De boerenoorlog

Gaat Nederland een nieuwe boerenoorlog tegemoet? De tekenen wijzen erop. De in de bomen bij Kootwijkerbroek opgehangen kadavers van schapen, koeien en varkens duiden volgens kenners van de agrarische geschiedenis op de heropleving van middeleeuwse tijden, toen men langs deze sinistere weg te verstaan gaf dat de plaatselijke boeren niet langer het gezag van buiten wensten te accepteren. Datzelfde anti-autoritaire sentiment is heden wijdverbreid in Brabant, op de Veluwe en in Friesland, waar de mond- en klauwzeerepidemie een al even besmettelijke bijwerking blijkt te hebben op mensen, en wel in de vorm van een om zich heen slaande paranoia ten opzichte van het wettelijk gezag.

De jonge Friese boeren die ik afgelopen zondag sprak in de buurt van Anjum, de nieuwste MKZ-brandhaard, lieten er in elk geval geen gras over groeien. Aan de dorpspomp vloeiden de samenzweringstheorieën even rijkelijk als het bier, en ze gingen onveranderlijk over een vermeend pan-Europees complot ter definitieve eliminatie van de Nederlandse veestapel. «Waarom houdt die MKZ precies op bij de grens met Duitsland?» vroegen deze jonge agrariërs zich af. «Waarom moet al ons vee dood en van de Duitsers helemaal niks? Denk je nu echt dat daar geen MKZ is?»

Niet ontkend kan worden dat de explosief groeiende Nederlandse veestapel de afgelopen decennia inderdaad met stijgend ongenoegen werd bezien door de beleids makers van het verenigde Europa. Met pleidooien voor een rigoureuze inkrimping van de Nederlandse veestapel bond Brussel al in de jaren zeventig de strijd aan met de boterberg en de mestoceaan uit de Lage Landen, en de MKZ-epidemie komt hierbij inderdaad als een geluk bij een ongeluk. Via de massale «ruimingen» zijn de Brusselse landbouwscenario’s ineens in aanzienlijk sneller vaarwater terechtgekomen. De gedachte van de boeren aan een grotendeels illusoire epidemie, waarbij MKZ als instrument van de Europese landbouwpolitiek wordt misbruikt, is, hoe ongerijmd dan ook, niet van enige logica ontbloot.

Een en ander kreeg eerder deze week ook nog eens wetenschappelijke ondersteuning, toen de viroloog Bartelling aandrong op een justitieel onderzoek naar mogelijke fraude met bloedmonsters van dieren in Kootwijkerbroek. Bartelling zei het eigenaardig te vinden dat de MKZ-epidemie in het inmiddels geheel «geruimde» plaatsje op de Veluwe vooralsnog beperkt bleef tot één boerderij en suggereerde dat er mogelijk opzettelijk was geknoeid.

Dergelijke geluiden zijn heden olie op het vuur. De desperate boeren lijken zeer wel in staat om zich in een echte boerenoorlog te begeven, en als zij inderdaad massaal in beweging zouden komen tegen Brussel en Den Haag zou het poldermodel voor altijd kunnen worden bijgezet in het Natuur- en Volkenkundig museum. Voor Brink horst en de zijnen zou het gebied buiten de Randstad in elk geval één grote no go area kunnen worden.

De dreigende boerenopstand krijgt ook nog stedelijke onder steuning, en wel van mensen die niet zozeer zijn begaan met de boeren als wel met hun vee. Het «varkensbevrijdingsfront» van Robert Long en de zijnen heeft als gevolg van de huidige apocalyptische ontwikkelingen alle potentie om uit te groeien tot een machtiger belangenorganisatie dan de ANWB en Greenpeace samen. Zo staat Brink horst van twee zijden onder extreme druk: enerzijds de woedende boeren, anderzijds de afnemers van hun producten in de grote steden, die de gevolgen van de industrialisering van de landbouw niet langer kunnen aanzien en minstens zo emotioneel als de boeren reageren op de «ruimingen» en de aanverwante wantoestanden, zoals het draconisch uitpakkende «biggenoverschot» in de stallen als gevolg van het exportverbod.

Beide antistromingen zijn in hun solidariteit met het geslachtofferde dier natuurlijk niet vrij van enige hypocrisie, maar ze vormen wel degelijk een machtsfactor van belang. Een demonstratie van de kracht van dit nieuwe monsterverbond werd afgelopen weekeinde gegeven toen een stoet Nederlandse rockers al zingend over het dieren- en boerenleed op de Tros-tv een variatie ten beste gaf op Farm Aid, het Amerikaanse initiatief van de rock ’n’ roll-aristocratie ten faveure van de verdrukte boeren daar, op gang gekomen nadat Bob Dylan tijdens Live Aid had geklaagd dat naast de Ethiopische hongerslachtoffers ook de Amerikaanse agrariërs wel wat hulp konden gebruiken in hun overlevingsstrijd tegen de wetten uit Washington. Stad en platteland, normaal gescheiden door een grote cultuurkloof, komen zo in elk geval toch nog bijeen.