De bovenleiding

JULI 1996. Een hardnekkig gerucht doet de ronde: jonkheer André Testa is gevraagd als directeur van het noodlijdende GVB. Dezelfde Testa die een jaar eerder met een afkoopsom van drie miljoen opstapte als directeur bij streekvervoersmaatschappij NZH. Onderzoek van bestuurlijk gedelegeerde Max de Jong heeft uitgewezen dat flink de bezem door het bedrijf moet. Of Testa de juiste man is om die bezem te hanteren wordt gezien zijn reputatie door bijna alle GVB'ers ten zeerste betwijfeld. Ondernemingsraad en vakbond beraden zich op acties.

AUGUSTUS 1996. De ondernemingsraad van de GVB weigert het gemeentebestuur te adviseren over de benoeming van Testa. Vooral het hoge salaris (325 duizend per jaar, exclusief toeslagen) is een doorn in het oog. Bovendien komt Testa niet in dienst van het vervoersbedrijf maar wordt uitgeleend door een voor dat doel opgerichte dochteronderneming. Een ‘Liechtenstein-constructie voor de directeur van een bedrijf waar het personeel de komende jaren op alle mogelijke manieren wordt uitgekleed’ meent de Abva-Kabo. Het gemeentebestuur stelt de benoeming noodgedwongen uit. SEPTEMBER 1996. De bonden verliezen een kort geding dat zij aanspannen tegen de gemeente Amsterdam. Zij willen via de rechter afdwingen dat de gemeente hen als onderhandelingspartner accepteert. Rechtbankpresident Gisolf vindt echter dat niet de bonden maar de ondernemingsraad moet onderhandelen over de benoeming van Testa. Een dag voordat de gemeenteraad beslist over zijn benoeming lekt een ambtelijk advies uit. Een commissie (waarin onder andere Max de Jong en gemeentesecretaris Marianne Sint) zegt in een memo aan het college van B en W sterk te twijfelen aan Testa’s vermogen om het GVB uit het dal te halen. De Abva-Kabo belooft een 'permanente staat van oorlog’ mocht de benoeming toch doorgaan. Met 27 stemmen voor en elf stemmen tegen wordt Testa door de gemeenteraad benoemd. NOVEMBER 1996. De nieuwe GVB-directeur start een mediaoffensief. Gretig vertelt hij in verschillende interviews over 'de klerezooi’ die hij aantrof bij zijn aanstelling. Het bedrijf kampt op dat moment nog steeds met een tekort van honderden miljoenen guldens. Het is Testa’s taak een forse reorganisatie door te voeren. Hij begint met een grote schoonmaak in de bedrijfstop, waarvan de kwaliteit volgens hem 'ver beneden de maat is’. Achttien interim-managers zijn al vertrokken, de overige twaalf zullen snel volgen. Er moet in 1997 op de bedrijfstakken 'tram’ en 'bus’ 14 miljoen worden bezuinigd. In het kader van de sanering verdwijnen er vierhonderd arbeidsplaatsen. Maar gedwongen ontslagen blijven uit. MAART 1997. De commissie-Van der Zwan onderzoekt de wanorde bij het GVB en concludeert dat alle wethouders die sinds de jaren tachtig verantwoordelijk waren voor het GVB, hebben gefaald. PvdA-wethouder Ter Horst (sinds 1994 een van de verantwoordelijken voor het GVB) pleit in navolging van Testa en de commissie-Van der Zwan voor verzelfstandiging op korte termijn. De ondernemingsraad en de bonden hebben hun bedenkingen. Intussen heeft de gemeente bijna honderd miljoen gulden vrijgemaakt 'voor het dichten van gaten bij het GVB’. Minister Jorristma (verkeer) verhoogt de Rijksbijdrage voor het GVB met 16,3 miljoen gulden. De gemeenteraad zet Ter Horst voor het blok: in augustus moet een dichtgetimmerd plan van Testa op tafel liggen voor gezondmaking van het bedrijf op korte termijn. AUGUSTUS 1997. Testa komt op tijd met een herziene begroting en een businessplan. Daarmee is ook de politieke carrière van Ter Horst voorlopig veiliggesteld. In het plan verzekert de directeur de gemeente dat het bedrijf in 2001 uit de rode cijfers zal zijn. Het college van B en W keurt de plannen goed en Testa jubelt dat 'het bloeden is gestopt’. Een van de maatregelen die genomen moeten worden is een verdere inkrimping van het aantal arbeidsplaatsen met driehonderd in vier jaar tijd. Desondanks stemt ook de ondernemingsraad in met het plan. MEI 1998. Het GVB heeft over 1997 een zeer bescheiden winst gemaakt van bijna negentienduizend gulden. Het openbaar vervoer leed weliswaar nog een verlies van ruim vijf miljoen, maar het GVB compenseerde dat met inkomsten uit nevenactiviteiten, en vooral met een hogere toelage van het rijk - op een totale begroting van 760 miljoen is dat inmiddels bijna 600 miljoen - en extra geld van de gemeente. De winst die al in 1997 gemaakt werd, was eigenlijk begroot voor 1998. Maar de winst voor dat jaar zal volgens de nieuw toegetreden financieel directeur Hans van Vliet eerder in de miljoenen gaan lopen. AUGUSTUS 1998. Twee jaar na zijn aantreden moet Testa toegeven 'het GVB nog steeds niet in de klauwen te hebben’, ondanks rooskleuriger financiële vooruitzichten. Door een groot gebrek aan personeel, een rammelende organisatie en kapotte trams en bussen vallen regelmatig hele lijnen uit. Het publiek mort en de bonden dreigen met stakingen omdat de werkdruk veel te hoog is. Ondanks de schoonmaakactie van Testa is er nog steeds sprake van mismanagement. Veranderingen die Testa wil doorvoeren moeten langs veel te veel ambtelijke kanalen, is de grootste klacht van de directeur. En de bonden en ondernemingsraad traineren volgens de directeur bovendien stelselmatig maatregelen die het bedrijf weer gezond moeten maken. Een snel doorgevoerde verzelfstandiging van het bedrijf is volgens Testa de enige redding. NOVEMBER 1998. De in oktober door Testa ingehuurde directeur personeel, J. Schermer, ontketent een nieuwe rel onder het personeel. Naar de mening van deze voormalige directeur van de Rotterdamse Havenpool maakt het GVB-personeel zich massaal schuldig aan 'georganiseerd ziekteverzuim’. Een paar dagen later komt de directie terug op de uitlating van Schermer. Testa zegt in een brief aan het verbolgen personeel dat er 'wel onregelmatigheden in het ziekteverzuim zijn geconstateerd maar dat dit slechts een klein deel van het personeel betreft’. Het hoge ziekteverzuim wijt Testa aan de te hoge werkdruk, de toenemende agressie van passagiers en de slechte kwaliteit van het materieel. ANUARI 1999. Het GVB sluit 1998 af met een winst van ruim drie miljoen gulden. Voor het openbaar vervoer bedraagt het verlies nog steeds 2,5 miljoen gulden. Dat verlies wordt net als het jaar daarvoor gecompenseerd door nevenactiviteiten (voornamelijk reclame op trams en bussen) die een winst van 6,2 miljoen opleveren. De kaartverkoop is in 1998 met 8 procent gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Direct maakt Testa een nieuw plan bekend: vanaf juli 1999 exploiteert het GVB een veerdienst met catamarans tussen Amsterdam, Lelystad en Almere. Tijdens een nieuwjaarsreceptie roept Testa 1999 uit tot 'het jaar van de klant’, waarbij service- en veiligheidsteams een belangrijke rol gaan spelen in tram, bus en metro.