De stille wereld van David Claerbout

De Borculosche weg in Ruurlo

Het verstrijken van de tijd is het hoofdthema in het werk van kunstenaar David Claerbout. Daarvoor gebruikt hij tijdloze symbolen. Niet de mens, maar het licht en de schaduw zijn de protagonisten.

Medium claerbout zaaloverzicht 1

SOMS ZIE JE een film in de bioscoop waarvan je jaren later de plot en de personages bent vergeten, maar enkele beelden zijn je bijgebleven vanwege hun poëtische karakter, als eilandjes die los staan van het verhaal. De Belgische kunstenaar David Claerbout (Kortrijk, 1969) is zo vriendelijk om de film achterwege te laten en zich te concentreren op die mooie scènes. De wandvullende installaties, waarvan er in Museum De Pont in Tilburg tien worden getoond, bestaan uit foto’s die digitaal werden bewerkt, waardoor ze op video’s lijken. De tentoonstelling The Shape of Time legt de nadruk op het werk van de laatste twee jaar en was in licht gewijzigde vorm eerder te zien in Centre Pompidou, Parijs.
In Shadowpiece (2007) zien we de hal van een kantoorgebouw. Het werk is duidelijk in de jaren vijftig gesitueerd, toen de modernistische architectuur nog nieuw en hoopvol was. Door een glazen deur zien we het trottoir, waarop helwit zonlicht schijnt. Lange schaduwen vallen naar binnen. Je zou denken dat je naar een oude zwart-witfoto kijkt, ware het niet dat er af en toe mensen in het beeld verschijnen. Ze willen naar binnen en rammelen aan de deur, maar die is op slot. De mensen turen door het glas en proberen het nog eens, maar slechts hun schaduwen betreden de hal. Het werk toont aan hoe de tijd verstrijkt op een plaats waar geen mensen zijn. De afwezigheid van beweging wordt minutenlang geaccentueerd: het licht en de schaduw zijn de werkelijke protagonisten.
Met hoe weinig middelen Claerbout zijn thematiek verbeeldt, wordt duidelijk in Ruurlo, Borculoscheweg 1910 uit 1997. Het is een foto van een dorp: een molen, een groepje huizen, wat mensen en vooral een grote, oude boom. De wandvullende projectie is een bevroren beeld, maar met één verschil: de bladeren van de boom bewegen zachtjes in de wind.
Het universum van Claerbout is er een van stilte, rust, melancholie en poëtische zeggingskracht. Zijn werk is heel concreet, maar toch dromerig. Hij is geen mysticus, maar zijn werk is wel mysterieus. De kunstwerken leggen niets uit, er blijft veel in het ongewisse, en toch is de boodschap helder. Hij wil niet het verval, de decadentie verbeelden, maar puur het voorbijgaan van de tijd.
Dat gaat geruisloos, zoals in Reflecting Sunset (2003). De tijd in de videoprojectie loopt synchroon met de werkelijke tijd. De weerkaatsing van de ondergaande zon op de façade van het Stazione Maritima in Napels duurt 38 minuten. De strenge, fascistische architectuur zorgt ervoor dat de romantische, kitscherige betekenis van een ondergaande zon verdwijnt. Dit is een betoverende wereld, door zijn eenvoud. Claerbout maakt gebruik van oude en bekende symbolen zoals de boom en de zon, maar toch voelen ze nieuw en fris. Door een detail te laten zien weet hij een groter thema invoelbaar te maken en hypnotiseert de kijker met beelden die bijna stilstaan. Een schemergebied tussen film en fotografie. Je moet er wel het geduld voor hebben. Veel werken duren tussen de dertig en zestig minuten. White House (2006), waarin twee acteurs 73 keer dezelfde scène spelen duurt zelfs meer dan dertien uur: een man doet een andere man de gruwelijkste dingen aan en intussen gaat de zon op en onder.

‘WHITE HOUSE’ mag door zijn lange duur spectaculair zijn, het hoogtepunt van de tentoonstelling vormt de video die hier in première gaat: The Riverside (2009). Het is een dubbelprojectie en in tegenstelling tot veel van Claerbouts werk is hier een narratief aanwezig. Dit blijft echter cryptisch. Op de linkerprojectie zien we een vallei op een zonnige dag. Een gewonde mountainbiker probeert met zijn mobieltje iemand te bellen, maar hij heeft geen bereik en strompelt door het gras. In een verlaten huisje ziet hij een geschoten konijn aan een balk hangen. Nadat hij zijn mobiele telefoon heeft weggegooid omdat de ander niet opneemt, gaat hij uiteindelijk op een boomstronk zitten die overdwars over een riviertje ligt.
De andere projectie toont dezelfde vallei op een zonnige dag. Je weet niet of het dezelfde dag is, maar je vermoedt het wel. Een jonge vrouw parkeert haar auto, rookt een sigaret en neemt daardoor haar telefoon niet op. Vervolgens loopt ze wat onbestemd naar het riviertje. Ze gaat in het gras zitten, vindt een dood konijn op de resten van een gedoofd vuurtje en gaat uiteindelijk op de boomstronk zitten die overdwars over het water ligt.
Als je de twee films bij elkaar voegt ontstaat het verhaal, maar dit gebeurt slechts bij wijze van associatie en door eigen invulling van de tijd: de vrouw komt de jongeman met de auto ophalen, het is haar partner, maar deze kan haar niet bereiken. Omdat ze elkaar mislopen, dwalen ze door de vallei, met als middelpunt de rivier. Ze komen op dezelfde plaatsen en zien hetzelfde landschap, maar niet tegelijk. Ze hebben plaatsen gedeeld, maar blijven in tijd van elkaar gescheiden.
De film speelt met de perceptie van tijd van de toeschouwer. Je denkt de twee mensen naar elkaar toe, om ze binnen een eenheid van tijd te plaatsen. Een puzzel die even gemakkelijk weer uit elkaar kan vallen.

