De boerenrepubliek de deurwaarders vonden achter menige deurbel een hinderlaag van vijftig boeren

Ze boycotten al twee jaar de ‘mineralenboekhouding’ uit protest tegen het veel te strenge mestbeleid. En de heffingen betalen ze ook niet. Wie hebben de hardste koppen: de boeren of de ambtenaren?
VROEGER NAM hij nog wel eens zijn pijp uit de mond. Nu niet meer. Wien van den Brink is geen actieleider meer, hij is een bons. Een legende in het boerenbolwerk LTO Nederland, de federatie van landbouworganisaties, waar hij eind vorig jaar met verpletterende meerderheid tot bestuurslid van de ‘vakgroep varkenshouderij’ werd verkozen.

En natuurlijk is hij nog steeds voorzitter van Wij Gaan Door, het comité van varkenshoudende partizanen dat in een paar jaar tijd het initiatief naar zich toe heeft getrokken.
Zijn pijp hindert Van den Brink bij het praten, maar bemoeilijkt vooral het luisteren van de schare medestanders. Terwijl in het parlement regeringscoalities en kabinet tot een vergelijk komen over het mestbeleid, hebben de varkenshouders zich bij het persbuffet teruggetrokken om stoom af te blazen. ‘Wien, wat vind jij?’ Even is er twijfel of de vraag wel is aangekomen, want de zilveren sfinx kijkt nog steeds naar de vloer. Dan kauwt hij enkele malen op zijn pijp en zegt schouderophalend: 'De regering zet in op ramkoers met het bedrijfsleven, heel simpel.’
Zijn oog valt op een persoon die geboeid zit te kijken, een verslaggever van een agrarisch vakblad. 'Jouw stukken kloppen van geen kanten’, zegt hij. Zonder een spoor van stemverheffing verklaart Van den Brink dat de persoon in kwestie, inmiddels hevig blozend, van mest noch boycot iets begrijpt, de cijfers niet kent en dus zijn werk slecht doet. 'Of’, onderbreekt de boerenleider zichzelf, 'of je durft niet te kiezen. Misschien ben je wel een gewone meeloper. Dat zou kunnen.’ Er zijn nog andere middelen van verzet dan alleen die boycot, sputtert de journalist tegen, maar Van der Brink is genadeloos. Aan de boycot valt niet te tornen.
BOYCOT EN CIJFERS, het lijkt alsof vee- en vooral varkenshoudend Nederland met niets anders zijn dagen vult. Eerst de cijfers. Met ingang van 1998 wil minister Van Aartsen scherpere normen stellen aan de hoeveelheden mineralen die bij bemesting op het land mogen achterblijven - de zogeheten 'verliesnorm’. Komend jaar mag dat voor bijvoorbeeld fosfaat 40 kilo per hectare zijn, twee jaar later 35 kilo. Voor stikstof en ammoniak bestaan ook verliesnormen en voor elk van deze mestbestanddelen geldt: overschrijd je de norm, dan betaal je. Het ministerie van Landbouw heeft al een rekensom gemaakt van de te verwachten gemiddelde inkomensderving bij melkveehouders (duizend gulden) en varkenshouders (zevenduizend gulden) in het jaar 2000. LTO verwacht een verlies van 30.000 banen, Van Aartsen houdt het op 1700.
Het systeem dat Van Aartsen per 1998 voor de grootste bedrijven wil invoeren, wordt nog slechts op zeer beperkte schaal toegepast. In plaats van een gedetailleerde mineralenboekhouding tellen de boeren in feite nu gewoon hun dieren; hun aantal bepaalt de hoeveelheid fosfaten waarover de boer al dan niet overschotheffingen moet betalen. In het systeem van de toekomst, het Mineralen Aangifte Systeem (Minas), wordt daarentegen precies bijgehouden hoeveel fosfaten en stikstof de beesten via hun voer binnenkrijgen en hoeveel van deze mineralen de boerderij in de vorm van het produkt (eieren, varkensvlees, melk) verlaten. Het verschil is het fosfaat- en stikstofgehalte van de mest. Nederland is in de perceptie van beleidsmakers de laatste jaren in een grote scheikundedoos veranderd, een dynamisch model van chemische reacties, en hierin past het beeld van de boer die, voordat hij gaat mesten, eerst achter de computer kruipt.
Het kon ook niet anders, want Nederland was zichzelf bezig in hoog tempo te vergiftigen. Het is ironisch dat een land dat zich internationaal afficheert als voorloper op het gebied van milieubeleid, vooral voorloopt op het gebied van vervuiling. Niet alleen wat betreft stikstof en nitraat, ook met zijn verzuurde bodem is Nederland meervoudig en ongeslagen kampioen. De Stichting Natuur en Milieu heeft dan ook altijd een radicaal pakket van mestregels voorgestaan en kon de overeenstemming tussen kabinet en regeringspartijen niet anders betitelen dan als een 'zwarte dag’. Voor Van Aartsen en de milieubeweging zijn de cijfers hard en heilig, volgens de boeren zijn ze uit de lucht gegrepen en dus geen basis om heffingen over te betalen, laat staan met ingang van 1998.
