.

Toch wil het kabinet nu dat de consument er weer vertrouwen in heeft, meer geld gaat uitgeven en zo de economische groei stimuleert. Niet voor niks worden de spaarlonen vrijgegeven. Maar de consument heeft dat vertrouwen niet. Al voor het vierde jaar op rij is het merendeel van de huishoudens pessimistisch. Dat vertaalt zich in het oppotten van geld. Eind vorig jaar spaarde elk gezin gemiddeld tweeduizend euro meer dan het jaar daarvoor.

Nederlanders hebben blijkbaar de waarschuwing van het kabinet dat koopkracht behoud niet mogelijk is goed in de oren geknoopt en wat opzij gelegd voor magere jaren. De sombere boodschap waarmee deze ministersploeg begon, komt nu als een boemerang naar het kabinet terug. Zo is Nederland in een vicieuze cirkel beland: er wordt veel gespaard omdat het economisch niet zo goed gaat en het gaat economisch niet zo goed omdat er veel wordt gespaard.

Een kabinet schept dan wel geen banen, het kan wel bijdragen aan het herstel van het consumentenvertrouwen. Dat is Balkenende II tot nu toe niet gelukt. Op zich niet verwonderlijk: wie begint met hel en verdoemenis te prediken, moet niet verwonderd zijn als zijn gehoor daar somber van wordt.

Het kabinet beloofde, zoals het een goed prediker betaamt, dan wel licht aan het einde van de tunnel, maar de hervormingsmaatregelen die alles ten goede moeten keren, hebben pas op de lange termijn effect. Als papieren wettekst mag de hervormingsagenda in de sociale zekerheid en de zorg dan af zijn, voor de Nederlander begint het pas.

Zo leidt de nieuwe werkloosheidswet voorlopig alleen tot de zekerheid dat je als werk loze sneller naar een lagere uitkering terugvalt. Door de hoge werkloosheid is het vinden van een nieuwe baan immers niet makkelijk. Ook voor arbeidsongeschikten die na een herkeuring weer aan het werk kunnen, is de kans op werkloosheid groot. Daardoor is ook hun enige zekerheid dat ze er in inkomen op achteruit zullen gaan.

De maatregelen voor de vut en het prepen sioen leiden eveneens tot onzekerheid. Als dertigjarige ben je misschien niet bezig met wat je financieel te wachten staat tegen de tijd dat je 65 bent, maar voor een werknemer van boven de veertig is het mogelijk wel een reden voorzichtig te zijn met zijn uitgaven.

Ook vervelend is dat geen enkele Nederlander weet wat zijn ziektekostenverzekering hem vanaf 1 januari zal kosten. Tot nu toe is alleen duidelijk dat het veel ingewikkelder wordt en hoogstwaarschijnlijk ook duurder. Dat wekt niet bepaald vertrouwen. Zeker niet als die Ne derlander ontdekt dat zelfs minister Hoogervorst van Volksgezondheid niet precies weet wat het basispakket gaat kosten. Pas eind dit jaar komen de verzekeraars met hun pakketten en kostenplaatjes, Hoogervorst kan slechts lijdzaam toezien. Geen wonder dat hij nerveus is. Zijn politieke leven hangt af van de invoering van deze nieuwe basisverzekering. En als dit onderdeel van de hervormingsagenda bij de invoering alsnog mislukt kan niet alleen hij, maar het hele kabinet opstappen. De basisverzekering in de zorg is een te belangrijk onderdeel van het kabinetsbeleid om in dat geval te doen alsof je neus bloedt, zoals bij de gekozen burgemeester dit voorjaar wél is gebeurd.

Ook Balkenende moet daar zenuwachtig van worden. Zijn politieke curriculum vitae gaat tellen. En daarop prijkt dan: bij toeval aan de macht gekomen in het CDA omdat twee partijbonzen elkaar de keet uit vochten, om vervolgens twee keer achter elkaar de premier te zijn van een kabinet dat stukloopt.

Op Prinsjesdag hangt dit allemaal als een donkere wolk boven het kabinet, vrolijkheid over de extra miljarden ten spijt. En veel anders om op te bogen heeft het kabinet niet: nergens een groot investeringsproject of een creatief idee waarmee het uitstraalt er zelf wel vertrouwen in te hebben.

Bovendien wil het met de rest van de hervormingsagenda niet zo vlotten. Het kabinet beloofde immers meer dan alleen hervormingen in de sociale zekerheid en de zorg. Zo zou er in het kader van de democratische hervormingen naast de gekozen burgemeester ook een nieuw kiesstelsel komen. Na het echec met de gekozen burgemeester blijft het kabinet hangen in nota’s, praatgroepen en hier en daar een cosmetisch ingreepje. Dat dreigt ook het lot te worden van het project Andere Overheid, waarmee de bezem gehaald moet worden door de vele overheidsregels en bergen bureaucratie.

Hetzelfde gebrek aan «innovatief vermogen» laat Balkenende II zien als het gaat om de publieke omroep. Het komt niet met een ri goureuze ingreep om de publieke zender weerbaar te maken tegen de commerciëlen, maar blijft steken in het tevreden houden van de oude omroepen en hun bazen, met als op merkelijkste wapenfeiten dat de meest publieke van de omroepen, de NPS, juist de nek wordt omgedraaid en dat de verantwoordelijke staatssecretaris niks wist van de uiteindelijke afspraak tussen de drie regeringsfracties.

Ook immigratie en integratie lopen niet soepel. Minister Verdonk worstelt nog steeds met haar inburgeringsplannen. Juristen zijn het met elkaar oneens over de vraag hoe de minister groepen «oudkomers» kan verplichten in te burgeren zonder dat sprake is van discriminatie. Die touwtrekkerij leidt niet alleen tot tijdverlies, maar ook tot gezichtsverlies van de minister omdat ze keer op keer stellig beweert dat het nu juridisch rond is, om dat vervolgens weer te moeten bijstellen.

Twee jaar geleden vond Balkenende II een sombere toon nodig om Nederland klaar te stomen voor ingrijpende hervormingen en aan te sporen tot vernieuwing. Nu het politiek tijd is die toon te wijzigen, is het kabinet verstrikt geraakt in zijn eigen somberheid. Wat het kabinet zijn volk verwijt, vertoont het zelf ook: innovatief onvermogen.