DE WERKEN van Claerbout bezitten de vanzelfsprekendheid van beelden die er altijd al zijn geweest, maar schijn bedriegt. Zo eenvoudig als de videoprojecties op het eerste gezicht lijken, zo’n ingewikkeld ontstaansproces ligt eraan ten grondslag. The Algiers’ Sections of a Happy Moment (2008) bijvoorbeeld bestaat uit een reeks foto’s die een eenvoudige gebeurtenis van verschillende kanten bezien, om aan te tonen hoe de dingen tegelijkertijd plaatsvinden en hoe ieder zijn eigen ervaring heeft van dit tijdsverloop. De fotomontage is opgebouwd uit drie lagen: de eerste laag bestaat uit opnamen van een lege speelplaats, vervolgens zijn er mensen in een studio gefotografeerd en ten slotte zijn de meeuwen die boven hen rondcirkelen afkomstig uit een dierenfotoarchief. Met behulp van digitale technieken zijn de drie lagen bijeengebracht. Deze werkwijze is kenmerkend voor Claerbout. Toch is de moderne techniek maar terloops aanwezig, ze dringt zich niet op.
Claerbout concentreert zich op wat in feite de kern van beeldende kunst is: proberen een abstract begrip of idee zichtbaar te maken. De menselijke behoefte om aan een verschijnsel een vorm te geven stuit bij het verbeelden van tijd op grenzen. Je voelt dat de vorm bij deze kunstenaar bijna is gevonden, maar toch nooit helemaal tastbaar wordt. Het ontglipt de maker en de kijker. Juist dit onvermogen ontroert. En het medium film draagt bij aan het ongrijpbare karakter van de tijd. Een schilderij of een beeldhouwwerk heeft nog een vaste vorm, maar een filmprojectie is puur licht.

NAAST TIJD is ‘de intensivering van het kijkgedrag’ een belangrijk thema in het werk van Claerbout. Deze wat moraliserende uitspraak wekt aanvankelijk wantrouwen. Wat weet Claerbout van het kijkgedrag van zijn toeschouwers? Misschien is hun kijkgedrag intensiever dan het zijne en kan hij hun niets leren. Maar naarmate je zijn werken in je opneemt en het kalme ritme van de tentoonstelling zijn weerslag op je heeft, is het iets wat vanzelf gebeurt. Je gaat beter en langer kijken. De rustige indeling van de tentoonstelling, zonder afleidende factoren, draagt bij aan je concentratie. De meeste videoprojecties worden getoond in de schemering, maar Dancing Couples (2008) bekijk je in het donker. Er gebeurt iets bijzonders. Het zijn nog jonge mensen, de dansende koppels in een zaaltje, gekleed in een stijl die ver achter ons ligt. De meisjes hebben hun gezichten afgewend, maar twee jongens kijken je aan. Zij lichten op uit het donker. Het is alsof wij, door te kijken, hen behoeden voor de vergetelheid. Als we de ogen sluiten, zullen die mensen weer verdwijnen in het donker. Het is onze plicht om te blijven kijken, om niet te vergeten. Maar het is een proces waaraan we niet ontkomen. Ieder mens lijdt aan geheugenverlies, begreep ik onlangs uit een documentaire. Een groot deel van onze herinneringen gaat verloren, vanzelf, door te leven. Met het verstrijken van de tijd herinneren we ons van een bepaald jaar nog maar een paar memorabele momenten. Omdat onze hersenen net als de rest van ons lichaam onderhevig zijn aan verval, zal het grootste deel van wat we vergeten waarschijnlijk nooit meer terugkeren. Om nostalgie is het Claerbout echter niet te doen. Er is geen levensfase geweest die beter was. Het is subtieler en abstracter dan dat: een onbestemde melancholie, om het voorbijgaan van ieders tijd.
In een van de laatste werken van de tentoonstelling, Long Goodbye (2007), staat een vrouw van een klassieke, Italiaanse schoonheid voor een donkere deuropening. De camera zoomt langzaam uit. De vrouw loopt het terras op van een achttiende-eeuws landhuis, terwijl de camera zich in een geleidelijke beweging blijft terugtrekken. De vrouw schenkt koffie in, slaat een doek om zich heen en als de camera zo ver weg is dat we het hele huis zien, begint de vrouw ons vaarwel te zwaaien. De duisternis valt in, als het ondergaan van de zon, en de vrouw blijft naar ons zwaaien, tot het beeld helemaal zwart is.
Waarom is onduidelijk, maar dit werk is adembenemend. De ondergaande zon maakt de gebeurtenis onomkeerbaar. Er gaat een noodlottige dreiging vanuit. En omdat die dreiging niet wordt ontladen, blijft de kijker met een verlaten gevoel achter.

David Claerbout, The Shape of Time, Museum De Pont, Tilburg, t/m 28 juni