De boom van jan kassies

Vorige week is Jan Kassies (75) gestorven. Wanneer hij sprak over kunst en cultuur - en dat deed-ie nogal eens - dan tekende hij vaak een boom. Met een brede kruin. Uit die boom vallen bladeren, en die bladeren rotten in de grond, tot er een vruchtbare humuslaag ontstaat. En op die humuslaag kan weer van alles groeien. Zo gaat het ook in de kunsten, legde Jan Kassies dan uit. En dan volgde die typische Jan-Kassiesuitspraak: ‘Wie in de kunst goed wil oogsten, die moet breed zaaien.’

Jan Kassies zaaide in de kunst vaak als ‘directeur’, of 'voorzitter’, of 'algemeen secretaris’. Functies in van alles. Jan Kassies was echter veel meer dan die talloze functies. Drie herinneringen.
De term 'Zuiver Artistiek Onderzoek’ is geloof ik van hem. Zoiets als Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek. Jan Kassies gebruikte die term toen hij een aantal betrokkenen uitnodigde om te spreken over wat de Fassbinder-affaire is gaan heten: de verhinderde voorstelling van Fassbinders stuk Het vuil, de stad en de dood. De tekst zou antisemitisch zijn, delen van de joodse gemeenschap in Nederland verhinderden dat het stuk werd gespeeld. Het werd een rel die in 1987 maanden duurde. Jan Kassies wilde er het zijne van weten. Hij organiseerde een besloten variant van wat wij nu kennen als een parlementaire enquete. Met geestverwante en vriendin Fenna van der Burg leidde hij de besloten 'verhoren’ van alle partijen met strenge doch rechtvaardige hand. Het leidde tot zeldzaam vruchtbare debatten over wat een samenleving zich door een voorstelling wel of niet laat zeggen. Kan dat materiaal ooit nog eens worden geopenbaard?
Tweede herinnering. Voorjaar 1994. Jan Kassies aan de telefoon: 'Ik heb een prijs gekregen. Van een educatief instituut in Brabant. Vijfduizend gulden. Ik wil het besteden aan jonge theatermakers. Liefst buiten de Randstad.’ Het geld was zeer welkom. Er zijn door jonge makers in het Jeugdtheaterfestival in Den Bosch een paar mooie dingen van gemaakt. En Jan Kassies is zijn prijs van vijfduizend gulden daar persoonlijk komen overhandigen. Het volk van jonge theatermakers werd met vaderlijke be zorgdheid toegesproken. En na afloop zwermden ze om hem heen, schudden hem de hand. Een aantal van hen had al eens een handgeschreven briefje van hem gehad: 'Schrijf jij die toneeltekst. We kunnen tweeduizend gulden overmaken.’ Of: 'Voor jouw produktie heb ik nog ergens vierduizend gulden. Helpt dat je op weg?’ Dat waren de bedragen die Jan Kassies’ Instituut voor Theateronderzoek meestal uitkeerde. Talloze jonge kunstenaars kregen zo het nodige duwtje in de rug.
Mijn laatste contact met Jan was dit voorjaar. Er werd een postuum vriendenboek gemaakt, over en voor de drie jaar geleden gestorven dramaturg en theaterleider Joost Sternheim. Jan Kassies zou ook een tekst bijdragen. Hij had er moeite mee. Misschien besefte hij al ergens dat hij in geleende tijd leefde. De tekst kwam er, en het werd opnieuw een prachtig Kassies-credo. Inclusief de gebruikelijke filippica. Tegen het 'marktdenken’ in cultuurbeleid: 'Het marktdenken stoelt in diepste wezen op de vooroordelen van mensen die willen blijven waar ze zijn, zeker in onze zelfgenoegzame westerse samenleving. Er bestaat een groot hiaat in het denken over een Andere Wereld en over Hoe Daar Te Komen. Dat is in de kern een antropologisch hiaat, dat alles te maken heeft met het menselijk tekort. Alle op Marx geinspireerde mensbeelden lijden daar aan. Aan alles is gedacht, behalve hoe mensen zich gedra gen. Wij hebben dus, evenals in de wetenschap, in het theater onderzoek nodig naar nieuwe thema’s, vormen en methoden. Die vinden wij alleen door nieuwe cohorten professionals in de gelegenheid te stellen hun vak, hun eigen vak, in vrijheid uit te oefenen. Wat we dan te zien krijgen - ik mag daar over meepraten, nu ik de leeftijd der zeer sterken heb bereikt - bevalt ons lang niet altijd, integendeel. Maar is het onze wereld die zij gaan verbeelden? Nee! Nou dan.’
Een reusachtige boom is geveld. In de wereld van de muzen zijn we vorige week een beetje wees geworden. Dag Jan!