De boze Amerikanen

Afgelopen maandag hebben de kiezers in Iowa de eerste stap gezet in het democratisch proces waarmee op 8 november zal worden beslist wie de komende vier jaar de machtigste mens op aarde zal zijn. Althans, zo was het nog in de tijd van George Bush senior en zijn voorgangers.

‘Mister Gorbatsjov, tear down this wall’, riep president Reagan op bezoek in Berlijn en het gebeurde. Dat was weliswaar vooral te danken aan veertig jaar inspanning van het hele Westen, maar dat deed er op dat ogenblik niet toe. Reagan had de Koude Oorlog gewonnen.

In deze verkiezingsstrijd laat een van de kandidaten duidelijk merken dat hij heimwee heeft naar deze tijd. Donald Trump heeft deze eerste voorverkiezingen verloren, maar niet verpletterend. Hij kreeg 24,3 procent van de stemmen, de even ultra-conservatieve winnaar Ted Cruz uit Texas 27,7. Trump wil Amerika weer groot maken, niet meer het slachtoffer laten worden van illegale immigranten en daarom een hek langs de grens met Mexico bouwen, geen moslims meer toelaten. Hij verlangt naar ouderwetse zuiverheid. Trump heeft zijn manier om zich uit te drukken en hij heeft zijn uiterlijk mee. Het prototype van de ruwe bonk. Misschien versterkt het zijn geloofwaardigheid. Maar dat is niet voldoende. Hij is in de politiek verschenen in een periode van de geschiedenis die voor hem gunstig is.

Overal in het Westen is de traditionele politiek in verval. Al meer dan een halve eeuw geleden waren de oude ideologieën uitgeput. Een van de eersten die dat ontdekte was de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith, schrijver van The Affluent Society (1958). Twee jaar later verscheen The End of Ideology van Daniel Bell en daarna heeft een groot aantal schrijvers, vooral Amerikanen, het thema verder uitgewerkt. Ook in Europa raakte de ideologische basis en de daarmee verbonden politieke betrouwbaarheid van de traditionele partijen in verval.

Er is een nieuwe politieke figuur ontstaan: de boze burger

Met Amerika voorop raakte het Westen gedepolitiseerd. De oude ideologieën werden gaandeweg en ongemerkt vervangen door het consumentisme waarin Amerika ook weer de leiding had. In de loop van de eerste tien jaar na de Koude Oorlog brak de nieuwe welvaart uit en economen van naam hebben zelfs gedacht dat het geheim van de eeuwige groei, de Nieuwe Economie, was ontdekt. Daaraan is door de kredietcrisis een abrupt einde gekomen.

Sindsdien leeft de burger van het Westen met een stijgende ontevredenheid. Niets gaat meer zoals het hem door de politiek was beloofd. Militaire expedities zijn in catastrofes geëindigd. Het grote bondgenootschap van de Europese Unie stuit meer en meer op onvrede in de deelnemende landen. Het consumentisme is gebleven, maar alles wat de consument begeert is duurder geworden. Dan dienen zich weer nieuwe crises aan waarop de zittende regeringen geen antwoord hebben: de burgeroorlog in Syrië, het ontstaan van Islamitische Staat, de verbreiding van het terrorisme, de vluchtelingencrisis.

In de loop van de afgelopen vijftien jaar is er een nieuwe politieke figuur ontstaan: de boze burger. Iemand die de zittende politieke elite de schuld geeft van alles wat er misloopt. Hij volgt op zijn manier de politiek maar is geen lid van een partij. Via internet laat hij weten wat hij van alle toestanden vindt en dat is niet veel goeds. Maar in de loop van deze eeuw heeft de boze burger toch een vertegenwoordiging gevonden. Er zijn partijen ontstaan die wel aan de verkiezingen deelnemen maar niet tot de gevestigde politieke orde horen. In Nederland eerst de Lijst Pim Fortuyn, daarna de PVV van Wilders, in Frankrijk de partij van Marine Le Pen. Hebben we in Amerika een vergelijkbare beweging?

In de aanloop naar de voorverkiezingen leek het erop dat Donald Trump zich zou ontwikkelen tot de perfecte vertegenwoordiger van de boze burger. Geen rekening houdend met tradities of beleefdheid, alles recht voor zijn raap met een programma dat de boze burger zelf had kunnen samenstellen. In Iowa is het niet gelukt, maar hij heeft de toon gezet en hij heeft nog negen maanden.