DE BOYCOT van de mestboekhouding en de -heffing, die nu zijn tweede jaar ingaat, wordt door politici gezien als een rechtstreekse bedreiging van de democratie en is al afgeschilderd als een afscheidingspoging van de Nederlandse staat. De boeren stevenen af op een 'vertrouwensbreuk met de samenleving’, aldus het D66-kamerlid Ter Veer (zelf boer), en de PvdA-landbouwspecialist Huys heeft al tot harde maatregelen opgeroepen tegen 'de boerenrepubliek’. In het begin leek het echter allemaal even eenvoudig als onschuldig: de boeren tegen de nieuwe mestwetgeving stuurden hun geld en aangiftedocumenten niet naar Bureau Heffingen in Assen maar naar het hoofdkwartier van Wij Gaan Door in Wageningen.
Ongehoorzaamheid. Niks spectaculairs vergeleken met tractoren en dieselstank op het Binnenhof. Wat de boycot echter zijn ernst gaf, was de omvang. Niet alleen liep het Rijk over het jaar 1995 een slordige tien miljoen mis en ontstond er een blinde vlek in het vervuilingsprofiel van Nederland, veel erger was de massaliteit waarmee de regels werden genegeerd. Als eenling kun je dat theatraal doen en het gezag jennen, maar massaal overtreden komt neer op een nieuwe regel stellen. De boeren claimen dat in 1995 tienduizend boeren met de boycot van het afsluitformulier meededen. Het ministerie van Landbouw houdt het op ruim vierduizend. Dat lijkt futiel, maar is wel de helft van het aantal milieudelicten dat het Openbaar Ministerie jaarlijks behandelt.
Inmiddels is de boycot zijn tweede ronde ingegaan. Voor 1996 moesten de formulieren van de mineralenboekhouding uiterlijk 1 februari dit jaar in het bezit zijn van Bureau Heffingen. Hetzelfde geldt voor het bedrag dat de veehouders verplicht zijn te betalen voor overschreden mestnormen. Hoewel het ministerie van Landbouw zegt de cijfers nog niet te hebben en Assen nog druk bezig is met de inventarisatie, is duidelijk dat de boycot in omvang is toegenomen. Het blad Boerderij hield een enquête onder veehouders en concludeerde dat ruim een derde meedoet. Sindsdien gaan LTO en de actiecomités Wij Gaan Door en Wij Zijn Het Zat uit van 20.000 dwarsliggende boeren, bijna allen varkenshouders.
De boycottende boeren voelen zich gesterkt door hun enorme aantal en wanen zich onkwetsbaar. Harrie Verkampen, CDA-wethouder te Gemert en verantwoordelijk voor de organisatie: 'Van alle boycottende boeren over 1995 heeft de overheid er maar 160 kunnen bekeuren. Dat is anderhalf procent. Dat wil zeggen dat justitie over tien jaar pas vijftien procent heeft kunnen bekeuren - en dat is alleen nog maar over 1995. Ieder jaar neemt de achterstand van justitie met enorme sprongen toe. Als de overheid tenminste haar mestbeleid niet bijdraait.’
Overheid en boeren zijn verwikkeld geraakt in een juridische spiraal waar voorlopig nog geen winnaar uit tevoorschijn komt. Eind vorig jaar begon de Algemene Inspectiedienst (AID), na verschillende ronden van waarschuwingsbrieven, met het bekeuren van boycotters. De eerste boeren lieten zich nog verrassen, maar al snel hadden zich belcirkels gevormd die, zodra een auto van de AID werd gesignaleerd, tientallen boeren mobiliseerden die vervolgens de achtervolging inzetten en in enkele gevallen de beambten klemreden. De AID'ers werden bang en deden hun processen-verbaal de laatste maand alleen nog per telefoon, waarna de boeren hun telefoon automatisch doorschakelden met het ministerie van Landbouw of een sekslijn.
Tegelijkertijd was de fiscus bezig met het innen van de mestheffingen, volgens Wij Gaan Door niet betaald door 7.000 veehouders. De deurwaarders overkwam hetzelfde als de AID'ers: achter menige deurbel lag een hinderlaag van vijftig boeren. Het kwam tot een protest van de Algemene Vereniging van Belastingdeurwaarders (AVB) en een veiligheidsgarantie van Van Aartsen. Maar de boeren bleven betaling weigeren, ook toen het ministerie van Financiën dwangbevelen uitschreef. Het uiterste middel, beslaglegging, werkte slechts bij de eerste tientallen boeren: het geld werd in veiligheid gebracht naar andere rekeningen, iets waar de Rabobank en later ook de ABN-Amrobank zeer behulpzaam bij waren.
