De Booker Prize: altijd goed voor rellen

Op 10 oktober wordt bekend wie de Man Booker Prize, de meest prestigieuze literaire onderscheiding van Groot-Brittannië, wint. De genomineerde schrijvers zijn Kiran Desai, Kate Grenville, MJ Hyland, Hisham Matar, Edward St. Aubin en Sarah Waters. Traditiegetrouw voer voor bookmakers en relschoppers.

Tekening PJ Roggeband

Medium opening

Die avond was John Banville zich welbewust van zijn positie in de Engelse literaire wereld. In een zaal vol mooi aangeklede schrijvers en literaire hotemetoten wachtte hij af wie de winnaar van de 2005 Man Booker Prize zou worden. Hij zat dan wel aan de tafel met genomineerden, gespannen was hij nochtans niet. Al weken was hij het middelpunt van een rel rond het laatste boek van Ian McEwan. Saturday had wel op de Booker-longlist gestaan maar was niet genomineerd in de shortlist. Een schande, vonden McEwan-fans. Volkomen terecht, vond Banville. Hij, een Ier, was de stoomwals die het in Engeland bejubelde boek in een groot stuk in The New York Review of Books met de grond gelijk had gemaakt. Als eerste had hij beweerd dat de keizer geen kleren aan had en nu werd hij ervan beschuldigd een koelbloedige aanslag te hebben gepleegd teneinde zijn collega-schrijver uit de race om de Booker Prize te duwen.

Banville had die avond geen illusies. The Sea, zijn veertiende roman, was alom als een te literair boek beschouwd; het ging over de gedachten van oude mensen, was nauwelijks plot-driven en het taalgebruik was gecompliceerd. Bovendien was er juryvoorzitter John Sutherland. Hij was het die McEwan te hulp was geschoten en had geprobeerd om Banville, ook in The New York Review of Books, te pakken op een aantal fouten in de recensie. Banville had hem lik op stuk gegeven met een krachtig artikel en was zo in een polemiek geraakt met de voorzitter van de jury van vanavond. Nee, hij was die dag aangekomen uit Amerika en de volgende ochtend om acht uur zou hij weer terugvliegen, die prijs ging hij niet winnen.

En toen hoorde hij zijn naam uitspreken.

Hij liep naar het podium, zag de verbaasde gezichten in de zaal, herkende de fans van Ian McEwan en pakte zijn moment. Eindelijk kon hij de vlijmscherpe Engelse literaire elite te grazen nemen door haar op haar eigen specialiteit, arrogantie, te overtroeven. Langzaam en duidelijk sprak de Ier in de microfoon: ‘It is good to see a work of art being recognized.’ Die avond was er nog applaus, de volgende ochtend zouden de kranten er keihard inknallen. In The Independent zou staan: ‘Gisteren maakten de juryleden van de Man Booker mogelijk de slechtste, zeker de meest perverse, en misschien wel de meest onverdedigbare keuze in de zesendertigjarige geschiedenis van deze prijs.’

Maar die avond ging hij naar bed met een cheque van vijftigduizend ponden. Inmiddels zijn van The Sea rond de 250.000 exemplaren verkocht en is ook de verkoop van Banvilles eerdere dertien romans omhoog geschoten. En dan te bedenken dat voor de prijsuitreiking van The Sea slechts 3.318 exemplaren waren verkocht.

Volgende week dinsdag, om tien uur ’s avonds, als Banville’s opvolger bekend wordt gemaakt, zal de boekenverkoop op internetboekwinkels ogenblikkelijk een significante piek vertonen. Tot en met Kerstmis staan de winnaar en de vijf ‘verliezers’ garant voor enkele miljoenen euro’s aan inkomsten voor de boekenbranche.

Een graadmeter voor de kansen is bookmaker Ladbrokes. Grote favoriet dit jaar is Sarah Waters met Night Watch, waarop ingezet kan worden tegen de verhouding 5/4. De andere boeken worden als prijswinnaars veel lager ingeschat – overigens kunt u ook nog voor de Nobelprijs inzetten op Hugo Claus (14/1) en Cees Nooteboom (25/1).

En ook dit jaar zijn er weer grote favorieten afgevallen. Meest betreurd worden David Mitchell met Black Swan Green, Peter Carey met Theft: A Love Story, Claire Messud met The Emperor’s Children en Andrew O’Hagan met Be Near Me. Maar fundamentele kritiek op de shortlist was er niet. Opgemerkt werd dat het, behalve Sarah Waters, om niet heel bekende en relatief jonge namen gaat. Hisham Matars In the Country of Men over een jongen in het Libië van Kadafi is zelfs een debuut. Veel boeken spelen ver weg: Matars debuut in Libië, The Secret River van Kate Grenville is een historische roman en speelt in Australië en Kiran Desai beschrijft India en New York.

De laatste is een sterke outsider, dochter van de Indiase schrijfster Anita Desai. In 1998 viel ze met haar debuut midden in een exotische hype. In de India-maand van de Bijenkorf stond ze gewikkeld in een sari tussen Indiase spulletjes authentiek te wezen, maar in De Groene Amsterdammer zei Desai dat ze de volgende dag weer gewoon in broek en gympjes het vliegtuig naar haar woonplaats New York zou nemen. Die thematiek, het tussen moderniteit en geschiedenis pingpongen met India, tekent The Inheritance of Loss (deze week in vertaling verschenen bij De Bezige Bij). Desai gebruikt dezelfde vrije vormen als haar New Yorkse generatiegenoten, maar schrijft niet over het hippe Westen. Ze schrijft over armen en verliezers in India én New York. Ze combineert ellende en uitzichtloosheid met humor. En ze laat in een prachtig slotstuk zien dat ellende, droevigheid en cynisme tederheid niet in de weg hoeven staan.