De bom waarop de ierse protestanten hoopten

Het is eenvoudig om de IRA - het (geheime) Ierse Republikeinse Leger - een terroristische organisatie te noemen. De leden van de IRA zien zichzelf als vrijheidsstrijders. De IRA bleef na de Paasopstand van 1916 in Dublin ondergronds actief in de vrijheidsstrijd en toen het Britse juk eindelijk werd afgegooid in 1921, bleef toch een deel van het Ierse eiland Brits: Ulster. Er volgde in Ulster meer dan een halve eeuw schandalige en politieke onderdrukking van de katholieke minderheid door de protestantse meerderheid. Dat die onderdrukking na de onlusten van 1969 minder intens werd, is gedeeltelijk te danken aan het geweld van de IRA.

Dat geweld duurde tot de zomer van 1994. Zowel de katholieke IRA als de protestantse milities legden de wapens neer. Er zouden besprekingen komen over de toekomst van Ulster. De leiders van Sinn Fein, de ‘politieke vleugel’ van de IRA, kregen aan de katholieke (nationalistische) kant de leiding bij het voorbereiden van die onderhandelingen; de IRA trad op de achtergrond.
De onderhandelingen bleven uit. De Britse regering van John Major eiste dat de IRA eerst al zijn wapens zou inleveren. Dat was praktische en politieke onzin. Aangezien niemand kon weten hoeveel wapens de IRA her en der verborgen hield, zou elke controle onmogelijk zijn. Hoogstens zou een symbolische daad kunnen worden gesteld. Maar elke kenner van de mores van de IRA weet dat inleveren van wapens voor de IRA gelijk staat aan overgave - en de IRA geeft zich niet over. Zelfs niet symbolisch.
President Clinton ging zich met Ulster bemoeien. Hij schudde Sinn-Fein leider Gerry Adams de hand. Hij gaf de leiding van Sinn Fein zoveel mogelijk politiek gewicht. Hij bewerkstelligde dat een commissie onder leiding van de Amerikaanse ex-senator Mitchell een verzoeningsrapport maakte. Een compromis werd het. John Major legde het rapport naast zich neer en kwam met het plan om eerst in Ulster verkiezingen te houden. Ondanks waarschuwingen van de Ierse regering in Dublin en van Mitchell. Er waren binnen de IRA, zei Mitchell, ernstige spanningen. Indien er niet snel iets zou gebeuren, zou de fragiele vrede weer ontaarden in geweld.
Het geweld kwam dus, vrijdagavond in Londen. Doden, gewonden, schade honderden miljoenen. De hardliners binnen de IRA hadden hun geduld verloren. Gerry Adams en zijn medebestuurder Martin McGuinness waren even ontdaan als iedereen. Ze waren door de IRA buiten spel gezet.
De oorzaak van de nu fataal geworden vertragingstactiek van John major is het harde feit dat zijn regering nauwelijks meer kan voortbestaan zonder de steun van de zeven protestanten uit Ulster. Die protestanten hebben niets geleerd. Ze preken de democratie omdat ze nog steeds in Ulster de meerderheid vormen; daarom ook willen ze Majors 'verkiezingen’. En ze hopen intens op nog een IRA-bom. Want dan wordt verder onderhandelen over 'vrede’ en 'de toekomst’ onmogelijk. De politieke sluwheid van John Major wordt duur betaald.