De bomen in zijn tuin

Erich Kastner (1899-1974) leek in bepaalde opzichten op zijn Nederlandse collega Simon Carmiggelt (1913- 1987). Zij waren gezegend met een gemeenschappelijk gevoel voor Witz und Weh en een ironisch-weemoedige kijk op mens en samenleving. Carmiggelt heeft Kastner eens in Munchen opgezocht. Hij trof daar in het koffiehuis een vriendelijke, maar niet overmatig toeschietelijke gentleman, die pas enigszins ontdooide toen hij hoorde hoe veel er van zijn werk in het Nederlands was vertaald. De roman Drie mannen in de sneeuw bijvoorbeeld. En het jongensboek Emil en zijn detectiven natuurlijk. Ik kocht het bij een bezoek aan Berlijn uit sentimentele overwegingen en (her)las het diezelfde avond, getroffen door de ongehoord aardige manier waarop die man voor en over kinderen schreef.

Van Kastner wilde ik vervolgens alles hebben. Tot mijn verbazing was er niet veel van hem in de Berlijnse boekwinkels te vinden, behalve een bundeltje verzen onder de veelbelovende titel Doktor Erich Kastners lyrische Hausapotheke. Andermaal viel ik van verrukking van mijn hotelbed. Die dekselse Kastner bleek ook nog een excellente dichter te zijn geweest. Ik citeer zijn vierregelige ‘Portret van een manicure’, uit de nalatenschap: 'Al was zij een kleine schoonheid,/ zij was geen vrouw van stand./ Ik reikte haar een vinger./ Zij nam de hele hand.’
Opgedragen aan Heinrich Heine. Aan wie anders?
Want 'de bomen in zijn tuin zijn door Heine en Lessing geplant’, sprak een grafredenaar. Kastners teraardebestelling was een nationale gebeurtenis. Niettemin krijg ik de indruk dat hij in zijn vaderland snel in de vergetelheid is geraakt. Hoe valt het anders te verklaren dat ik recentelijk in het 'moderne Antiquaritat’ (Duits voor ramsjafdeling) voor een bondsrepublikeins schertsbedrag de complete, achtbandige Gesammelte Schriften fur Erwachsenen verwierf? Ik voelde mij of ik eindelijk de Klassenlotterie had gewonnen. Met bevende handen telde ik bezijden de kassa de bankbiljetten uit. Tien avonden en acht halve nachten later was ik een Kastner-specialist.
Kastners roman Fabian is een scherp portret van de decadente Weimarrepubliek waarin hij volwassen werd. Het is een trefzeker stuk expressionistisch proza, maar daarvan zijn er wel meer.
Bestaan er eigenlijk ook Gesammelte Schriften fur Kinder van zijn hand? Daar moet ik ook maar eens naar op jacht. Ik zie mij nog liggen, een half mensenleven geleden, onder de lakens van mijn twijfelaar, een zaklantaarn gericht op de bladzijden van het boek De gelukkige klas. Gelukkig, behalve die kleine, zielige kostschoolleerling, die tot overmaat van ramp ook nog mijn voornaam droeg. Hij kon met Kerstmis niet naar huis, omdat zijn ouders te arm waren voor het reisgeld. En ik las met trillende wimpers hoe de jongen op zijn beurt in bed lag. 'Huilen is streng verboden’, mompelde hij in zijn slaap. Wat mij betreft tegen dovemansoren. Totdat gelukkig die aardige leraar… Sentimentaliteit? Sentiment! Zo zuiver als kristal. Dat was nog eens lezen! Toegegeven, die Vladimir Nabokov is ook zo kwaad nog niet.
Liefhebbers dienen zich van 14 tot en met 25 november te vervoegen in de Rotonde van de Amsterdamse Stadsschouwburg. De muzikale lunchvoorstelling draagt de titel Herr Kastner, wo bleibt das Positive?