EEN REGERING die niet in staat is massale overtreding van haar regels te verhinderen, is ongeloofwaardig. De vervolging van boycottende boeren ligt nu al geruime tijd stil vanwege de varkenspest, maar AID en belastingdeurwaarders zeggen vastbesloten te zijn hun karwei af te maken. 'Het zijn er natuurlijk te veel’, zegt een woordvoerder van het Openbaar Ministerie, 'maar toch altijd minder dan de boeren zeggen.’ En het aantal boeren dat justitie al heeft aangepakt, is weer hoger dan de boeren beweren: 270. 'Per arrondissement hebben we gekeken naar de grootste bedrijven, de grootste vervuilers dus, en die hebben allemaal een boete gekregen. Deze week gaat de tweede tranche van processen verbaal naar de parketten en dat betekent dat 1500 boeren voor de rechter zullen verschijnen. Nu we telefonisch verbaliseren, gaat dat veel sneller.’
Verkampen van Wij Gaan Door is ervan overtuigd dat de rechter dit niet zal pikken. 'Een telefonisch proces-verbaal, dat is een juridisch novum. Het weerspiegelt alleen maar de machteloosheid van de Inspectiedienst.’
Het Openbaar Ministerie gebruikt echter allang de telefoon bij verhoren, zegt de woordvoerder. 'Bij verkeersongevallen bijvoorbeeld. We zullen nog wel een tijdje bezig zijn met de vervolging van alle boeren, maar “we gaan door”, om met de boeren te spreken. Ik weet niet hoelang we erover doen maar zeker korter dan Verkampen beweert. En ze zullen het voelen, want het jaar daarop is er sprake van recidive en wordt de boete aanmerkelijk hoger.’
Hoever wil het Rijk gaan? Op een aantal bezittingen is beslag gelegd, maar dat is nog nergens ten uitvoer gebracht. Het is tekenend voor de fase waarin de juridische spiraal op dit moment verkeert. Het OM verklaart niet het 'fysiek overleven van bedrijven’ in de waagschaal te willen stellen - een merkwaardig standpunt als je eenmaal hebt besloten tot beslagleggen.
HET PVDA-KAMERLID Servaas Huys is bezig aan zijn derde termijn als landbouwwoordvoerder en zijn geduld is ten einde. 'Hard aanpakken, hoe vervelend dat ook is’, zegt hij. De verkiezing van Wien van den Brink tot voorzitter van de afdeling varkenshouderij van de LTO heeft hij met verontrusting gadegeslagen. 'Van den Brink is voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het extremisme dat de laatste tijd het debat extra frustreert. De varkenshouders zijn de cowboys van de Nederlandse landbouw en hoewel ze maar een bescheiden aandeel hebben in het totaal, zijn ze energiek, vindingrijk en agressief. Je kunt niet toestaan dat zo'n club de Nederlandse rechtstaat bruuskeert.’
Huys begrijpt wel dat de landbouw het de laatste jaren zwaar te verduren heeft. Met Van Aartsen kreeg een driedelige topambtenaar het voor het zeggen in een branche waar afspraken in vertrouwen tot stand kwamen en met een handdruk werden bezegeld. Tot overmaat van ramp raakte het Landbouwschap, decennialang de intermediair tussen overheid en boerensector, in het ongerede, waardoor de boeren zelf werden aangewezen op lobby en diplomatie. Huys: 'Helemaal zonder amateurisme gaat dat kennelijk niet. Vorige week zijn kabinet en Kamer tot overeenstemming gekomen over het mestbeleid, op een paar moties na waar we deze week over stemmen. En tijdens dit weekeinde gaat LTO ineens overleggen en komt naar ons, kamerleden, toe met de vraag of we er niet nog iets extra’s uit kunnen halen. Ze zijn te laat. Wat mij betreft is er genoeg toegegeven. We hebben een akkoord en dat moet het maar worden. Zonder boycot.’
Dit weekeinde zijn de boeren inderdaad aan het schuiven geraakt. LTO-voorzitter Doornbos: 'Onze lijn is niet haalbaar, dat is nu wel gebleken. We moeten nu kijken of bijvoorbeeld de voorgestelde normen milder en de heffingen lager kunnen. Als ik voor mezelf spreek, zou het me een lief ding waard zijn als wij als LTO de boycot zouden kunnen afblazen. Het legt een zware hypotheek op de toekomst.’
De boycot dreigt hiermee een splijtzwam binnen LTO te worden, want het is niet aannemelijk dat de 'cowboys’ zich achter Doornbos zullen scharen. Maar belangrijker is de opstelling van de actiecomités. 'We gaan door’, verklaart de woordvoerder van het gelijknamig comité, 'want dit mestbeleid is suïcidaal. LTO kan de boycot afraden, maar het is uiteindelijk de individuele boer die beslist of hij doorgaat.’